Hoe Lang Duurt Sterilisatie Hond?

Hoe Lang Duurt Sterilisatie Hond

Hoe verloopt de operatie? – Als een dier helemaal onder narcose is, wordt ze voorbereid voor de operatie. Dit houdt in dat ze op haar rug gedraaid wordt, daarna wordt ze geschoren en gewassen. Als laatste wordt de huid gedesinfecteerd. Als ze helemaal klaar is voor de operatie wordt ze naar de operatiekamer gebracht.

De daadwerkelijke sterilisatie (dus eigenlijk een castratie) is een operatie van ongeveer 20 minuten. In de buikwand wordt een sneetje gemaakt van 3-5 cm (afhankelijk van de grootte van de hond). Via dit gaatje worden de eierstokken verwijderd uit de buik.

Ook wordt de baarmoeder goed gecontroleerd. Als de baarmoeder niet afwijkend is wordt deze in de buik gelaten. Als er afwijkingen zijn wordt de hele baarmoeder verwijderd. Hiervoor kan het zijn dat de snee iets groter gemaakt moet worden. De buikwand, de onderhuid en de huid worden in 3 lagen gehecht.

Hoe lang moet hond rusten na sterilisatie?

Hoelang moet mijn hond rust houden na de sterilisatie? – Is uw hond gesteriliseerd dan adviseren wij de hond zo’n 12 dagen haar rust te geven, hierdoor krijgt de wond de kans om goed te herstellen. Wij adviseren u dus ook om uw hond aangelijnd uit te laten en het springen te voorkomen. Hoe Lang Duurt Sterilisatie Hond Heeft u nog verdere vragen met betrekking tot het steriliseren van uw hond neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op. 0161-496016 [email protected] nl Bekijk onze honden pagina voor meer informatie over wat we voor uw hond kunnen betekenen. Ons werkgebied is: Galder , Riel , Meer , Rijsbergen , Ulvenhout , Ulicoten , Goirle , Alphen , Baarle-Nassau , Bavel en Gilze ..

Hoe lang duurt het voor een hond uit narcose is?

Bijeffecten en uitleg – Een hond onder narcose brengen is al niet fijn, maar soms krijgen de eigenaren een schok als ze hun hond weer zien ontwaken. Soms kan dit gepaard gaan met wat lijkt op stuiptrekkingen en grommen. Met de hond is op dat moment totaal geen contact te krijgen.

Erger nog, het kan voorkomen dat ze agressief reageren terwijl het normaal de liefste hond ter wereld is. Omdat meer mensen hier mee in aanraking kunnen komen, hebben we deze vraag neergelegd bij onze dierenarts.

Zij kwam terug met het volgende: Echt agressief zijn met het wakker, heb ik nog nooit meegemaakt. Elke hond reageert anders op narcose middelen en het verschilt dus ook hoe snel ze “mentaal” weer de oude zijn. Bij de meeste honden is dit de dag erop (na een nacht lekker verder uit slapen) sommige honden, zeker als ze wat ouder zijn, doen er 3-5 dagen over om weer helemaal het oude karakter te hebben.

  • Daarom geven wij de honden ook niet half slapend mee na een operatie of narcose, omdat we willen dat ze weer redelijk stabiel kunnen lopen en ook op basis van het op dat moment getoonde gedrag de eigenaar een goed beeld kunnen geven wat hij de komende uren kan verwachten aan sloomheid, “afwijkend gedrag” en de verwachte herstel snelheid;

Meestal kunnen we hier door onze ervaring een goede inschatting van maken. Wat we regelmatig zien is dat honden die zo en zo al de neiging hebben om wat agressief te zijn (met name angstagressie) of die heel neurotisch/ druk zijn eerder mogelijk wat afwijkend/agressief kunnen reageren na wakker worden.

  • Dit omdat ze dan nog onvoldoende wakker zijn en prikkels heftiger door krijgen, verrast worden omdat ze iets niet aan zien komen, of van slag zijn omdat ze niet kunnen reageren zoals ze zouden willen;
  • Maar bij 99% van de honden die wij onder narcose hebben, geeft dit geen agressief gedrag hooguit wat chagrijnig zijn;

Maar eigenlijk alle honden zijn al door deze fase heen voor we ze überhaupt mee naar huis geven, dus de baas merkt er dan niks van omdat hij mentaal weer wakker genoeg is om normaal op de baas te reageren. Bepaalde pijnstillers (de morfine achtige) kunnen bij honden die er gevoelig voor zijn wel een ander reactie patroon geven.

  • Ze werken dan vaak langer door dan de gebruikelijke 6-8 uur, het dier is langer sloom en reageert wat afwezig, best te vergelijken met stoned;
  • In zo’n geval zien we dit al met meegeven van het dier en wordt daar ook voor gewaarschuwd;

Bij bepaalde ingrepen is deze pijnstiller gewoon nodig omdat de normale pijnstilling gewoon niet voldoende werkt. Denk hierbij aan alle orthopedische operaties. Pijn na een ingreep is een andere reden om eventueel agressief te reageren. De hond snapt niet waarom hij ineens met wat pijn wakker wordt en is daar chagrijnig door en kan dit dan dus even afreageren.

Dit word dan versterkt door het mentaal nog niet helemaal de oude zijn zeker de eerste 12 uur na de operatie. Dit gebeurd vooral bij de wat dominantere honden die normaal gesproken al maar net onder de baas staan.

De minder dominante honden zijn in zo’n geval namelijk alleen maar blij met de steun en aandacht van het baasje. Kortom zeker de eerste 12 uur na de operatie is de hond van slag, is hij mentaal minder stabiel en is het reactie vermogen sterk verminderd.

dit is gewoon vergelijkbaar met mensen, de hond hersteld zelfs nog wat sneller. Bij 99% van de dieren moet dit bij meegeven naar huis door de dierenarts thuis absoluut geen problemen meer geven omdat ze op dat moment al voldoende hersteld zijn.

Honden die na een narcose blijvend agressiever blijven komen zelden voor. Vaak was er dan op hersen niveau iets al niet helemaal goed en heeft de narcose dat proces versneld. Bij erg dominante of juist bange honden kan bij het niet goed aanpakken van het onder narcose brengen (en dan heb ik het niet over de gekozen middelen) natuurlijk gedragsmatig wat fout gaan.

Maar over het algemeen uit zich dat daarna in angst(agressie) bij de dierenarts en veranderd er niks in de thuissituatie. Samengevat: – Een dierenarts moet je vertellen hoe hij/zij inschat wat de situatie van de komende uren gaat worden.

Als de dierenarts het niet verteld, vraag er dan naar! – Een dierenarts mag/moet een hond niet meegeven aan mensen als deze nog niet voldoende ontwaakt is. – Oudere honden hebben vaak langer nodig om geheel te herstellen – Honden die al problemen vertonen of er tegen aan hikken, kan dit gedrag versterkt worden door de narcose – Honden die uit narcose komen, hebben pijn.

  1. Een dier die pijn heeft kan vervelend reageren naar de omgeving, helemaal als daar ook nog een bepaalde versuftheid bij komt;
  2. Ze reageren dan defensief als bescherming voor zichzelf Onderstaand is nog een stukje over de narcose zelf, ook geschreven door de dierenarts;

Het wegbrengen voor een operatie is zowel voor hond als baasje altijd spannend. Grote vraag van veel mensen is altijd: wat is nu precies het narcose risico? Het aanwezige narcose risico word bepaald door de volgende punten: 1. Een goed lichamelijk onderzoek voorafgaand aan de narcose om aanwezige risico’s op te sporen, zoals bijvoorbeeld een hartruis.

  • De juiste keuze van narcosemiddelen in de voor het individuele dier juiste doseringen;
  • Er is dus geen standaardnarcose, dit moet per dier bekeken worden!!!!!!! 3;
  • Een goede controle van ademhaling, hartslag, en temperatuur tijdens de operatie;

En heel belangrijk: een goede controle tijdens het wakker worden van de hond. Regelmatig controleren van de ademhaling, pols, temperatuur, vrij zijn van de adem weg en het tijdig wakker spuiten als de gebruikte narcosemiddelen dit mogelijk maken. Te snel wakker spuiten kan ook spierkrampen en lichte agressie veroorzaken omdat dan nog niet alle middelen uitgewerkt zijn 5.

Goede uitleg aan de eigenaar bij weer naar huis gaan van de hond over wat hij kan verwachten van de na effecten van de narcose. Als dierenarts hebben we de beschikking over een groot aantal verschillende narcosemiddelen, die we alleen of in een combinatie kunnen gebruiken (met als voordeel dat we van beide dan minder hoeven te geven).

Elk middel heeft zijn gewenste effecten maar ook een minder gewenste extra belasting van een of meerdere orgaansystemen zoals het hart, de longen, de lever en/ of de nieren. Een (jonge) gezonde hond kan prima met deze “extra” belasting omgaan , waardoor het narcose risico zeer klein is.

De honden worden na de operatie over het algemeen snel wakker, willen ‘s avonds al weer eten en even uit, en zijn dan de volgende dag bij het geven van een goede pijnstilling (afhankelijk van de ingreep) weer vrijwel de oude.

Bij de zogenaamde senior honden ligt het risico wat hoger. Bij deze honden kan er namelijk sprake zijn van onderliggende problemen zoals beginnend nier- of leverfalen. Daarom raden we ook bij alle honden ouder dan 8 jaar een bloedonderzoek aan voorafgaand aan de narcose.

  • Vinden we hierin afwijkingen dan kunnen we voor andere middelen kiezen die zo min mogelijk door de lever of nieren uitgescheiden hoeven te worden;
  • Indien nodig kunnen we dan ook door middel van een infuus de lever en nierfunctie ondersteunen;

Op deze manier kunnen we er dan voor zorgen dat het narcoserisico gering is en dat het nier- of leverfalen ook niet erger word door de narcose. Bij het horen van een hartruis moet er eerst een echo van het hart gemaakt worden voor het dier onder narcose gaat.

  • Afhankelijk van de ernst en het type van de hartafwijking kunnen we dan bepalen of het verantwoord is om de hond onder narcose te brengen en zo ja met welke narcose middelen;
  • Het narcoserisico blijft in dit geval altijd groter;

Een extra aandachtspunt is de narcose bij alle kortsnuitige honden (bulldog, mopshond etc. Door de afwijkende bouw van de neus, luchtwegen en het gehemelte hebben dit type honden normaal al moeite met de ademhaling. Zodra ze wat verdoofd raken door de narcosemiddelen zal door ontspannen van alle spieren in veel gevallen de luchtpijp afgesloten worden waardoor ze kunnen stikken.

  1. Deze honden moeten op dit moment dus heel snel geïntubeerd worden zodat ze weer een vrije adem weg hebben;
  2. Met name de recovery (het wakker worden) kan bij deze rassen kritisch zijn, de tube mag er pas uit op het moment dat ze echt weer goed zelf kunnen slikken en ademen (wat in veel gevallen neerkomt op net voordat ze tube op willen gaan eten!!!) en ook de uren daarna moet de ademhaling goed gecontroleerd worden;

Bij voldoende ervaring met het onder narcose brengen van deze rassen en een goede controle tijdens de recovery is het narcoserisico gering. Narcose is maatwerk en moet aangepast worden aan het individuele dier, met een goed onderzoek vooraf en een goede controle tijdens en na de narcose is het risico zeer klein.

Hoe voelt een hond zich na sterilisatie?

Nazorg – Je hond blijft na de ingreep meestal een middag op de dierenkliniek om even bij te komen van de narcose. De meeste teven herstellen snel van een sterilisatie. Ze voelen zich al snel weer fit. Toch is het goed je hond nog een paar dagen rust te geven zodat de wond goed kan herstellen.

  • Na een dag of tien volgt er een wondcontrole bij de dierenarts;
  • Ziet de wond er rood of gezwollen uit? Komt er vocht of bloed uit? Of likt je hond overmatig aan de wond? Ga dan eerder langs bij de dierenarts en wacht niet af;

Ook wanneer je hond de dag na de operatie niet wil eten of drinken is een extra controle verstandig. Eventueel kan er pijnstilling voorgeschreven worden. Wil je je hond laten steriliseren? Of zoek je meer informatie over de sterilisatie? Raadpleeg dan je dierenarts! Je kunt hier een bij je in de buurt vinden..

Hoe lang duurt een sterilisatie?

​Een sterilisatie (vasectomie) is een eenvoudige ingreep waarbij de uroloog de zaadleiders onderbreekt. Deze zeer veilige vorm van anticonceptie voorkomt dat zaadcellen het zaadvocht bereiken tijdens de geslachtsgemeenschap. In overleg met uw arts heeft u tot een vasectomie besloten.

Hier leest u er meer over. Er zijn verschillende andere mogelijkheden om een ongewenste zwangerschap te voorkomen, bijvoorbeeld anticonceptiepil, condoom of spiraaltje. Het grote verschil tussen deze methoden en sterilisatie is dat de laatste beschouwd wordt als een definitieve anticonceptiemethode.

Dat wil zeggen dat de sterilisatie in principe onomkeerbaar (onherroepelijk) is. Een sterilisatie is dan ook alleen een goede keuze wanneer u zeker weet dat u geen kinderen (meer) wilt. De volgende punten zijn van belang:

  • Om infectie te voorkomen, vindt de ingreep onder steriele omstandigheden plaats. Voorafgaand aan de ingreep ontsmetten wij het gebied rond de balzak met een vloeistof. Wij vragen u zelf de haren op en rond de balzak te scheren of te verwijderen met een ontharingscrème. Dit kunt het best thuis doen. Zo heeft u minder last van de ontsmettingsvloeistof.
  • Als u bloedverdunners gebruikt, wilt u ons dan bellen? Dan bespreken we of u tijdelijk het gebruik van bloedverdunners kunt stoppen. Dat hangt af van de reden waarom u ze gebruikt. Als u dat niet (precies) weet, vraag het dan aan uw huisarts.
  • Op de dag van de ingreep neemt u vrij van uw werk.
  • U hoeft voor de ingreep niet nuchter te zijn.
  • Neemt u voor ná de ingreep een strak zittende onderbroek of zwembroek mee. Deze houdt u zeker tot 24 uur na de ingreep aan.
  • Omdat u een plaatselijke verdoving krijgt, mag u na de ingreep niet zelf autorijden. Wij adviseren u dan ook om vooraf zorg te dragen voor vervoer naar huis.
See also:  Hoe Lang Zit Een Teek Op Een Hond?

De vasectomie vindt poliklinisch plaats, onder plaatselijke verdoving. Na desinfectie van de balzak krijgt u in de huid van de balzak links en rechts een verdovende injectie. Vervolgens maakt de uroloog een kleine snede links en rechts, waarbij hij de zaadleiders vrijmaakt. Van beide zaadleiders verwijdert hij een stukje. Daarna bindt hij de uiteinden af. Tijdens de ingreep voelt u vaak een trekkend, pijnlijk gevoel in met name de liezen, omdat de zaadleider door het lieskanaal loopt. Soms geeft dit een pijnlijk of wee gevoel in de buik. De ingreep duurt ongeveer dertig minuten.

Kan een hond lopen na sterilisatie?

Na de operatie – We hebben op de onderarm een stukje haar weggeschoren, omdat we daar een infuusje hebben geplaatst om medicatie/infuus door toe te dienen. Het kan zijn dat er nog een verbandje om de onderarm zit, dit mag bij thuiskomst verwijderd worden.

Wat mag een hond niet na sterilisatie?

De nazorg thuis –

  • Als uw hond bij ons behandeld is gaat hij in principe weer wakker mee naar huis, maar kan nog wel wat slomer zijn dan normaal.
  • Het is belangrijk dat hij een warme plek heeft waar hij rustig bij kan komen.
  • Ga in het begin regelmatig kort en aangelijnd met uw hond naar buiten zodat hij zijn behoeftes kan doen. Maak de eerste dagen geen lange wandelingen.
  • Geef in principe geen voer de avond na de ingreep. Wel mag hij kleine beetjes drinken. Als hij wel wat wil eten, geef dan kleine beetjes en blijf in de buurt, dit voor het geval dat hij moet braken.
  • De dag na de ingreep moet uw hond weer willen eten.
  • De week na de ingreep moet u uw hond alleen aan de lijn uitlaten, wel regelmatig, maar niet te lang achter elkaar. Probeer spelen en springen te voorkomen in verband met de wondgenezing.
  • Houdt er rekening mee dat een reu na castratie nog een aantal weken vruchtbaar kan zijn!

Hoe hou ik me hond rustig na een operatie?

Belangrijke tips voor thuis:   –

  • Vaak zal uw dier een infuusnaald in een bloedvat van de poot krijgen, waardoor wij medicijnen en infuusvloeistof kunnen geven. Als uw dier weer mee naar huis gaat, wordt de infuusnaald eruit gehaald en wordt er een verbandje om de poot gedaan. Dit verbandje mag na 15 minuten weer verwijderd worden, anders kan de poot dik worden.
  • Leg uw dier op een warme plaats (maar niet op een hete plaats tegen de verwarming of in de volle zon) onder een deken of handdoek. Eventueel kunt u er een warme kruik gewikkeld in een handdoek bijleggen.
  • Laat uw dier zoveel mogelijk met rust in een vertrouwde omgeving. Door de narcose kan uw dier soms nog wat gedesoriënteerd zijn.
  • Na de narcose mag uw dier wel drinken. Begin met kleine beetjes lauwwarm water.
  • Wacht met eten geven tot uw dier goed wakker is. Te snel eten geven na een narcose leidt vaak tot misselijkheid en braken. Wacht daarom minimaal een aantal uren na de narcose en begin met kleine porties. Het kan zijn dat uw dier op de dag van de narcose geen eetlust heeft, dit is niet erg.
  • Veel likken aan de wond kan leiden tot irritatie of ontsteking. Wij adviseren dan ook om likken te voorkomen door uw hond een  Medical Pet Shirt  of  kap/kraag  om te doen. Deze zijn bij onze klinieken en via Dierapotheker. nl te koop.
  • De eerste 10 dagen na de operatie moet uw dier rustig blijven voor een optimale wondgenezing. Laat uw hond aan de lijn uit en laat hem/haar geen balspelletjes doen, springen of zwemmen. Wij adviseren om uw kat deze periode binnen te houden.
  • Mocht het nodig zijn, dan krijgt uw dier medicijnen mee. Volg de instructies op het etiket op en maak de antibioticumkuur altijd af. Lukt het niet goed om de medicijnen in te geven?
  • Tien dagen na de operatie zien we uw dier graag terug voor controle van de wond en eventueel verwijderen van de hechtingen. U kunt hiervoor een afspraak maken. Deze kosten zijn inbegrepen bij de operatie.

Waarom piept een hond na operatie?

Uw hond of kat is in het Dierenziekenhuis onder narcose geweest (of zal onder narcose gaan) voor een behandeling of operatie. Wij geven onze patiënten afhankelijk van het soort ingreep en de risico ervan een specifiek voor die patiënt samengestelde narcose om de ingreep zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Door de narcose kan de lichaamstemperatuur, normaal tussen de 38 en 39 graden, dalen. Ook heeft narcose invloed op de ademhaling en de bloedsomloop. Na de narcose zal dit allemaal weer terugkeren naar normaal.

Het kan echter een tijdje duren voordat alles weer helemaal normaal is. Daarom zijn huisdieren na narcose vaak onrustig en kunnen ze piepen, rillen, jammeren of met de kop zwaaien. Het lijkt alsof uw dier dan pijn heeft. De oorzaak echter van dit gedrag is het uitwerken van de narcose, niet de pijn! Wij geven tijdens en na de operatie zeer sterke pijnstillers.

Deze zorgen ervoor dat de pijn zoveel als mogelijk verdwijnt. Helaas kan de pijn, zeker bij grote operaties, nooit helemaal weggenomen worden. Door goede pijnstilling kan dit gelukkig wel tot een minimum beperkt blijven.

De volgende punten zijn voor u belangrijk om in de gaten te houden kort na (met name de eerste 12 uur) de narcose: Leg uw dier op een warme plaats (maar niet op een hete plaats, in de volle zon of tegen een kokende verwarming) onder een handdoek of deken, evt.

Kan een hond dood gaan van narcose?

In vergelijking met diergeneeskundige zorg is in de geneeskunde bij mensen het narcoserisico nog een fors stuk lager. Volgens Joost Uilenreef, Europees medisch specialist in anesthesiologie en pijnmanagement bij dieren, komt dit omdat specifieke complexe zorg voor risicopatiënten vooral wordt geboden bij gespecialiseerde centra.

  • Kan de diergeneeskunde hier lessen uit halen? – Er mag dan ook meer en betere aandacht komen voor de begeleiding van narcose bij dieren;
  • Dat vindt AniCura Specialistische Dierenkliniek Utrecht (SDU);
  • Zij maakt hier zelf werk van door de aanstelling van Joost Uilenreef, dierenarts en Europees veterinair specialist anesthesiologie en pijnmanagement;

Samen met hem gaat de SDU lezingen en nascholing organiseren voor dierenartsen en dierenartsassistenten. Wij gingen in gesprek met Joost over de risico’s en complicaties van narcose bij dieren en gaan dieper in op zaken die baasjes belangrijk vinden. Hart voor Dieren: Waarom is het risico op complicaties tijdens de narcose bij mensen lager dan bij dieren? Joost Uilenreef: Bij mensen is de anesthesie rondom een operatie veel uitgebreider georganiseerd, omdat er simpelweg meer geld voor beschikbaar is.

  • Dat betekent dat er meer artsen met specialistische kennis zijn én ze beschikken over meer geavanceerde apparatuur;
  • Elk ziekenhuis heeft altijd tenminste 1 anesthesioloog die een anesthesie-team aanstuurt en de complexe situaties zelf mee begeleidt;

De taken op de operatiekamer in het ziekenhuis zijn helder verdeeld, je hebt een operatie-team en een anesthesie-team. Bij dieren is dit – vanwege de hoge kosten van deze vorm van zorg – anders, maar zo efficiënt mogelijk georganiseerd. Hierbij doen minder mensen hetzelfde werk, en bepaalt de dierenarts die opereert tegelijkertijd ook de anesthesie. HvD: Welke complicaties kunnen optreden? Joost: Complicaties die kunnen optreden bij dieren zijn hetzelfde als bij mensen. Bij lange operaties of kleine dieren ligt sterke afkoeling op de loer. Het dier kan te diep of niet diep genoeg in anesthesie zijn, de bloeddruk kan instabiel worden of het hart onregelmatig gaan samentrekken. Wanneer dit niet onder controle kan worden gekregen, kunnen belangrijke orgaanfucties bedreigd worden of zelfs deels uitvallen.

Momenteel zijn er in Nederland nog maar enkele erkende medisch specialisten anesthesie voor dieren werkzaam. Meer complexe operaties worden hier uitgevoerd met dezelfde verdeling in taken zoals bij de narcose bij mensen.

Bij het ontwaken worden deze problemen dan vaak pas zichtbaar, in de vorm van niet goed doorademen na het verwijderen van het adembuisje en langzaam of heel onrustig wakker worden. Naarmate het dier voor de narcose minder fit of ernstig ziek is, neemt de kans op complicatie toe.

Maar dat hoeft niet het geval te zijn! Wanneer de dierenarts de gezondheidstoestand van het dier goed kent, kan de anesthesie op de problemen van het dier worden aangepast. Ook kunnen de risico’s op complicaties tijdens de narcose van tevoren al ingeschat en besproken worden.

Als er dan tijdens de narcose complicaties optreden, heeft de dierenarts deze al voorzien en kan hij direct de juiste behandeling geven. Zo blijven de gevolgen voor het dier ook beperkt. HvD: Sterven er regelmatig dieren door narcose? Joost: In Nederland zijn hier geen cijfers van bekend.

In het Verenigd Koninkrijk is het enige jaren geleden wel onderzocht. Hieruit bleek dat bij gezonde honden en katten het risico op overlijden tot twee dagen na de narcose ruim tweehonderd keer hoger ligt dan bij de mens.

In Nederland herkennen wij ons helemaal niet in deze cijfers, maar in Nederland is er ook (nog) geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. De kans op complicaties met ernstige gevolgen voor het dier neemt duidelijk toe wanneer het dier al ernstiger onderliggende aandoeningen aan vitale organen heeft, zoals luchtwegen, hart, longen, hersenen, lever of nieren.

Wanneer dergelijke aandoeningen niet bij de dierenarts onder de aandacht komen kan de narcose hier ook niet op worden aangepast, wat tot complicaties kan leiden. HvD: Wat kan er anders, of beter bij anesthesie? Joost: De winst zit hem vooral in meer aandacht voor het van tevoren opsporen van dieren met aandoeningen of een slechte conditie, omdat deze dieren een verhoogd narcose risico hebben.

Ook kan het dier meerdere onderliggende aandoeningen hebben, die in kaart gebracht moeten worden. Door bij de huisdiereigenaar goed door te vragen en bij twijfel eventueel nader onderzoek te doen kunnen aandoeningen al vooraf worden vastgesteld en zo mogelijk worden behandeld.

Vervolgens kan een anesthesieprotocol gevolgd worden waar de praktijk bekend mee is en die aansluit bij wat het dier nodig heeft. Zo wordt het risico verminderd. Ik werk nu ruim 12 jaar als anesthesioloog in Nederland en heb mijzelf ten doel gesteld om mijn kennis en ervaring over anesthesie en pijnbestrijding beschikbaar te stellen voor alle klinieken.

Om zo gezamenlijk meer aandacht en betere zorg rondom de narcose bij dieren te realiseren. Zo organiseren we vanuit de Specialistische Dierenkliniek Utrecht (SDU) regelmatig kennissessies voor dierenartsen en dierenartsassistentes over anesthesie en helpen we bij het maken van de vertaalslag naar hoe ze dit in de eigen praktijk zo goed mogelijk kunnen benutten.

  1. Dieren met meerdere onderliggende aandoeningen, waarbij aanpassingen aan de anesthesie gedaan moeten worden, kunnen doorverwezen worden naar een specialistische kliniek waar een Europees specialist anesthesiologie werkzaam is;

Niet alle huisdiereigenaren zijn bekend met mogelijkheid dat ze hun eigen dierenarts hiernaar kunnen vragen. De vaak complexere zorg is bij een kliniek als de SDU, met alleen maar erkend medische specialisten, door veel ervaring heel efficiënt ingericht. HvD: Hoe kunnen huisdiereigenaren beter geïnformeerd worden over de risico’s en bijwerkingen van narcose? Joost: Een gezond jong-volwassen dier zonder ziekteverleden heeft geen verhoogd anesthesie risico. En is voor de standaard onderzoeken en operaties onder narcose bij uitstek goed af bij de eigen dierenarts. Deze kan de vragen over de in de praktijk gebruikte narcose-protocollen beantwoorden. Bijvoorbeeld welke pijnstilling en welke ondersteunende zorg in de vorm van extra zuurstof, infuus en actief warm houden er wordt gegeven tijdens de narcose en bij het wakker worden.

  1. Naast meer geavanceerde en meer intensieve zorg rondom de narcose, kunnen complexe onderzoeken en behandelingen onder narcose in kortere tijd worden uitgevoerd;
  2. Een optimale behandeling onder een op maat uitgevoerde narcose met een zo kort mogelijk duur verlaagt aantoonbaar het narcose risico;

Met deze zorg en bewaking van de vitale functies bij gezonde dieren houdt de dierenarts zijn narcose-ervaring op peil en kan hij ook sneller mogelijke complicatie herkennen en daar naar handelen. Deze ervaring is waardevol wanneer er dieren met een verhoogd narcose risico – zoals hele jonge, of oude dieren en dieren met minder reserve in de vitale orgaanfunctie – onder narcose gaan.

De weerbaarheid tegen de effecten van narcose is bij deze dieren verminderd Meer ondersteuning en bewaking tijdens de narcose bij deze dieren zorgt ervoor dat ze doorgaans goed door de narcose komen. Met name het weer wakker worden heeft nadrukkelijker aandacht nodig.

De bewakingsapparatuur is dan vaak al afgekoppeld en er is soms niet onafgebroken een assistente meer aanwezig als alles aanvankelijk goed lijkt te gaan. De assistente moet vaak weer helpen bij een volgende operatie of aan de balie. De dierenarts kan voor advies ook contact met mij opnemen en zo kunnen we een anesthesieprotocol afgestemd op het dier maken en de risico’s met de eigenaar bespreken.

HvD: En wat kunnen baasjes doen om complicaties zoveel mogelijk te helpen voorkomen? Joost: Voor huisdiereigenaren is het echt heel belangrijk dat ze, voordat het dier wordt geopereerd en onder narcose gaat, de juiste informatie doorgeven over de gezondheidstoestand van hun dier.

Zonder deze kennis kan de dierenarts de narcose niet goed afstemmen en wordt het risico op complicaties groter. Vertel hem of haar over de conditie, gezondheid, vastgestelde aandoeningen, allergieën voor geneesmiddelen en resultaten van eerdere onderzoeken.

Met deze informatie kan de dierenarts met zijn team een plan opstellen. Wat vaak wordt onderschat ter voorbereiding van een operatie en de daarbij behorende narcose is het belang van het nuchter houden. Als het dier niet nuchter onder narcose gaat en er in de maag voedselresten, vetdruppels, plantenresten etc.

See also:  Hoe Vertel Je Een Kind Dat De Hond Dood Is?

zitten, dan kan dit bij het onder narcose gaan omhoogkomen en kan het dier zich verslikken. Met een grote kans op een longontsteking, dit is een zeer ernstige complicatie. Het is belangrijk goed de instructies van de dierenarts rondom nuchter houden en medicatie op te volgen.

(Zie kader links) HvD: Wat gebeurt er als anesthesie niet correct wordt toegepast? Wat zijn de mogelijke gevolgen voor het dier? Joost: Als een dier een algehele anesthesie krijgt voor een operatie, bijvoorbeeld een knie-operatie dan is het doel van de anesthesie dat het dier niets meemaakt van de ingreep; dat hij niet reageert op pijnprikkels tijdens de ingreep, dat de vitale organen van het dier voldoende zuurstofrijk bloed krijgen om goed te blijven functioneren en dat het dier weer vlot en comfortabel – en zonder pijn – wakker wordt.

Als de anesthesie niet goed is toegepast zou je dat merken aan een of meerdere van bovenstaande punten. Het zou kunnen dat het dier op de operatie reageert (te lichte narcose) of meteen na de operatie veel pijn ervaart. Dit is niet wenselijk, want onvoldoende pijnstilling verhindert een optimaal herstel.

Ook is de kans dan groot dat bij een volgend bezoek aan de dierenkliniek het dier door de eerdere ervaring veel meer stress gaat vertonen. Als de bloed- en zuurstofvoorziening van de organen van het dier kritiek wordt, ontstaan de al eerder genoemde complicaties en wordt het dier in het ergste geval helemaal niet meer wakker.

Ook kan na het ontwaken, eenmaal weer thuis het dier de eerste dagen suf en futloos blijven. HvD: Bij welke diersoort treden doorgaans de meeste problemen bij narcose op en waarom? Joost: Uit het eerder aangehaalde onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk blijkt dat konijnen het meeste risico lopen. Dit heeft denk ik met name te maken met het feit dat konijnen, maar ook cavia’s en knaagdieren vaker in veel slechtere conditie bij de dierenarts komen. Dit zijn prooidieren; ze geven daardoor minder snel dan andere diersoorten aan dat ze ziek zijn. Hierom en het feit dat konijnen bekend staan op hun complicaties bij narcose, maakt dat eigenaren of de kliniek het soms wat langer aankijken voordat ze het dier voor behandeling onder narcose brengen.

Echter, wanneer door dit afwachten de conditie van het dier verder verslechtert wordt de kans op complicaties tijdens de narcose alleen maar groter. Zo houden we het beeld dat konijnen minder goed op de narcose reageren onbedoeld in stand.

Je kunt bij een ziek konijn daarom maar beter zo snel mogelijk contact opnemen met de dierenarts en niet wachten tot hij misschien zelf wel weer beter wordt. HvD: Waar moet een baasje vooral rekening mee houden als   een dier onder narcose is geweest? Joost: De eerste uren na de narcose is het dier vaak moe.

  1. Dit is vaak een combinatie van de spanning en het herstel van de operatie en de narcose;
  2. Het dier moet wel hebben laten zien goed te reageren op de eigenaar voordat het mee naar huis mag;
  3. Ook als dieren lopend de kliniek verlaten, gaan ze thuis vaak weer even lekker slapen;

Afhankelijk van de gekozen anesthesiemethode kan er na de narcose wat opmerkelijk gedrag voorkomen. Bij de hond zie je soms wat dronkenmansgang, huilen of joelen. De kat geeft kopjes en kan soms ook een dronkenmansgang vertonen. Als het dier slaapt, is het belangrijk dat hij wel weer makkelijk wakker te maken is met bijvoorbeeld de geur van voedsel of door even voorzichtig wakker te schudden en toe te spreken.

  • Maar dit testen is alleen te adviseren als – eenmaal weer thuis- de eigenaar bezorgd is of het herstel wel normaal verloopt;
  • Het elk half uur wakker schudden verstoort een goede rust van alle huisgenoten en is dus niet nodig wanneer het dier rustig ademt;

Als het niet lukt het dier te wekken, is het belangrijk meteen contact op te nemen met de dierenarts. Die kan inschatten of het nodig is langs te komen. De volgende dag zal het dier gedurende de dag weer helemaal zichzelf worden. Janken, veel likken of verstoppen kunnen tekenen van pijn en ongemak zijn, dan is het verstandig even contact op te nemen met de dierenarts. .

Is sterilisatie hond pijnlijk?

Uw hond is vandaag gecastreerd / gesteriliseerd in onze praktijk. er zijn een aantal aandachtspunten waar u bij thuiskomst en de dagen erna op moet letten. Daarnaast is een aangepaste voeding van belang. Waar moet ik direct na de operatie op letten:

  • Het drukverband dat om het pootje zit mag bij thuiskomst verwijderd worden.
  • Aangezien uw hond vandaag narcose heeft gehad kan het zijn dat hij/zij de rest van de dag en avond een beetje suf is en graag wil liggen en slapen. Naarmate de dag vordert zal uw hond waarschijnlijk steeds actiever worden.
  • Uw hond heeft tijdens de operatie een sterke pijnstiller gekregen, dit is een morfine-achtig middel. Dit brengt met zich mee dat dit voor hallucinaties kan zorgen. Sommige dieren uiten dit door gejank of piepen.
  • Het is niet normaal als uw hond juist steeds slomer wordt. Het is daarom aan te raden om uw hond warm te houden indien deze koud aanvoelt. Laat hierbij uw dier zelf bepalen of deze op een warme plek wilt liggen. U kunt uw dier ook temperaturen; de normale rectale temperatuur van de hond ligt tussen de 38° en 39° graden.
  • Uw hond zal op de dag van de operatie wellicht nog geen zin hebben om te eten doordat hij/zij nog misselijk kan zijn van de narcose. Zet daarom eerst een kleine hoeveelheid eten klaar. Het is niet erg als uw huisdier de eerste dag nog niets eet.
  • Het is normaal dat uw hond na de operatie veel behoefte heeft om te drinken. Uw hond mag na de operatie dan ook gewoon drinken. Begin ook hiermee met kleine hoeveelheden enzorg ervoor dat het niet te koud is.

Waar moet ik de eerste week na de operatie op letten:

  • De eerste dagen kan er nog wat bloed uit de wond komen. U hoeft zicht hier geen zorgen om te maken, aangezien dit waarschijnlijk een gesprongen huidvaatje is.
  • Zorg dat er geen vuil in de wond komt. Een Medical Pet Shirt (een shirt dat de wond bedekt) kan hierbij helpen. Op deze manier kan uw huisdier ook niet aan de wond komen.
  • De huid rondom het scrotum (balzak) kan bij honden na de operatie geïrriteerd en rood raken. Dit is een reactie op het scheren. Probeer uw hond te corrigeren indien deze hieraan wil gaan zitten. Lukt dit niet, dan adviseren wij dat u een jeukstillende zalf, hondenkap of Medical Pet Shirt komt halen.
  • De hechtingen die wij gebruiken lossen vanzelf op. Na 10 dagen is de wond waterdicht. Na deze 10 dagen vind de wondcontrole plaats waarbij eventueel achtergebleven hechtingen zullen worden verwijderd.
  • Probeer de eerste week het uitlaten van uw hond te beperken tot kleine stukjes. Bij de kat is het verstandig deze de eerste dagen binnen te houden.
  • We raden het af om gedurende de eerste week na operatie met uw dier te gaan zwemmen.
  • Houdt er rekening mee dat uw reu na castratie nog enkele dagen tot weken vruchtbaar kan zijn. Tevens kan het gedrag nog aanwezig zijn; er word geen nieuw testosteron aangemaakt, maar het al aanwezige testosteron moet nog afgebroken worden en daar gaat een aantal weken over heen.

Aangepaste voeding: Na een castratie / sterilisatie vindt er bij uw huisdier een hormoonverandering plaats. Hierdoor gaat de stofwisseling omlaag en heeft uw huisdier dus minder voedingsstoffen nodig. Daarom adviseren wij om de voeding van uw hond of kat hier op aan te passen. Na de castratie / sterilisatie krijgt u van ons een GRATIS zak Royal Canin Neutered voeding mee. .

Heeft een hond veel pijn na een sterilisatie?

Algemeen Bij mannelijke dieren wordt vaak gesproken over castratie en bij vrouwelijke dieren over sterilisatie maar castratie en sterilisatie is niet hetzelfde. Via sterilisatie wordt een dier onvruchtbaar gemaak, maar blijven de zaadballen ( testikels) of eileider ( ovaria) gewoon zitten.

  • Bij castratie worden de zaadballen of eileiders en / of baarmoeder verwijderd;
  • Hierdoor wordt het dier onvruchtbaar maar wordt ook het gedrag beinvloed;
  • In Nederland wordt sterilisatie eigenlijk niet toegepast;

Zowel reuen als teven worden dus gecastreerd. Redenen om te castreren kunnen zijn: het wegnemen van de vruchtbaarheid, beinvloeden van gedrag of gezondheidsredenen. De operatie Castreren gebeurt bij honden onder algehele narcose. We geven hiertoe een injectie in de ader van de voorpoot.

  1. Ook heeft uw dier tijdens de operatie een adembuisje ( tracheotube) in de luchtpijp;
  2. Indien nodig kan er zuurstof worden toegediend of wordt uw dier via een warmtemat extra warm gehouden;
  3. Voor de operatie krijgt uw dier ook verschillende vormen van pijnstilling per injectie toegediend;

Bij de teefjes is het soms nodig om ook antibioticum in te zetten. Bij de reuen wordt na scheren en desinfecteren een snede in de huid gemaakt, tussen de achterpoten net voor de zak ( scrotum). Via deze snede worden beide zaadballen verwijderd waarna de snede in verschillende lagen weer wordt gehecht.

  • De zak zelf blijft dus aanwezig en zal in de loop der tijd kleiner worden;
  • Na de operatie is uw reu nog 6-8 weken vruchtbaar;
  • Een reu kan een loops teefje dan dus nog dekken! Ook veranderingen in gedrag worden na 6-8 weken zichtbaar;

Bij teven is er sprake van een buikoperatie. Via een snede ter hoogte van de navel worden de beide eierstokken (‘ovaria’) verwijderd. In sommige gevallen wordt ook de baarmoeder (‘uterus’) verwijderd. Daarna wordt de snede in 4 verschillende lagen gehecht. De hechtingen zijn meestal uitwendig niet zichtbaar, soms ziet u 1 of 2 kleine paarse knoopjes.

Effect op het gedrag Met name bij de reu zien we gedragsveranderingen na castratie. Gecastreerde reuen tonen minder interesse in loopse teven en verdragen andere reuen vaak beter. Bij onzekere jonge reuen is het om die reden soms verstandiger om de castratie uit te stellen.

U kunt altijd met een van onze dierenartsen overleggen. Bij teven verdwijnt uiteraard de loopsheid en is er geen kans meer op schijnzwangerschap. Wanneer castreren Reuen (en teefjes) kunnen van 6 maanden leeftijd gecastreerd worden. Bij teven van de grote rassen ( Deense/Duitse Dog bijv)is het advies 1 loopsheid af te wachten ivm het risico op incontinentie bij te vroeg castreren.

  1. Na de operatie Uw hond mag weer met u mee naar huis als hij of zij goed wakker is;
  2. Ondanks dat hij of zij goed wakker is, kan hij nog wel wat traag zijn;
  3. Het advies is dan ook om met de auto te komen; het is niet de bedoeling dat uw dier nog een eind naar huis moet lopen of naast de fiets mee naar huis gaat;

Het kan nodig zijn om uw dier te helpen om in de auto te komen of om trap te lopen ( indien nodig). Als vervoer een probleem is, laat het ons weten. Wij kunnen uw dier ook voor u thuisbrengen. We bieden uw dier, als hij of zij goed wakker is, water aan en meestal heeft uw dier bij ons ook al geplast.

Eten bied u pas weer in de loop van de middag aan, in kleine porties. Soms is uw hond wat misselijk door de narcose. Daarom liever eerst een wat kleinere portie aanbieden. Uw dier mag thuis ” normaal” drinken.

Indien uw dier niet binnen 24 uur wat wil eten en/of drinken graag contact opnemen! Om het herstel te bevorderen raden we aan de eerste dag(en) Hill’s i/d te voeren. Pijnstilling U krijgt pijnstillers mee naar huis. De pijnstilling van de injectie werkt 24 uur.

De dag na operatie begint u met de pijnstillende ontstekingsremmer, samen met wat voer. Als uw dier zich erg vervelend voelt, mag er ook voor de nacht een dosis pijnstilling gegeven worden. In het algemeen is 2-3 dagen pijnstilling voldoende om uw hond zich prettig te laten voelen.

Let op! ook als het lijkt alsof uw dier helemaal NIET pijnlijk is, raden we toch aan de tabletten te geven. De wondgenezing en het herstel gaat aantoonbaar sneller met de medicijnen! Bij teefjes is het soms nodig om een antibioticum in te zetten, bijv. als er sprake was van een baarmoederontsteking.

Kraag/body Soms heeft de reu de neiging veel aan de operatiewond te likken. Eventueel kan door teveel likken een wondinfectie optreden. In zo’n geval raden we aan een body te dragen. Een kraag is ook mogelijk maar vaak wat oncomfortabel.

Herstelperiode Uw dier moet ook enige tijd rust krijgen. Voor de eerste dag is een rustige, comfortabele en behaaglijke ligplaats prettig. Daarnaast moet uw dier de mogelijkheid hebben om vaker even te plassen. In het algemeen is uw reu na 2-3 dagen weer fit.

  1. Uw teefje voelt zich na 2-3 dgn ook weer redelijk fit maar is meestal na 7-10 dgn echt weer lekker comfortabel en wil dan echt weer fijn wandelen;
  2. Na 10 dagen gaan de hechtingen eruit;
  3. 6-8 weken na operatie is het litteken nauwelijks nog zichtbaar en is uw dier onvruchtbaar;

Wij raden aan: 1. De eerste 3 dagen lijnrust en niet te lang uitlaten! 2. De eerste 5-7 dagen niet zwemmen (in verband met het herstel van de wond) en de wond netjes droog en schoon houden. De eerste 7-10 dagen wat rustiger aan doen, niet voluit fietsen/trainen/jagen etc.

See also:  Hoe Weet Je Of Je Hond Van Je Houd?

Hechtingen Meestal ziet u na castratie geen hechtingen zitte, soms wel. Wij raden u in alle gevallen aan om op 10 dagen na operatie een afspraak te maken voor wondcontrole op de kliniek. Soms ziet u een enkel druppeltje bloed uit de wond komen kort na operatie.

Dit is normaal. Komt er meer dan een enkel druppeltje neem dan contact op met de kliniek. Na de herstelperiode Sommige honden hebben na de castratie een wat tragere stofwisseling. Ook kunnen ze wat rustiger worden, met name in het gedrag naar andere honden toe.

Hierdoor zou hij/zij wat dikker kunnen worden. Weeg uw hond regelmatig, zodat u op de gewichtsverandering kunt reageren. Het kan verstandig zijn over te gaan op een onderhoudsvoer wat daarop inspeelt. Wij raden hierbij de ‘Neutered’-lijn van Royal Canin aan.

Onze assistent(e) kan u meer over vertellen en adviseren. Complicaties Complicaties komen na deze operatie uiterst zelden voor. Heeft u vragen of twijfels over te verloop van het herstel neem dan contact op! Neem altijd contact op als Algemene info binnen 24 uur niet eet of drinkt, sloom blijft of als er vocht uit de operatiewond komt..

Waar op letten na sterilisatie hond?

Het is belangrijk dat de hond niet aan de wond komt, dit moet goed in de gaten gehouden worden. Indien nodig wordt een romper of een kraagje aanbevolen, die om moet blijven tot de wond geheel is genezen (meestal na 10 dagen). Tevens krijgt ze pijnstilling mee naar huis.

Wat mag een hond na sterilisatie?

De leeftijd waarop uw hond kan worden gesteriliseerd is van een aantal factoren afhankelijk. Voor de meeste honden die minder dan 20 kg wegen is het advies te steriliseren vóór de eerste loopsheid. Weegt uw hond meer dan 20 kg of indien uw hond een groter risico loopt op incontinentie (specifieke rassen), is het advies uw hond 3 maanden na de eerste loopsheid te steriliseren. Voordelen sterilisatie:

  • Afname van de kans op baarmoederontsteking en melkklier tumoren op latere leeftijd.
  • Onvruchtbaarheid / geen ongewenste dracht en/of schijndracht.
  • Geen kans op suikerziekte veroorzaakt door hormonen

Nadelen sterilisatie:

  • Kans op karakterverandering teef
  • Vachtverandering
  • Iets grotere kans op urine incontinentie op latere leeftijd (3-5% of minder)
  • Gevoeliger voor overgewicht

Minder baarmoederontsteking en melkkliertumoren Honden die op vroege leeftijd worden gesteriliseerd hebben aanzienlijk minder kans op melkkliertumoren. Dit heeft te maken met de invloed van de hormonen. Bij iedere cyclus die de hond doormaakt, wordt de kans op problemen op latere leeftijd groter. Bij sterilisatie vóór de eerste loopsheid is de kans op kwaadaardige melkkliertumoren op latere leeftijd bijna 0%.

Voor een advies op maat adviseren we u contact op te nemen met de praktijk. Na de sterilisatie is uw teef direct onvruchtbaar. Met elke cyclus die de hond doormaakt, stijgt deze kans. Voor kleine hondjes raden wij daarom altijd aan om vóór de eerste loopsheid te steriliseren.

Bij grote honden wordt het risico op incontinentie wat groter als deze honden voor de eerste loopsheid worden gesteriliseerd. Daarom raden we bij grote honden aan om deze te steriliseren vóór de tweede loopsheid. Baarmoederontstekingen krijgen teven onder invloed van hormonen.

Na een sterilisatie is de kans op een baarmoederontsteking dus nihil, ongeacht de leeftijd waarop uw hond word gesteriliseerd. Wij raden daarom aan om ook op latere leeftijd uw hond alsnog te steriliseren.

Onvruchtbaarheid en loopsheid en schijnzwangerschap blijven weg. Doordat de eierstokken en een klein deel van de baarmoeder worden verwijderd, wordt de teef onvruchtbaar en blijft ook de loopsheid weg. Dit betekent dus ook dat het bloedverlies hiermee weg is.

Dit is een fijne bijkomstigheid voor de eigenaar. Naast de loopsheid die niet meer optreedt, is er ook geen kans meer op schijnzwangerschap. Dit krijgen ze namelijk ook onder invloed van de geslachtshormonen.

Een schijnzwangerschap houdt in dat het lichaam van de hond denkt dat het zwanger is, terwijl dit niet het geval is. Ze kunnen wat slomer zijn, melk geven, slecht eten, opgezette tepels en nesteldrang hebben. Houd uw hond goed in de gaten als ze schijndrachtig zijn.

  1. Schijndracht geeft namelijk een vergrote kans op baarmoeder ontsteking;
  2. Twijfelt u, neem dan altijd contact met ons op! De normale temperatuur van een hond is tussen de 38 en 39 graden;
  3. Bij een baarmoederontsteking krijgen ze vaak koorts;

Als de temperatuur van uw hond verhoogd, is het belangrijk om contact met ons op te nemen. Geen suikerziekte veroorzaakt door hormonen Gedurende 2 maanden na de loopsheid produceren de eierstokken het hormoon progesteron. Dit hormoon zorgt er normaliter voor dat een eventuele dracht in stand wordt gehouden.

Progesteron zorgt echter ook voor een verhoogde productie van groeihormoon. Deze zorgt er weer voor dat de cellen in het lichaam minder gevoelig worden voor insuline. Als een hond in de periode na de loopsheid suikerziekte ontwikkeld, is het advies om zo snel mogelijk te steriliseren.

Met het steriliseren verwijderen we de eierstokken en daarmee de progesteronproductie, waardoor de suikerziekte nog kan verdwijnen. Kans op karakterveranderingen teef Door sterilisatie wordt het vrouwelijke hormoon oestrogeen (uit de eierstokken) weggenomen, en krijgt de (kleine) hoeveelheid testosteron, die ieder vrouwelijk dier ook produceert, relatief de overhand.

Een fel dominant teefje wordt door sterilisatie juist ‘mannelijker’ en feller. Steriliseren om het karakter te verzachten is bij de teef daarom niet zinvol. Het gebeurt niet bij alle teven maar het komt zeker voor.

Vachtverandering Bij sommige honden kan na een sterilisatie de vacht veranderen. Over het algemeen wordt de vacht dan dikker en krulleriger. Het gebeurt niet vaak maar kan wel voorkomen. Soms is na een vacht verandering een andere vachtverzorging nodig, dit kan het beste besproken worden met een trimster.

  • Iets grotere kans op urine incontinentie op latere leeftijd (3-5 %) Dit geldt vooral voor teven van grote rassen, te zware dieren en rassen waarbij (voorheen) de staart werd gecoupeerd;
  • Eventuele urine-incontinentie is echter niet levensbedreigend en heel goed met medicijnen te behandelen, in tegenstelling tot een baarmoederontsteking of melkkliertumoren;

In de afweging wél of niet steriliseren i. de mogelijke gevolgen is ons advies daarom: wél steriliseren. Gevoeliger voor overgewicht De stofwisseling verandert na sterilisatie, waardoor de teef van dezelfde hoeveelheid voer aanmerkelijk dikker kan worden.

Dit is gemakkelijk te voorkomen door na de sterilisatie wat minder voer te gaan geven, of evt. op speciaal dieetvoer over te stappen. Het is dus niet zo dat ze door de sterilisatie dikker worden. Het is het voer wat ze daarna krijgen wat ze dikker maakt.

Als u op het voer blijft staan wat u al gaf voor de sterilisatie raden wij aan om 15-20 % van het voer af te halen. Hiermee wordt voorkomen dat de hond dikker gaat worden. Uw hond is bij ons geopereerd. Hier volgen een aantal adviezen voor de eerste paar dagen.

Heeft u toch nog vragen dan mag u natuurlijk altijd bellen. Uitlaten : De dag dat u uw hond ophaalt, kan zij nog wat suf zijn van de anesthesie. hierdoor kan haar reactie vertraagd zijn. Laat haar daarom de eerste uren even kort uit, maak geen lange wandelingen.

Na de operatie adviseren wij u uw hond de eerste 10 dagen  aangelijnd uit te laten. Beweging : Om te zorgen dat de hechtingen niet onder druk komen te staan, mag de hond de eerste 10 dagen niet springen (bijvoorbeeld naar een bal of op de bank), geen trappen lopen en niet zwemmen.

Vruchtbaarheid : Teven zijn na de sterilisatie direct onvruchtbaar. Eten en drinken : De hond mag bij thuiskomst alles weer eten en drinken. Het geeft niet als  uw hond de dag van de operatie nog niet wil eten.

Het kan namelijk zijn dat uw hond nog wat misselijk is van de narcose. De volgende dag moet ze wel weer gaan eten. Het kan zijn dat uw hond wat in gewicht aankomt. Dit komt doordat de stofwisseling op een lager niveau is komen te liggen. U kunt dit voorkomen door ongeveer 15-20% minder te voeren dan voorheen.

De wond en hechtingen : De hechtingen lossen vanzelf op en dit duurt ongeveer een maand. De wond wordt onderhuids gehecht zodat zo min mogelijk hechtmateriaal aan de buitenkant zichtbaar is. Hierdoor geneest de wond mooier en heeft uw dier minder de neiging de hechtingen eruit te likken.

Uw hond mag de wond schoonlikken, maar ze mag er niet continue aan knagen of bijten. In dat geval kunt u een kraag ophalen of uw hond een T-shirt aantrekken. U hoeft niets aan de wond te doen, juist door zalf op de wond te smeren, wordt de drang om dit er af te likken groter.

  • Als de huid rondom de wond erg geïrriteerd is (door  het scheren en wassen) kunt  u daar wat vette zalf zoals purol of vaseline opsmeren;
  • Controle : We willen na 10 dagen graag de wond controleren om te zien of alles goed is gegaan;

Hier zijn geen extra kosten aan verbonden. Wanneer u ons moet bellen: Zodra u denkt dat er iets niet goed gaat of u het niet vertrouwt. Bij bloedverlies. Als uw hond voortdurend aan de wond zit. Bij herhaaldelijk braken. Niet willen drinken. Bij algeheel ziek zijn. Bij twijfel altijd bellen!.

Hoe lang pijn na sterilisatie?

Complicaties die kunnen ontstaan na de sterilisatie Bij ongeveer 4% van de mannen treedt een nabloeding of wondinfectie op. Pijn direct na de sterilisatie komt vaak voor en gaat samen met een beurs gevoel in de zaadballen en/of pijn tijdens het lopen. Meestal duurt dit enkele dagen.

Hoe lang rust na laparoscopische sterilisatie hond?

Aanwijzingen voor na de operatie – Bij een laparoscopische sterilisatie wordt drie kleine incisies in de buikwand gemaakt waardoor de camera en instrumenten de buikholte in gaat. Ondanks dat het slechts kleine gaatjes zijn en deze zorgvuldig gehecht zijn, moet u in de eerste weken na de operatie toch een aantal zaken in acht nemen zodat de buikwand weer goed aan elkaar kan groeien. Het uitlaten

  • De eerste 10 -14 dagen moet de hond rustig gehouden worden. Dit houdt in dat de hond bij het uitlaten ALTIJD aangelijnd moet zijn. Het is absoluut NIET toegestaan om de hond te laten zwemmen.

Het wondgebied

  • Door de bloedvaatjes in de huid is het vlak na de operatie soms mogelijk dat er kleine beetjes bloed uit wondjes komen. Zolang dit niet meer is dan enkele druppels en hooguit tot 2 dagen aanhoudt is dit niet verontrustend. Anders kunt u altijd contact opnemen met de praktijk om te overleggen.
  • In een heel enkel geval leggen we een buikverband aan om wat tegendruk te geven. Dit verband mag u de volgende dag verwijderen.

Om wondinfectie te voorkomen is het van belang dat uw hond niet overmatig aan de wondjes likt. Indien de hond de wond een enkele keer likt hoeven we hier geen maatregelen tegen te nemen. Wanneer uw hond echter vaak likt moeten de wondje beschermd  worden. Neem in zo’n geval contact met ons op zodat u een beschermend pakje (Medical Pet shirt) of kraag kan ophalen.

Waar op letten na sterilisatie hond?

Het is belangrijk dat de hond niet aan de wond komt, dit moet goed in de gaten gehouden worden. Indien nodig wordt een romper of een kraagje aanbevolen, die om moet blijven tot de wond geheel is genezen (meestal na 10 dagen). Tevens krijgt ze pijnstilling mee naar huis.

Hoe lang moet mijn hond kap op na operatie?

Re: Hoe lang kap om na castratie reu? – Geplaatst: 07-07-10 23:30 Als hij er echt aan zit, dan is het 10 dagen of totdat je op controle gaat bij je dierenarts. Als hij er niet aan zit, of je bent er zelf bij om te corrigeren dan mag hij af. Kap of kraag is niet leuk, maar je moet er even doorheen. Het is namelijk nog zieliger als de wond door het likken gaat ontsteken of open gaat.

Hoe lang pakje na sterilisatie?

Wondverzorging en beweging – De wond is  gehecht. Om te voorkomen dat de wond kan gaan ontsteken is het belangrijk dat uw kat niet aan de wond likt of bijt. Een kraag of een romper (MPS) voorkomt dat uw kat aan de wond kan likken of bijten. Ziet u zwellingen of roodheid rondom de wond, heeft de wond een vieze geur of komt er bloed uit? Dit kan duiden op een infectie.

In zo’n geval kunt u het beste meteen contact opnemen met de dierenarts 10 Dagen na de operatie vindt er een wondcontrole plaats. Eventuele hechtingen worden dan gelijktijdig verwijderd. U kunt hiervoor online of telefonisch een afspraak maken bij de vestiging van uw voorkeur.

Vanwege de beperkende maatregelen willen wij u vragen om na 10 dagen een foto van de wond te maken en deze per app naar ons te sturen naar de vestiging waar uw kat gesteriliseerd is. Middelburg: 06-380 860 82 Terneuzen: 06-380 860 81 Vlissingen: 06-380 860 74 Oost-Souburg: 06-380 860 75 Houdt uw kat 10 dagen na de sterilisatie binnen.

Wat verandert er na sterilisatie hond?

De meeste teefjes zullen na de sterilisatie niet van karakter veranderen. Echter door hormoonveranderingen kunnen sommige teefjes na de sterilisatie rustiger en aanhankelijker worden, maar andere juist feller en soms agressiever.