Hoe Leer Ik Mijn Hond Rustig Wandelen?

Trekken = omdraaien – Een variant op de ‘trekken = stoppen’ methode is ‘trekken = omdraaien’. In plaats van dat de hond jou leidt, zorg je er op deze manier voor dat jij de hond leidt. Wanneer er spanning op de riem komt, verander je direct 180 graden van richting en loop je de andere kant op.

Hoe leer je een hond netjes naast je te lopen?

Hoe leer je dit aan – Een makkelijke manier om hem te leren om naast je been mee te lopen is door hem te belonen als hij toevallig in de juiste positie loopt. Een voordeel van het op een positieve manier trainen is dat je hond het straks leuk vindt om netjes mee te lopen.

  • Hierdoor loop je dus een kleinere kans dat hij aangelijnd worden als een straf gaat ervaren, met alle bijbehorende ‘pak me dan als je kan’ spelletjes;
  • Daarnaast zijn er heel veel dingen die je liever niet wilt, bijvoorbeeld voor je, achter je of tussen je benen, en maar één ding dat je wel wilt, namelijk naast je been;

Communiceren wat goed is, is in dit geval dus de duidelijkste optie. TIP: Ik heb een uitgebreide online video puppycursus. Een volledige vervanging van de fysieke lessen. Lees er hier alles over.

Hoe zorg je dat je hond niet trekt?

Hoe kan ik mijn hond leren ontspannen?

Waarom wil mijn hond altijd voorop lopen?

Heeft een hond een sterke leider nodig? – Een hond heeft vooral een betrokken, geduldige en duidelijke baas nodig. Dat betekent dat er veel tijd nodig is om het gedrag van je hond te bestuderen om te begrijpen waarom hij bepaald gedrag vertoont. Als een hond blijft blaffen en uitvallen naar mensen of maar niet luistert als je roept, dan zijn daar verschillende oorzaken voor.

Misschien is hij bang, verveeld, gestrest, heeft hij te veel energie, is hij ziek of getraumatiseerd. Verder is de rol van de leider niet om alle ‘macht te hebben’. Je hoeft dus echt niet eerder dan je hond te eten, of als eerste de deur door te lopen om aan te geven dat jij de baas bent.

Een hond snapt dat helemaal niet, hij raakt enkel in verwarring. Ook honden die voorop lopen tijdens het wandelen doen dit niet omdat ze de baas willen zijn. Het is eerder andersom. In een roedel loopt de leider achterop en houdt het overzicht over de groep.

  • Als jouw hond een paar meter voor jou loopt doet hij dat eigenlijk om de boel te ‘verkennen’;
  • Schattig he?  Lees meer over het uitlaten van een hond;
  • Wel is het belangrijk om duidelijk aan te geven wat je van de hond verlangt en om consequent te zijn;

De huishond wil ons van nature graag pleasen, dus hij doet graag z’n best voor je. Hij zal misschien niet alles gelijk begrijpen maar hij zal alles in het werk stellen om jou trots en blij te maken!.

Wat moet je doen als je hond trekt bij het wandelen?

Trekken = omdraaien – Een variant op de ‘trekken = stoppen’ methode is ‘trekken = omdraaien’. In plaats van dat de hond jou leidt, zorg je er op deze manier voor dat jij de hond leidt. Wanneer er spanning op de riem komt, verander je direct 180 graden van richting en loop je de andere kant op.

Hoe trekken aan de leiband afleren?

Hoe voorkomt u dat een pup gaat trekken aan de riem? – Pups zullen in het begin niet altijd netjes aan de riem kunnen lopen. Dit komt doordat het wandelen aan de riem helemaal nieuw is en ze zich nog niet volledig op de baas kunnen focussen. U kunt wel van jongs af aan beginnen met training.

  1. Wanneer de pup (toevallig) netjes naast u loopt, beloont u hem;
  2. Na enige tijd zal hij de link kunnen leggen tussen netjes wandelen en een beloning krijgen;
  3. Daarnaast kunt u de pup met wat lekkers in uw hand verleiden om netjes naast u te lopen;

U kunt daar vervolgens het commando ‘naast’ aan gaan verbinden. Bij een jonge pup heeft het geen zin om dit commando voor de handeling te geven. Er is op straat waarschijnlijk nog veel te veel afleiding en de kans dat de hond het commando niet opvolgt is erg groot.

Geef het commando dus pas op het moment dat de hond daadwerkelijk netjes naast u loopt. Wanneer de hond ouder wordt, kan dit commando uiteraard wel gebruikt worden om een handeling van de hond te vragen.

Wanneer de pup iets ziet waar hij graag naartoe wil en daardoor gaat trekken aan de riem, kunt u het beste proberen om de aandacht van uw pup te krijgen door wat lekkers aan te bieden, een gek geluidje te maken of door uw knieën te gaan. Zodra de pup bij u is, wordt hij beloond en loopt u vervolgens een stukje verder.

Wat is de beste riem voor een hond die trekt?

Leren hondenriem – Leren hondenriemen zijn zeer degelijk en sterk. Let er wel goed op of ze geniet of gestikt zijn. Heb je een hond die veel trekt dan raden wij altijd een gestikte hondenriem aan daar deze steviger zijn als een riem die geniet is. Leer heeft vaak een mooie, robuuste uitstraling maar dient wel goed onderhouden te worden. .

Waarom trekt een hond aan de lijn?

Mijn hond trekt enorm aan de riem? Waarom? – Er kunnen veel redenen zijn waarom een hond aan de lijn trekt:

  • Teveel energie
  • Te weinig regels en grenzen (tijdens het lopen aan de lijn)
  • Hij ruikt iets waar hij graag naar toe wil
  • Hij heeft het (nog) niet geleerd
  • Gebrek aan mentale stimulatie
  • Hij heeft niet de juiste gemoedstoestand (opgewonden bijvoorbeeld)
  • Verkeerd riemgebruik (daar is geen standaard voor)
  • Verkeerde vorm van begeleiding van de mens
  • Gebrek aan stabiliteit (vanuit mens en hond)
  • Spanning
  • En nog meer oorzaken

Wat betekent het als een hond zijn poot op je legt?

(Overname van deze artikeltjes voor ander dan persoonlijk gebruik is niet toegestaan zonder  toestemming van de auteurs. Voor toestemming kun je contact opnemen met één van de instructeurs) In de natuur zie je dat de voorouders van onze huishond, de wolven, onderling bepaalde handelingen uitvoeren om te bepalen  wie het hoogste is in rangorde en wie dus de baas is.

Dit soort handelingen worden dominantiehandelingen genoemd. Ook onze  huishond zijn dergelijke handelingen niet onbekend. De hond is een sociaal dier dat van nature in een roedel leeft. Bij onze huidige huishond is het gezin de roedel en zijn  wij de roedelgenoten.

Om te zorgen dat de roedel veilig is, over voldoende voedsel kan beschikken en sterk genoeg is om  te blijven voortbestaan, is het belangrijk dat ieder individu een vaste plaats heeft in de roedel. Er is één leider en één  laagstgeplaatste en daartussenin heeft ieder lid van de roedel een vaste plaats in de rangorde.

Als deze rangorde duidelijk  is geeft dit de hond een gevoel van veiligheid, is de rangorde niet duidelijk dan levert dit stress op en zal een  lagergeplaatste hond uiteindelijk de leiding nemen om zo de stabiliteit van de roedel te herstellen.

Dit betekent dat ook binnen het gezin (de roedel) de verhoudingen duidelijk moeten zijn. In het meest ideale geval is  natuurlijk de eigenaar van de hond de roedelleider, daaronder volgen de eventuele partner en kinderen en helemaal onderaan  de sociale ladder staat de hond van het gezin.

  1. Dit is niet zielig;
  2. Wanneer deze plaats voor de hond duidelijk is zal hij  zich hierbij neerleggen omdat een duidelijke rangorde hem een gevoel van veiligheid geeft;
  3. Zoals al eerder is aangegeven voeren wolven (en ook honden) bepaalde handelingen uit om te bepalen wie de hoogste in  rang is;

Deze handelingen kan de hond ook op ons uit voeren. Hieronder worden de meest voorkomende dominantiehandelingen  weergegeven die door honden (bij mensen en/of andere honden) worden uitgevoerd:

  • Poot opleggen; dit is aandachtvragend (aandachteisend) gedrag, bijvoorbeeld om geaaid te worden.
  • Neus duwen; dit is ook aandachtvragend gedrag.
  • Kop op arm of schoot leggen; dwingend om aandacht vragen.
  • Op schoot gaan liggen; de hond neemt letterlijk en figuurlijk een hogere positie in dan de eigenaar.
  • Voorop lopen en trekken aan de lijn; de hond bepaalt de richting en het tempo van de wandeling.
  • Uitdagen tot spel; de ranghogere bepaalt wanneer en hoe lang gespeeld wordt, door steeds in te gaan op het uitdagen  van de hond wordt deze bevestigd in zijn rangorde.
  • Grommen en / of lippen optrekken; kan een dominantie-uiting zijn, maar is bij sommige honden ook een uiting van  blijdschap (sommige honden “glimlachen”), het is hierbij belangrijk om op de gehele lichaamshouding van de hond te letten.
  • Markeren: plassen of ontlasten op een zo hoog mogelijke plaats.
  • Over urine van een andere hond plassen.
  • poten vegen, krabben over de grond; dit is het achterlaten van een visueel teken van aanwezigheid en het  verspreiden van geur.
  • Plaats innemen; zich letterlijk op de plaats van de baas begeven.
  • Spel winnen; incidenteel is dit goed voor onderdanige, onzekere honden om wat meer zelfvertrouwen te krijgen,  het is echter niet verstandig om een dominant type hond een spel te laten winnen.
  • Bemoeien met situaties in het gezin; het bewaken van de goede orde binnen de roedel is een taak van de leider.
  • Rij-gedrag; dit is geen seksuele prikkel maar een duidelijke dominantiehandeling.
  •   Direct aankijken / staren; dit wordt ook wel fixeren genoemd, dit fixeren gaat vaak vlak aan een aanval vooraf.
  • Afstand nemen, kop afwenden; dit is het negeren van de ander.
  • Over de bek bijten; bij de mens is dit vergelijkbaar met in de handen bijten, dit is een teken van dominantie.
  • Overstaan; over de ander heen gaan staan; bij pups is dit vaak een onderdeel van het spel, bij volwassen honden  zeker niet meer. Als één van de twee zich niet overgeeft zal er vrijwel zeker een vechtpartij volgen.
See also:  Hoe lang is een hond zwanger?

Er zijn dus nogal wat handelingen die een hond kan uitvoeren om zo dominantie tentoon te spreiden en te  proberen zijn hoge rangorde te bevestigen. Uit bovenstaande volgt een aantal “regeltjes” die dienen om rangordeproblemen zoveel mogelijk te voorkomen:

  • Laat de hond niet toe op bed of bank. De hogere positie wordt door de hond letterlijk opgevat.
  • Neem in de omgang met je hond geen “lage” houding aan. Dus niet op de grond gaan liggen tijdens het spel.
  • Bepaal zelf het begin en einde van een handeling, bijvoorbeeld bij het borstelen, maar ook bij een spelletje.
  • Negeer de hond als hij op een opdringerige manier om aandacht vraagt door middel van neusduwen, brengen van  speeltjes, piepen of pootjes geven.
  • Loop niet naar de hond toe maar laat hem op commando komen, de ranglaagste komt immers naar de ranghoogste toe.
  • Sta niet toe dat de hond opspringt (niet bij de baas en niet bij vreemden) of tegen iemand op gaat staan, ook  niet tijdens het spel of terwijl men op een stoel zit.
  • Doe geen wilde trekspelletjes met de hond, tenzij deze het commando “los” voldoende beheerst.
  • Sta het bijten in armen, benen of kleding niet toe, ook niet als spel.
  • Voorkom dat de hond als eerste een deur in of uitloopt. Laat hem eerst gaan zitten en ga zelf als eerste door  de deur.
  • Bepaal tijdens de wandeling zelf de route en laat deze niet door de hond bepalen. Wissel de route regelmatig af  zodat deze niet voorspelbaar wordt voor de hond.
  • Laat de hond niet markeren waar en wanneer hij maar wil als hij aan de lijn loopt.
  • Het rijden op mensen of andere honden, of een poging daartoe moet direct onderbroken worden.
  • Loop niet om de hond heen als hij in je looproute staat of ligt, de hond moet voor jou opzij gaan. Wanneer  de hond op de grond ligt te slapen, stap dan over hem heen.

Wanneer de rangorde binnen het gezin duidelijk is en de hond zijn plaats als ranglagere goed kent is het  niet erg om af en toe van bovenstaande regeltjes af te wijken. De hierboven genoemde “regeltjes” hebben betrekking op de alledaagse omgang met de hond. Door het  hanteren van deze regels voorkomen we dat de hond de kans krijgt zich dominant te gedragen naar ons toe  en bevestigen we onze eigen rangordepositie. Naast het toepassen van deze regels kunnen wij als eigenaars  nog een aantal actieve dominantiehandelingen uitvoeren om onze rangorde te bevestigen:

  •   Laat de hond regelmatig voor je “werken” (10-15 keer per dag); geef de hond een commando (bijvoorbeeld “zit”)  en beloon hem voor een goede uitvoering.
  •   Laat de hond een commando uitvoeren voordat hij zijn voerbak mag leegeten (bijvoorbeeld eerst laten zitten  of liggen), vervolgens mag de hond op jouw commando zijn voer pakken. Op deze manier maak je de hond afhankelijk van  jou voor het verkrijgen van voer en bevestig je je leidinggevende rol.

Hoe krijg je een rustige hond?

Aaien is veiliger dan echt knuffelen in stressvolle situaties; Werk in huis met kalmerende geluiden zoals klassieke muziek, honden kalmeren hiervan; Overweeg een thundershirt als je hond bang is voor onweer, autorijden of vuurwerk; Praat over angst en stress met een gedragsdeskundige.

Hoe Ontstress je een hond?

Hoe krijg je een drukke hond rustig?

Hoe weet je of je hond dominant is?

Wat is een dominante hond? – Dominant gedrag wordt vaak bestempeld als gedrag waarbij de hond altijd probeert om de leiding (over) te nemen. Wanneer we van de nieuwe inzichten uitgaan, weten we dat gedrag dat wij als dominerend zagen niet als doel heeft de baas te worden, maar vaak ontstaat uit onzekerheid of een gevoel van onmacht.

  1. Soms heeft de hond gewoonweg niet geleerd hoe hij zichzelf moet gedragen en beheersen in het bijzijn van de mens;
  2. Soms weet hij niet hoe hij met de situatie om moet gaan of heeft het gevoel dat hij zich moet verdedigen;

Agressie, of gewoon ongehoorzaam gedrag is dus geen dominantie. Wanneer een hond zeer zelfverzekerd is tegenover andere honden, zoals er ook dominante mensen zijn, spreken we van een dominante hond..

Hoe corrigeer je een dominante hond?

De kijk op dominantie en rangorde bij honden, en daarmee ook onze manier van omgaan met honden, is de afgelopen decennia nogal eens gewijzigd. Onderzoek geeft hierin steeds nieuwe inzichten. Dit artikel probeert een kort overzicht te geven van deze ontwikkelingen en de stand van zaken. Het is daarbij van belang om de termen ‘dominantie’ en ‘rangorde’ van elkaar te onderscheiden. Dominantie zegt iets over de relatie tussen twee dieren.

  1. De rangorde is het geheel aan relaties en statusverschillen in de hele groep: het plaatje dat ontstaat als alle onderlinge dominantie-relaties zijn vastgesteld;
  2. De hond is ontstaan uit de wolf;
  3. Dat is niet van de ene op de andere dag gebeurd;

De meest ondersteunde theorie is dat in eerste instantie sommige wolven zich gingen aanpassen aan de levenswijze van mensen. Toen mensen nederzettingen gingen stichten, ontstonden afvalhopen buiten het dorp. Voor wolven boden die een aantrekkelijke voedselbron.

  • Wolven zijn van nature schuw, maar de wolven die wat minder schuw waren dan hun soortgenoten en dus bij deze afvalhopen durfden te komen, waren in het voordeel;
  • Door deze gemakkelijke voedselbron overleefden ze gemakkelijker en produceerden ze meer pups;

Doordat er op die manier automatisch geselecteerd werd op de dapperste dieren, werden deze tussenvormen van wolf en hond steeds minder schuw en durfden ze dichter bij de mens te komen. Uiteindelijk werden ze zo tam dat ze door de mens benaderd en later ook gebruikt konden worden, bijvoorbeeld als hulp tijdens de jacht.

Toen de mens de hond voor verschillende doeleinden ging gebruiken, kozen zij steeds de tamste, minst agressieve dieren uit om mee te fokken. Ook werd geselecteerd op bruikbaarheid voor bepaalde doelen. Zo ontstonden honden in verschillende typen, en (veel) later ook echte rassen.

Omdat de mens de hond wilde leren om bepaalde taken uit te voeren, maar ook omdat het belangrijk werd dat honden zonder problemen konden meedoen in onze maatschappij en manier van leven, was meer kennis en begrip nodig van zijn gedrag. Bij het verklaren van hondengedrag en het bepalen van hoe men met de hond zou moeten omgaan, is veel naar wolvengedrag gekeken.

  • Daarbij ging men er van uit dat wolven in een strikt hiërarchisch systeem leefden, met een dominante leider die als een dictator over de roedel heerste en onder hem een vaste rangverdeling;
  • Men dacht ook dat elke wolf steeds bezig was om hoger in de rangorde te komen;
See also:  Wanneer Wisseld Een Hond Zijn Tanden?

Deze denkbeelden over hoe het er aan toe ging in een wolvenroedel waren tot stand gekomen door observaties van wolvenroedels in gevangenschap. Men keek vooral naar wie er naar wie agressie vertoonde en stelde aan de hand daarvan een rangorde op. Dat model werd tot begin deze eeuw vaak als voorbeeld voor de huishond genomen.

De eigenaar moest de rol van dominantie leider op zich nemen, en de omgang met de hond was er steeds op gericht om te zorgen dat hij geen kans kreeg om op te klimmen in rang. Er werd door trainers aangeraden om ‘dominante handelingen’ uit te voeren en vaak werd met fysiek geweld getracht de hond in te laten zien dat hij onderaan de rangorde stond, zoals door de hond op zijn rug te gooien.

Ondanks dat er inmiddels veel meer onderzoeken zijn gedaan aan hondengedrag en nieuwe inzichten zijn ontstaan, zijn er nog steeds trainers die dit model hanteren en dergelijke methodes voorschrijven. Onderzoek van David Mech naar wolven in het wild leverde echter een ander beeld op.

  • De wolven die hij observeerde, hadden geen ranggevechten om wie er bijvoorbeeld als eerste mocht eten en wie er mocht paren, er waren geen tekenen dat de leden van de groep steeds probeerden hogerop te komen;

Een roedel bestond uit een natuurlijke groep van een ouderpaar en hun nakomelingen van enkele jaren. Vader en moeder waren automatisch de leiding van de groep. Na een aantal jaar verlieten de nakomelingen vaak de roedel om een eigen gezin te stichten. Dit veranderde de kijk op wolven, maar ook die op onze hond.

  • Er kwam een nieuwe stroming op gang die er van uit ging dat ook honden helemaal niet probeerden om hoog in rang te worden, en dat het hele begrip dominantie niet van toepassing was op de hond;
  • Ook met dit onderzoek in het wild was echter nog geen totaalbeeld van de samenleving van wolven ontstaan;

De observaties aan de wolven waren wel 13 keer gedaan in de zomerperiode. In die periode is er meestal voldoende voedsel voor alle leden van de groep. Daarbij kwam dat het onderzoek niet in de paartijd viel, en er dus geen strijd was om wie er mocht paren.

Sterker nog, in de zomer zijn er jongen om samen voor te zorgen. Toen echter aan dezelfde wolven ook in de winter onderzoek werd gedaan, bleek dat er in die periode wél conflicten voorkwamen, bijvoorbeeld om voedsel en wie er mocht paren.

De verklaring was dat in die periode de bronnen, zoals voedsel, schaarser waren en er dus een hogere motivatie was om die bronnen te pakken te krijgen en te behouden. Concurrentie is een belangrijke reden om agressie in te zetten. Maar wijst die agressie ook op dominantie? En wat zegt dat over onze huishond? Hoewel de hond vaak met de wolf wordt vergeleken, moet men in gedachten houden dat honden niet hetzelfde zijn als wolven.

Honden zijn immers door domesticatie en selectie steeds tammer geworden. Ze zijn meer aangepast aan het leven met de mens dan de wolf. Wel zijn honden en wolven nog steeds nauw verwant en komt een groot deel van het gedrag van wolven en honden met elkaar overeen.

Vaak is gekeken naar agressie als teken van dominantie. Onderzoekers en trainers bekeken de strijd om bepaalde belangrijke zaken in bezit te krijgen of houden, en op grond daarvan concludeerde men dat er wel of geen dominantie en rangorde speelde. Het idee was: wie wint, is hoger in rang.

  1. Maar omdat het uitvechten van conflicten afhankelijk is van de mate van concurrentie en van hoe gemotiveerd een dier is om een bepaalde zaak in bezit te krijgen, bleek dat geen goede maatstaf;
  2. Dat is eigenlijk ook heel logisch;

Wie erg gemotiveerd is omdat hij iets heel graag wil hebben, zal daar meer energie in willen stoppen en er meer risico voor willen lopen. En als er meer concurrentie is, bijvoorbeeld omdat er veel dieren zijn en er weinig voedsel is, zal een dier eerder agressie inzetten om toch iets te pakken te kunnen krijgen.

  • Status hoeft daarbij niet noodzakelijkerwijs een rol te spelen;
  • Want ook al is een dier de baas, als hij net zijn buik helemaal vol heeft gegeten en dus niet zo gemotiveerd is om te eten, dan zal hij minder geneigd zijn om de strijd aan te gaan over stukje voedsel met een ander dier dat misschien erge honger heeft;

Waarom zou hij energie verspillen aan vechten en misschien risico lopen op een wond, als hij al vol zit? En dat andere dier is misschien wel erg laag in rang, maar als hij flinke honger heeft (en dus veel motivatie) zal hij tóch sneller agressie inzetten om iets te eten te bemachtigen, ook al is zijn tegenstander hoger in rang.

  1. Hij wil immers wel overleven;
  2. Een volgende keer kunnen de rollen omgedraaid zijn: als het hoger geplaatste dier sterk gemotiveerd is doordat hij honger heeft, zal hij wél het voer willen bemachtigen, en zal de ander zich waarschijnlijk snel gewonnen geven;

Agressie signalen zoals grommen of uitvallen worden dan ook twee kanten op gegeven: zowel van hoog naar laag als van laag naar hoog. Dit is afhankelijk van wie er het meest gemotiveerd is om iets te bemachtigen en van de situatie. Wie een rangorde probeert op te stellen aan de hand van vertoonde agressie, loopt dus het risico dat het plaatje er steeds weer anders uitziet, omdat de motivatie van de dieren en de situatie niet constant zullen zijn.

Als agressie geen goede aanwijzing is, dan blijft de vraag over welk gedrag dan wél iets kan zeggen over het bestaan van een rangorde. Zoals duidelijk is geworden, is de vraag wie in een groep de ranghoogste is en hoe de rangorde eruit ziet lang niet altijd te beantwoorden door te kijken naar wie er ruzies wint of wie er veel agressie vertoont.

Er blijken andere mechanismen een rol te spelen. Om te weten of er een rangorde bestaat en zo ja, wie er dan bovenaan of juist onderaan staat, kan men het beste kijken naar signalen die maar naar één kant worden gegeven. Dus signalen (gedragingen) die alleen door hoger geplaatsten naar lager geplaatsten worden gegeven, of juist alleen door laag geplaatste naar de hoger geplaatste dieren.

Dit soort signalen zijn vaak ‘rituelen’ geworden die ervoor zorgen dat op een risicoloze manier steeds conflicten opgelost kunnen worden. Dat noemen we ‘formele dominantie’: de verschillen in status die gebaseerd zijn op signalen die steeds maar in één richting worden gegeven.

Wie een rangorde opstelt aan de hand van dergelijke formele statussignalen, krijgt steeds vrijwel hetzelfde plaatje, ook al is de situatie steeds anders. Ook al is er sprake van concurrentie om voedsel of partners, deze rangverhouding tussen twee dieren blijft steeds hetzelfde.

Het bestaan van formele dominantie is bij allerlei diersoorten waargenomen. Ook bij wolven en bij vrij levende honden werd in onderzoeken vastgesteld dat er een rangorde te bepalen was door te kijken naar formele signalen en houding.

Bij honden in gevangenschap was dit nog niet gezien. Een onderzoek aan een groep gecastreerde huishonden leidde bij Bradshaw tot de conclusie dat dominantie en rangorde niet voorkwamen. Zijn onderzoek naar competitief gedrag leidde tot een niet rechtlijnige rangorde.

  1. De vraag was of bij dit onderzoek wel naar de juiste gedragingen gekeken was: er werden bijvoorbeeld vormen van agressie meegenomen zoals grommen en aanstaren (dreiggedrag);
  2. Daarentegen was de houding van de honden niet meegenomen in dit onderzoek;

Nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat formele dominantie wel degelijk een mechanisme is dat een rol speelt in groepen honden in gevangenschap. In Nederlands onderzoek door Van der Borg en collega’s uit 2015 bij een groep honden is met behulp van kwantitatieve metingen onderzocht of er een rangorde was en welke signalen een teken zijn van formele dominantie, dus aan welke houdingen en gedragingen men kan zien hoe de rangverhoudingen liggen.

Hieruit bleek dat een aantal gedragingen tussen tweetallen dieren voornamelijk in één richting werden vertoond. Dit zijn dus de formele statussignalen. Ze geven stabiele verschillen in rangorde aan, die niet afhankelijk zijn van motivatie of situatie.

See also:  Wat Moet Je Doen Als Je Hond Een Teek Heeft?

Aan de hand van deze gedragingen kon een stabiele rangorde worden opgesteld. De formele statussignalen die uit dit onderzoek tevoorschijn komen, zijn: Vanuit de hoger geplaatste hond, dus tekenen van een hogere status:

  • een hoge houding (behalve als de andere hond ook een hoge houding aanneemt)
  • het over de snuit bijten

Vanuit de lager geplaatste hond, dus tekenen van een lagere status:

  • een lage houding of op de rug gaan liggen met een laag gehouden staart
  • het verlagen van de houding naar een lager dan neutrale houding in nabijheid van de ander
  • het kwispelen met een lage, breed uitslaande staart (‘zwabberkwispel’)
  • het likken van de mondhoeken van de ander
  • het onder de kop van de ander doorlopen

Drie van deze gedragingen kwamen tussen vrijwel alle dieren voor en bijna altijd in dezelfde richting. Deze vormen daardoor goede indicaties van de rangorde binnen een gehele groep. Dit zijn:

  • een hoge houding
  • het verlagen van de houding in nabijheid van een ander
  • de zwabberkwispel

Het likken van de mondhoeken of onder de kop doorlopen werd vooral gedaan bij de hoogsten in rang binnen de groep. Tussen de overige dieren kwam dit niet of minder voor. Het over de snuit bijten werd vrijwel alleen gedaan door de reu en teef die het hoogste in rang stonden, vooral naar de middelste teefjes in de rangorde. Een aantal andere gedragingen waarvan vaak wordt gezegd dat ze te maken hebben met dominantie, bleken in dit onderzoek niet samen te hangen met de rang van de hond, namelijk het afpakken van voorwerpen, het bestijgen en een poot op de schoft van de ander leggen.

Ook agressief gedrag bleek geen goede maatstaf om een rangorde op te baseren: aanstaren, grommen, tanden laten zien en bijten hingen niet samen met rang en werden in twee richtingen gebruikt: zowel van hoger naar lager geplaatste als andersom.

Ze zeggen iets over de motivatie van de hond, maar niet over zijn status. De resultaten komen overeen met die van onderzoek aan wolven in gevangenschap in Burger’s Zoo, waar ook werd gevonden dat een hoge of lage houding en actieve onderwerping te maken hebben met rangorde, maar dreig- en aanvalsgedrag niet.

Wat al eerder naar voren was gekomen, werd door dit onderzoek nu ook bij honden kwantitatief vastgesteld: dominantie speelt een rol in groepen honden, en de rangorde kan worden bepaald door te kijken naar formele signalen in gedrag en houding.

De belangrijkste statussignalen zijn de signalen van onderwerping die door de lager geplaatsten vrijwillig gegeven worden naar de hogeren in rang. Het draait dus vooral om erkenning van status, en niet om een agressieve leider die van bovenaf zijn positie oplegt.

Agressie is geen goede indicator van de rangverhoudingen. Omdat honden onderling erg kunnen verschillen, vanwege rasverschillen en individuele karakterverschillen, kunnen er in verschillend samengestelde groepen honden ook verschillende typen rangorde ontstaan.

In de ene groep zal de rangorde scherp gehandhaafd worden, terwijl in de andere groep meer ‘gelijkheid’ lijkt te heersen. De ene hond zal ook veel meer geneigd zijn om zijn rang te laten zien en te willen bevestigen dan de ander. Daarnaast moet men ook in gedachten houden dat dominantie iets zegt over de relatie tussen twee dieren.

  1. Een hond die dominant is ten opzichte van de ene hond, kan juist onderdanig zijn ten opzichte van een andere hond;
  2. ‘Dominant’ is dus altijd ten opzichte van een bepaalde ander;
  3. De vraag blijft nog bestaan in hoeverre dominantie, beter gezegd statusbepaling, en de daarbij behorende signalen een rol spelen in de relatie tussen mens en hond;

In relaties tussen mensen onderling spelen dominantie en status een belangrijke rol. Uit onderzoek is gebleken dat mensen die met onbekende mensen in een groep samen worden gezet, al binnen een minuut een indruk hebben van wie er in de groep dominant zal zijn en wie juist niet.

  1. Ook mensen gebruiken hiervoor, vaak onbewust, bepaalde houdingen en gedragingen;
  2. In allerlei culturen is dat te zien;
  3. Dominante personen zitten bijvoorbeeld rechtop, houden hun hoofd hoog, zitten vaak op een verhoging, terwijl onderdanige personen zich bijvoorbeeld klein maken (buigen, knielen) en omlaag kijken;

Een aantal menselijke statussignalen lijkt dus erg op die van de hond. Vermoedelijk kunnen honden deze signalen van ons ook interpreteren als statussignalen. En zelf laten ze ook dergelijke statussignalen zien naar hun eigenaar, zoals een zwabberkwispel en een lage houding tijdens het begroeten.

Een hoge, zelfverzekerde houding van een eigenaar kan waarschijnlijk dan ook helpen om een hoge status uit te stralen naar een hond. Agressie is daarentegen geen statussignaal. Het heeft dan ook als eigenaar geen zin om agressie te gebruiken om een dominante status te krijgen en de hond zo onderdanig gedrag af te dwingen, zoals door hem op zijn rug te dwingen.

Het leidt tot stress bij de hond en bovendien kan het gevaarlijk zijn. De hond kan op zijn beurt ook met agressie reageren en dan kunnen er bijtincidenten ontstaan. Agressie is nooit een goede basis voor een stabiele en harmonieuze relatie. Bovendien is een goede relatie niet alleen gebaseerd op ‘wie er de baas is’, maar vooral ook op hechting, vertrouwen en het uitwisselen van vriendschappelijk gedrag.

Om problemen te voorkomen is het wel belangrijk dat honden tijdens de opvoeding leren om de hogere status van hun eigenaar te accepteren. De beste manier om dat te doen is door duidelijk en consequent te zijn, de leiding te nemen (bijvoorbeeld tijdens wandelingen),en door regels te stellen en die rustig maar beslist te handhaven.

De hond merkt zo dat zijn eigenaar een goede leider is die overwicht heeft en te vertrouwen is. Daardoor kan een eigenaar ervoor zorgen dat zijn hond op een goede, sociale en veilige manier in het gezin en in onze maatschappij kan leven zonder overlast te bezorgen of zichzelf in gevaar te brengen..

Waarom gaat een hond zitten tijdens wandelen?

De puppy zit. – De bekende puppy zit, scheef op één bil zitten. Deze aandoenlijke houding bij je puppy werkt als een magneet. Dit staat garant voor gewenste en ongewenste ‘sociale interactie’ van tegenmoet komende wandelaars. Deze zullen je alle varianten op ‘ahh.

  1. kijk eens wat schattig’ laten horen;
  2. Na een aantal weken wordt het al iets minder leuk als je hond gaat zitten;
  3. ‘Kom, nu is het genoeg geweest’;
  4. Voor puppy’s gaat er natuurlijk een hele wereld open, als ze naar buiten gaan;

Nieuwe omgeving, prikkels en omstandigheden, zorgen ervoor dat je hij heel wat indrukken krijgt te verwerken tijdens en na de wandeling. Dan kan het zijn, zeker in de eerste paar maanden, dat je hond tijdens de wandeling gaat zitten. Zo kan hij op zijn gemak, om zich heen kijken en alle indrukken verwerken die er op dat moment zijn.

Hoe krijg ik de aandacht van mijn hond?

Je begint binnenshuis, in een rustige situatie zonder afleiding. Als je hond op je let (een gedraaid oor kan al een begin zijn) of naar je kijkt, zeg je onmiddellijk ‘Kijk eens’ en geef meteen een lekkere snack of gooi een speeltje weg. Herhaal dit iedere keer als de mogelijkheid zich voordoet.

Waarom gaat een hond zitten tijdens wandelen?

De puppy zit. – De bekende puppy zit, scheef op één bil zitten. Deze aandoenlijke houding bij je puppy werkt als een magneet. Dit staat garant voor gewenste en ongewenste ‘sociale interactie’ van tegenmoet komende wandelaars. Deze zullen je alle varianten op ‘ahh.

  • kijk eens wat schattig’ laten horen;
  • Na een aantal weken wordt het al iets minder leuk als je hond gaat zitten;
  • ‘Kom, nu is het genoeg geweest’;
  • Voor puppy’s gaat er natuurlijk een hele wereld open, als ze naar buiten gaan;

Nieuwe omgeving, prikkels en omstandigheden, zorgen ervoor dat je hij heel wat indrukken krijgt te verwerken tijdens en na de wandeling. Dan kan het zijn, zeker in de eerste paar maanden, dat je hond tijdens de wandeling gaat zitten. Zo kan hij op zijn gemak, om zich heen kijken en alle indrukken verwerken die er op dat moment zijn.