Hond Bijt Hond Wat Te Doen?

Hond Bijt Hond Wat Te Doen

Behandeling – Bij wonden waar bij de huid kapot is, kunt u het beste de dierenarts raadplegen. Het is vaak nodig de wond te ontsmetten en soms te hechten. Ook kan medicatie en pijnstilling nodig zijn. Ga bij ernstige wonden, bloedingen of benauwdheid zo snel mogelijk met uw hond naar de dierenarts.

Eventueel kunt u de dierenambulance bellen of het dierennoodnummer 144 als uw hond er slecht aan toe is. Kijk en voel de hond goed (en voorzichtig!) na om te zien of er onder de vacht geen verwondingen zijn.

Als de hond agressief gedrag laat zien waardoor u de hond niet kunt controleren (als hij bijvoorbeeld gromt, tanden laat zien, zijn lip omhoog trekt, hapt of bijt), raadpleeg dan de dierenarts. Ook als er geen zichtbare schade is, maar uw hond bijvoorbeeld hard tegen de grond geduwd is en de andere hond veel groter of zwaarder was dan de uwe of als uw hond heen en weer geschud is, moet u uw hond goed in de gaten houden.

Het kan zijn dat er inwendige verwondingen en bloedingen zijn of bijvoorbeeld schade aan gewrichten of wervelkolom. Twijfelt u, vertoont uw hond afwijkend gedrag, is hij lusteloos of wil hij niet eten of drinken, raadpleeg dan uw dierenarts en wacht vooral niet te lang bij twijfel! Bloedt de hond ernstig, dan moet u de bloeding stelpen door druk uit te oefenen op de wond en eventueel een (druk-)verband aan te leggen.

Daarna moet u zo snel mogelijk naar een dierenarts. Bij verwondingen kan het zinvol zijn om zelf alvast vuil uit de wond te spoelen met lauw water en lange haren bij de wond weg te knippen (doe dit alleen als de hond dit toestaat!). Wees echter wel voorzichtig want een hond met pijn kan bijten.

Het kan nodig zijn om een snuitbandje of muilkorf om te doen om EHBO bij levensbedreigende verwondingen te kunnen geven, maar gebruik dit niet voor zaken die ook kunnen wachten tot men bij de dierenarts is.

De hond is zelf misschien bang of heeft pijn en heeft al een slechte ervaring opgelopen (dat kan ook gelden voor de hond die gebeten heeft!) Zorg er daarom voor dat u zelf de problemen niet onbewust veroorzaakt of erger maakt. Probeer zelf rustig te blijven en ga niet schreeuwen.

Als uw hond is aangevallen, bestaat de kans dat hij daarna bang is voor andere honden. Het kan zijn dat hij hen probeert te ontlopen, maar het is ook mogelijk dat zo’n hond probeert andere honden op afstand te houden door zelf agressief gedrag te vertonen.

Soms ontstaat er angst voor honden die lijken op de hond van het conflict, soms ook voor alle andere honden of alleen in bepaalde situaties of omgevingen. Dit kan in de loop van de tijd veranderen: het kan zijn dat de hond in eerste instantie alleen op honden reageert die lijken op de hond van het conflict, maar dat hij dit gaat uitbreiden naar steeds meer verschillende honden.

Merkt u dat uw hond zich anders gaat gedragen na zo’n voorval, dan is het goed om snel contact op te nemen met een hondengedragstherapeut (zie het document ‘ Gedragstherapie voor de hond ‘). Gaat uw hond nog wel goed om met bekende andere honden, laat hem dan wel met die honden spelen of samen wandelen zodat hij zijn sociale vaardigheden niet kwijtraakt terwijl uw hond behandelt wordt voor zijn probleem.

Straf uw hond niet voor zijn angst maar ga samen met een gediplomeerde hondengedragstherapeut trainen om uw hond met zijn angst te leren omgaan. Wacht vooral niet te lang (niet langer dan 1-2 dagen), want als uw hond door agressief gedrag te vertonen er in slaagt om andere honden weg te jagen zal hij steeds zekerder en volhardender worden in dat gedrag.

  • In veel gevallen is de eigenaar van een hond aansprakelijk voor de schade die zijn dier toebrengt;
  • Bij hond-hond conflicten is het soms lastig te bepalen in welke mate beide eigenaars ‘schuld’ hebben aan een bijtincident;

Dat kan van invloed zijn op wie er wat moet betalen. In bijna alle gevallen is het verstandig om gegevens uit te wisselen als uw hond betrokken is bij een bijtincident. Neem contact op met uw WA-verzekering voor de afhandeling. In elk geval is het (indien mogelijk) verstandig om gegevens van getuigen te verzamelen en eventueel foto’s te maken.

Het komt voor dat een van de eigenaren agressief en/of bedreigend reageert. In dat geval is het wellicht niet verstandig uw gegevens zomaar uit te wisselen. Is dit het geval of vertrouwt u de situatie niet, bel dan de politie via 0900-8844 of eventueel via 112  bij acute bedreiging.

Wordt uw hond aangevallen door een andere hond dan kunt u ook aangifte doen bij de politie. Meer over het doen van aangifte leest u hier..

Hoe hond corrigeren die bijt?

Optie 4: Leer het commando ‘foei’ of ‘stop’ – Ook is het aan te raden om je hond een paar basiscommando’s snel aan te leren. Één daarvan is ‘foei’ of ‘stop’. Wanneer je pup dit gaat associëren met iets wat niet mag of niet goed is, stopt hij ermee. Dit kun je aanleren met een speciale techniek met brokjes.

Door je hond te belonen als hij iets goed doet, door bijvoorbeeld ‘goed zo’ te zeggen, weet hij dat hij iets goed doet. Het tegenover gestelde is dus ook zo. Als de pup je hand probeert open te maken met het brokje, zeg je ‘foei’ of ‘stop’.

Dit is de consequentie van zijn gedrag. Op een gegeven moment snapt de pup dat ‘foei’ of ‘stop’, iets niet goed betekent. Dus niet meer doen! Hond Bijt Hond Wat Te Doen.

Wat gebeurt er met hond na bijtincident?

Ernstige letselschade na bijtincidenten – Een hondenbeet moet altijd worden onderzocht door een medisch specialist. Oppervlakkige en diepe wonden. Sommige wonden lijken niet ernstig, maar kunnen wel zeer ernstige vormen aannemen. Honden kunnen vele bacteriën overbrengen. Lichamelijk letsel naar aanleiding van een hondenbeet:

  • Bijtwonden
  • Zenuwbeschadiging
  • Littekens
  • Infectie
  • Hondsdolheid
  • Amputatie van ledemaat
  • Overlijden
  • Verminking

Tip: Het is altijd verstandig om te vragen of een tetanusprik nodig is. Deze prik beschermt u tegen hondsdolheid. Een ziekte die dodelijk kan aflopen.

Waarom bijt een hond een andere hond in nek?

– Geplaatst: 25-09-11 23:02 Seven schreef: uitdaag of aftast gedrag zien hoe de andere hond reageerd, Honden die in 1 roedel leven bijten vaak in de nek hals om spel uit te dagen. Jongere honden doen het bij vreemde honden nog wel eens om af te tasten hoever ze kunnen gaan in het uitdagen of spel. Het echte bijten en vast houden evt schudden is om een andere hond terecht te zetten, zogenaamd pinning ze drukken de hond dan met de bek naar de grond.

Mijn pup doet dit idd ook bij de eigen roedel. Maar bijt ook in de keel. Hij is echt gemeen dan. Soms raakt de andere hond gewoon in paniek. Maar mijn pup ( 5 maand) gaat er ook bovenop Liggen en dan bijten. Ze kunnen dan nergens heen.

Echt dominand dus. Maar voor vreemde honden als de dood.

Wat te doen na bijtincident?

Hoe corrigeer je een hond die hapt?

Hoe corrigeer je een dominante hond?

De kijk op dominantie en rangorde bij honden, en daarmee ook onze manier van omgaan met honden, is de afgelopen decennia nogal eens gewijzigd. Onderzoek geeft hierin steeds nieuwe inzichten. Dit artikel probeert een kort overzicht te geven van deze ontwikkelingen en de stand van zaken. Het is daarbij van belang om de termen ‘dominantie’ en ‘rangorde’ van elkaar te onderscheiden. Dominantie zegt iets over de relatie tussen twee dieren.

  1. De rangorde is het geheel aan relaties en statusverschillen in de hele groep: het plaatje dat ontstaat als alle onderlinge dominantie-relaties zijn vastgesteld;
  2. De hond is ontstaan uit de wolf;
  3. Dat is niet van de ene op de andere dag gebeurd;

De meest ondersteunde theorie is dat in eerste instantie sommige wolven zich gingen aanpassen aan de levenswijze van mensen. Toen mensen nederzettingen gingen stichten, ontstonden afvalhopen buiten het dorp. Voor wolven boden die een aantrekkelijke voedselbron.

  • Wolven zijn van nature schuw, maar de wolven die wat minder schuw waren dan hun soortgenoten en dus bij deze afvalhopen durfden te komen, waren in het voordeel;
  • Door deze gemakkelijke voedselbron overleefden ze gemakkelijker en produceerden ze meer pups;

Doordat er op die manier automatisch geselecteerd werd op de dapperste dieren, werden deze tussenvormen van wolf en hond steeds minder schuw en durfden ze dichter bij de mens te komen. Uiteindelijk werden ze zo tam dat ze door de mens benaderd en later ook gebruikt konden worden, bijvoorbeeld als hulp tijdens de jacht.

Toen de mens de hond voor verschillende doeleinden ging gebruiken, kozen zij steeds de tamste, minst agressieve dieren uit om mee te fokken. Ook werd geselecteerd op bruikbaarheid voor bepaalde doelen. Zo ontstonden honden in verschillende typen, en (veel) later ook echte rassen.

Omdat de mens de hond wilde leren om bepaalde taken uit te voeren, maar ook omdat het belangrijk werd dat honden zonder problemen konden meedoen in onze maatschappij en manier van leven, was meer kennis en begrip nodig van zijn gedrag. Bij het verklaren van hondengedrag en het bepalen van hoe men met de hond zou moeten omgaan, is veel naar wolvengedrag gekeken.

Daarbij ging men er van uit dat wolven in een strikt hiërarchisch systeem leefden, met een dominante leider die als een dictator over de roedel heerste en onder hem een vaste rangverdeling. Men dacht ook dat elke wolf steeds bezig was om hoger in de rangorde te komen.

Deze denkbeelden over hoe het er aan toe ging in een wolvenroedel waren tot stand gekomen door observaties van wolvenroedels in gevangenschap. Men keek vooral naar wie er naar wie agressie vertoonde en stelde aan de hand daarvan een rangorde op. Dat model werd tot begin deze eeuw vaak als voorbeeld voor de huishond genomen.

See also:  Wat Is Er Als Een Hond Gras Eet?

De eigenaar moest de rol van dominantie leider op zich nemen, en de omgang met de hond was er steeds op gericht om te zorgen dat hij geen kans kreeg om op te klimmen in rang. Er werd door trainers aangeraden om ‘dominante handelingen’ uit te voeren en vaak werd met fysiek geweld getracht de hond in te laten zien dat hij onderaan de rangorde stond, zoals door de hond op zijn rug te gooien.

Ondanks dat er inmiddels veel meer onderzoeken zijn gedaan aan hondengedrag en nieuwe inzichten zijn ontstaan, zijn er nog steeds trainers die dit model hanteren en dergelijke methodes voorschrijven. Onderzoek van David Mech naar wolven in het wild leverde echter een ander beeld op.

De wolven die hij observeerde, hadden geen ranggevechten om wie er bijvoorbeeld als eerste mocht eten en wie er mocht paren, er waren geen tekenen dat de leden van de groep steeds probeerden hogerop te komen.

Een roedel bestond uit een natuurlijke groep van een ouderpaar en hun nakomelingen van enkele jaren. Vader en moeder waren automatisch de leiding van de groep. Na een aantal jaar verlieten de nakomelingen vaak de roedel om een eigen gezin te stichten. Dit veranderde de kijk op wolven, maar ook die op onze hond.

Er kwam een nieuwe stroming op gang die er van uit ging dat ook honden helemaal niet probeerden om hoog in rang te worden, en dat het hele begrip dominantie niet van toepassing was op de hond. Ook met dit onderzoek in het wild was echter nog geen totaalbeeld van de samenleving van wolven ontstaan.

De observaties aan de wolven waren wel 13 keer gedaan in de zomerperiode. In die periode is er meestal voldoende voedsel voor alle leden van de groep. Daarbij kwam dat het onderzoek niet in de paartijd viel, en er dus geen strijd was om wie er mocht paren.

Sterker nog, in de zomer zijn er jongen om samen voor te zorgen. Toen echter aan dezelfde wolven ook in de winter onderzoek werd gedaan, bleek dat er in die periode wél conflicten voorkwamen, bijvoorbeeld om voedsel en wie er mocht paren.

De verklaring was dat in die periode de bronnen, zoals voedsel, schaarser waren en er dus een hogere motivatie was om die bronnen te pakken te krijgen en te behouden. Concurrentie is een belangrijke reden om agressie in te zetten. Maar wijst die agressie ook op dominantie? En wat zegt dat over onze huishond? Hoewel de hond vaak met de wolf wordt vergeleken, moet men in gedachten houden dat honden niet hetzelfde zijn als wolven.

  1. Honden zijn immers door domesticatie en selectie steeds tammer geworden;
  2. Ze zijn meer aangepast aan het leven met de mens dan de wolf;
  3. Wel zijn honden en wolven nog steeds nauw verwant en komt een groot deel van het gedrag van wolven en honden met elkaar overeen;

Vaak is gekeken naar agressie als teken van dominantie. Onderzoekers en trainers bekeken de strijd om bepaalde belangrijke zaken in bezit te krijgen of houden, en op grond daarvan concludeerde men dat er wel of geen dominantie en rangorde speelde. Het idee was: wie wint, is hoger in rang.

Maar omdat het uitvechten van conflicten afhankelijk is van de mate van concurrentie en van hoe gemotiveerd een dier is om een bepaalde zaak in bezit te krijgen, bleek dat geen goede maatstaf. Dat is eigenlijk ook heel logisch.

Wie erg gemotiveerd is omdat hij iets heel graag wil hebben, zal daar meer energie in willen stoppen en er meer risico voor willen lopen. En als er meer concurrentie is, bijvoorbeeld omdat er veel dieren zijn en er weinig voedsel is, zal een dier eerder agressie inzetten om toch iets te pakken te kunnen krijgen.

Status hoeft daarbij niet noodzakelijkerwijs een rol te spelen. Want ook al is een dier de baas, als hij net zijn buik helemaal vol heeft gegeten en dus niet zo gemotiveerd is om te eten, dan zal hij minder geneigd zijn om de strijd aan te gaan over stukje voedsel met een ander dier dat misschien erge honger heeft.

Waarom zou hij energie verspillen aan vechten en misschien risico lopen op een wond, als hij al vol zit? En dat andere dier is misschien wel erg laag in rang, maar als hij flinke honger heeft (en dus veel motivatie) zal hij tóch sneller agressie inzetten om iets te eten te bemachtigen, ook al is zijn tegenstander hoger in rang.

Hij wil immers wel overleven. Een volgende keer kunnen de rollen omgedraaid zijn: als het hoger geplaatste dier sterk gemotiveerd is doordat hij honger heeft, zal hij wél het voer willen bemachtigen, en zal de ander zich waarschijnlijk snel gewonnen geven.

Agressie signalen zoals grommen of uitvallen worden dan ook twee kanten op gegeven: zowel van hoog naar laag als van laag naar hoog. Dit is afhankelijk van wie er het meest gemotiveerd is om iets te bemachtigen en van de situatie. Wie een rangorde probeert op te stellen aan de hand van vertoonde agressie, loopt dus het risico dat het plaatje er steeds weer anders uitziet, omdat de motivatie van de dieren en de situatie niet constant zullen zijn.

  1. Als agressie geen goede aanwijzing is, dan blijft de vraag over welk gedrag dan wél iets kan zeggen over het bestaan van een rangorde;
  2. Zoals duidelijk is geworden, is de vraag wie in een groep de ranghoogste is en hoe de rangorde eruit ziet lang niet altijd te beantwoorden door te kijken naar wie er ruzies wint of wie er veel agressie vertoont;

Er blijken andere mechanismen een rol te spelen. Om te weten of er een rangorde bestaat en zo ja, wie er dan bovenaan of juist onderaan staat, kan men het beste kijken naar signalen die maar naar één kant worden gegeven. Dus signalen (gedragingen) die alleen door hoger geplaatsten naar lager geplaatsten worden gegeven, of juist alleen door laag geplaatste naar de hoger geplaatste dieren.

Dit soort signalen zijn vaak ‘rituelen’ geworden die ervoor zorgen dat op een risicoloze manier steeds conflicten opgelost kunnen worden. Dat noemen we ‘formele dominantie’: de verschillen in status die gebaseerd zijn op signalen die steeds maar in één richting worden gegeven.

Wie een rangorde opstelt aan de hand van dergelijke formele statussignalen, krijgt steeds vrijwel hetzelfde plaatje, ook al is de situatie steeds anders. Ook al is er sprake van concurrentie om voedsel of partners, deze rangverhouding tussen twee dieren blijft steeds hetzelfde.

Het bestaan van formele dominantie is bij allerlei diersoorten waargenomen. Ook bij wolven en bij vrij levende honden werd in onderzoeken vastgesteld dat er een rangorde te bepalen was door te kijken naar formele signalen en houding.

Bij honden in gevangenschap was dit nog niet gezien. Een onderzoek aan een groep gecastreerde huishonden leidde bij Bradshaw tot de conclusie dat dominantie en rangorde niet voorkwamen. Zijn onderzoek naar competitief gedrag leidde tot een niet rechtlijnige rangorde.

De vraag was of bij dit onderzoek wel naar de juiste gedragingen gekeken was: er werden bijvoorbeeld vormen van agressie meegenomen zoals grommen en aanstaren (dreiggedrag). Daarentegen was de houding van de honden niet meegenomen in dit onderzoek.

Nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat formele dominantie wel degelijk een mechanisme is dat een rol speelt in groepen honden in gevangenschap. In Nederlands onderzoek door Van der Borg en collega’s uit 2015 bij een groep honden is met behulp van kwantitatieve metingen onderzocht of er een rangorde was en welke signalen een teken zijn van formele dominantie, dus aan welke houdingen en gedragingen men kan zien hoe de rangverhoudingen liggen.

Hieruit bleek dat een aantal gedragingen tussen tweetallen dieren voornamelijk in één richting werden vertoond. Dit zijn dus de formele statussignalen. Ze geven stabiele verschillen in rangorde aan, die niet afhankelijk zijn van motivatie of situatie.

Aan de hand van deze gedragingen kon een stabiele rangorde worden opgesteld. De formele statussignalen die uit dit onderzoek tevoorschijn komen, zijn: Vanuit de hoger geplaatste hond, dus tekenen van een hogere status:

  • een hoge houding (behalve als de andere hond ook een hoge houding aanneemt)
  • het over de snuit bijten

Vanuit de lager geplaatste hond, dus tekenen van een lagere status:

  • een lage houding of op de rug gaan liggen met een laag gehouden staart
  • het verlagen van de houding naar een lager dan neutrale houding in nabijheid van de ander
  • het kwispelen met een lage, breed uitslaande staart (‘zwabberkwispel’)
  • het likken van de mondhoeken van de ander
  • het onder de kop van de ander doorlopen

Drie van deze gedragingen kwamen tussen vrijwel alle dieren voor en bijna altijd in dezelfde richting. Deze vormen daardoor goede indicaties van de rangorde binnen een gehele groep. Dit zijn:

  • een hoge houding
  • het verlagen van de houding in nabijheid van een ander
  • de zwabberkwispel

Het likken van de mondhoeken of onder de kop doorlopen werd vooral gedaan bij de hoogsten in rang binnen de groep. Tussen de overige dieren kwam dit niet of minder voor. Het over de snuit bijten werd vrijwel alleen gedaan door de reu en teef die het hoogste in rang stonden, vooral naar de middelste teefjes in de rangorde. Een aantal andere gedragingen waarvan vaak wordt gezegd dat ze te maken hebben met dominantie, bleken in dit onderzoek niet samen te hangen met de rang van de hond, namelijk het afpakken van voorwerpen, het bestijgen en een poot op de schoft van de ander leggen.

Ook agressief gedrag bleek geen goede maatstaf om een rangorde op te baseren: aanstaren, grommen, tanden laten zien en bijten hingen niet samen met rang en werden in twee richtingen gebruikt: zowel van hoger naar lager geplaatste als andersom.

Ze zeggen iets over de motivatie van de hond, maar niet over zijn status. De resultaten komen overeen met die van onderzoek aan wolven in gevangenschap in Burger’s Zoo, waar ook werd gevonden dat een hoge of lage houding en actieve onderwerping te maken hebben met rangorde, maar dreig- en aanvalsgedrag niet.

  1. Wat al eerder naar voren was gekomen, werd door dit onderzoek nu ook bij honden kwantitatief vastgesteld: dominantie speelt een rol in groepen honden, en de rangorde kan worden bepaald door te kijken naar formele signalen in gedrag en houding;
See also:  Wat Te Doen Tegen Misselijkheid Hond?

De belangrijkste statussignalen zijn de signalen van onderwerping die door de lager geplaatsten vrijwillig gegeven worden naar de hogeren in rang. Het draait dus vooral om erkenning van status, en niet om een agressieve leider die van bovenaf zijn positie oplegt.

Agressie is geen goede indicator van de rangverhoudingen. Omdat honden onderling erg kunnen verschillen, vanwege rasverschillen en individuele karakterverschillen, kunnen er in verschillend samengestelde groepen honden ook verschillende typen rangorde ontstaan.

In de ene groep zal de rangorde scherp gehandhaafd worden, terwijl in de andere groep meer ‘gelijkheid’ lijkt te heersen. De ene hond zal ook veel meer geneigd zijn om zijn rang te laten zien en te willen bevestigen dan de ander. Daarnaast moet men ook in gedachten houden dat dominantie iets zegt over de relatie tussen twee dieren.

Een hond die dominant is ten opzichte van de ene hond, kan juist onderdanig zijn ten opzichte van een andere hond. ‘Dominant’ is dus altijd ten opzichte van een bepaalde ander. De vraag blijft nog bestaan in hoeverre dominantie, beter gezegd statusbepaling, en de daarbij behorende signalen een rol spelen in de relatie tussen mens en hond.

In relaties tussen mensen onderling spelen dominantie en status een belangrijke rol. Uit onderzoek is gebleken dat mensen die met onbekende mensen in een groep samen worden gezet, al binnen een minuut een indruk hebben van wie er in de groep dominant zal zijn en wie juist niet.

  • Ook mensen gebruiken hiervoor, vaak onbewust, bepaalde houdingen en gedragingen;
  • In allerlei culturen is dat te zien;
  • Dominante personen zitten bijvoorbeeld rechtop, houden hun hoofd hoog, zitten vaak op een verhoging, terwijl onderdanige personen zich bijvoorbeeld klein maken (buigen, knielen) en omlaag kijken;

Een aantal menselijke statussignalen lijkt dus erg op die van de hond. Vermoedelijk kunnen honden deze signalen van ons ook interpreteren als statussignalen. En zelf laten ze ook dergelijke statussignalen zien naar hun eigenaar, zoals een zwabberkwispel en een lage houding tijdens het begroeten.

  1. Een hoge, zelfverzekerde houding van een eigenaar kan waarschijnlijk dan ook helpen om een hoge status uit te stralen naar een hond;
  2. Agressie is daarentegen geen statussignaal;
  3. Het heeft dan ook als eigenaar geen zin om agressie te gebruiken om een dominante status te krijgen en de hond zo onderdanig gedrag af te dwingen, zoals door hem op zijn rug te dwingen;

Het leidt tot stress bij de hond en bovendien kan het gevaarlijk zijn. De hond kan op zijn beurt ook met agressie reageren en dan kunnen er bijtincidenten ontstaan. Agressie is nooit een goede basis voor een stabiele en harmonieuze relatie. Bovendien is een goede relatie niet alleen gebaseerd op ‘wie er de baas is’, maar vooral ook op hechting, vertrouwen en het uitwisselen van vriendschappelijk gedrag.

Om problemen te voorkomen is het wel belangrijk dat honden tijdens de opvoeding leren om de hogere status van hun eigenaar te accepteren. De beste manier om dat te doen is door duidelijk en consequent te zijn, de leiding te nemen (bijvoorbeeld tijdens wandelingen),en door regels te stellen en die rustig maar beslist te handhaven.

De hond merkt zo dat zijn eigenaar een goede leider is die overwicht heeft en te vertrouwen is. Daardoor kan een eigenaar ervoor zorgen dat zijn hond op een goede, sociale en veilige manier in het gezin en in onze maatschappij kan leven zonder overlast te bezorgen of zichzelf in gevaar te brengen..

Welke hond heeft de meeste bijtincidenten?

Staffordshire-achtigen, Pitbulls en Rottweilers: deze hondenrassen zijn verantwoordelijk voor het merendeel van bijtincidenten. Maar het zijn niet de enige veelbijters, blijkt uit een eerste inventarisatie van bijtincidenten. De herdershond, die geen zogenoemde hoog-risico hond is, wordt ook genoemd als belangrijke veroorzaker.

Wat gebeurt er als een hond een andere hond dood bijt?

Hondenbezitter is aansprakelijk – Op grond van artikel 6:179 BW is de bezitter van een hond aansprakelijk voor de schade die de hond aanbrengt. Het betreft in dit geval een zogeheten risicoaansprakelijkheid. De precieze toedracht voor het overlijden van de hond kan in dit geval in het midden blijven.

  • Ook de vraag of de andere hond agressief was, is voor de aansprakelijkheidsvraag niet relevant;
  • ‘Voldoende is dat Ross door de energie die aan een dier eigen is verwondingen heeft toegebracht aan Gijs (of dit nu tijdens een spel is gebeurd of niet) en daardoor schade heeft aangericht’;

[2] Het hof concludeert derhalve dat de bezitter van Ross in dit geval aansprakelijk is door de schade die Ross aan de andere hond heeft toegebracht. Lees ook: Letsel door eigen huisdier: wordt dit vergoed?.

Wat betekent het als honden elkaar bijten?

Redenen waarom een hond kan bijten – Een hond die bijt, een schrik voor iedere hondeneigenaar. Maar hoe is het eigenlijk voor onze honden? Bijten is voor een hond een communicatiemiddel en bijvoorbeeld een manier om te zorgen voor de eigen veiligheid. Ook kan het een manier zijn om een prooi te vangen of te doden. Van oorsprong is bijten dus noodzakelijk voor de overleving van een hond.

  • Feit is dat, hoezeer bijten ook ongewenst gedrag is voor ons als mensen, het voor jouw hond natuurlijk gedrag is;
  • De ene hond zal eerder overgaan tot bijten dan de andere hond;
  • Dit heeft onder andere te maken met het karakter en de genen van de hond;

Een labrador bijvoorbeeld, is oorspronkelijk gefokt om een prooi te ‘retrieven’ (de prooi terugbrengen naar de jager). De bedoeling hierbij is dat de labrador de prooi intact laat, en er dus niet te hard in bijt. Een hond die oorspronkelijk gefokt is om een prooi te doden, zal misschien wat eerder geneigd zijn tot bijten. Foto: Genen spelen een rol. Sommige rassen bijten om te retrieven, anderen zijn gespecialiseerd in het doden van een prooi en weer anderen zijn geselecteerd om te bewaken en te beschermen. Naast genen en karakter , heeft ook de situatie invloed of een hond wel of niet zal overgaan tot bijten.

Uiteraard is dit per individu verschillend en ook afhankelijk van de omstandigheden waarin de hond zich bevindt en opgroeit. Elke hond kan bijten, en elke hond zal dit ook doen, mits hij/zij zich dusdanig bedreigd voelt en denkt niet meer anders te kunnen.

Ook hiervoor geldt: de ene hond voelt zich sneller bedreigd dan de andere. De ene hond gaat eerder over tot de vluchtmodus bij dreiging, terwijl de andere hond eerder overgaat tot de aanvalsmodus.

Waarom bijten honden in elkaars bek?

Lekker ´bekken´ met elkaar of speels in elkaars poten bijten. Als er hier twee liggen te ´bekken´ komt er vaak nog een derde meedoen. Allemaal op de rug en dan soms met kletterende tanden in elkaars bek en andere lichaamsdelen bijten, vaak met het nodige opgewonden gepiep erbij.

Hoe weet je of je hond vals is?

Wat moet je doen als een hond aanvalt?

Is het gevaarlijk als een hond je bijt?

Wat is een hondenbeet? – Een hondenbeet laat een bijt- of scheurwond achter op de huid. We spreken van een bijtwond als er een groot risico is op weefselbeschadiging en infecties. Een hondenbeet beschadigt het weefsel en er is een groot risico op infecties.

Hoe bijtwond verzorgen?

Overslaan en naar de inhoud gaan

  • Een bijtwond komt door een beet van een dier of mens.
  • Spoel de wond met lauwwarm water uit de kraan of douche.
  • Ga naar uw huisarts.
  • Een bijtwond kan tot 8 uur later worden gehecht.
  • Uw huisarts controleert of u voldoende tegen tetanus bent ingeënt.
  • Vaak zijn antibiotica nodig.

Wat betekent het als je hond je bijt?

Redenen waarom een hond kan bijten – Een hond die bijt, een schrik voor iedere hondeneigenaar. Maar hoe is het eigenlijk voor onze honden? Bijten is voor een hond een communicatiemiddel en bijvoorbeeld een manier om te zorgen voor de eigen veiligheid. Ook kan het een manier zijn om een prooi te vangen of te doden. Van oorsprong is bijten dus noodzakelijk voor de overleving van een hond.

Feit is dat, hoezeer bijten ook ongewenst gedrag is voor ons als mensen, het voor jouw hond natuurlijk gedrag is. De ene hond zal eerder overgaan tot bijten dan de andere hond. Dit heeft onder andere te maken met het karakter en de genen van de hond.

Een labrador bijvoorbeeld, is oorspronkelijk gefokt om een prooi te ‘retrieven’ (de prooi terugbrengen naar de jager). De bedoeling hierbij is dat de labrador de prooi intact laat, en er dus niet te hard in bijt. Een hond die oorspronkelijk gefokt is om een prooi te doden, zal misschien wat eerder geneigd zijn tot bijten. Foto: Genen spelen een rol. Sommige rassen bijten om te retrieven, anderen zijn gespecialiseerd in het doden van een prooi en weer anderen zijn geselecteerd om te bewaken en te beschermen. Naast genen en karakter , heeft ook de situatie invloed of een hond wel of niet zal overgaan tot bijten.

  • Uiteraard is dit per individu verschillend en ook afhankelijk van de omstandigheden waarin de hond zich bevindt en opgroeit;
  • Elke hond kan bijten, en elke hond zal dit ook doen, mits hij/zij zich dusdanig bedreigd voelt en denkt niet meer anders te kunnen;

Ook hiervoor geldt: de ene hond voelt zich sneller bedreigd dan de andere. De ene hond gaat eerder over tot de vluchtmodus bij dreiging, terwijl de andere hond eerder overgaat tot de aanvalsmodus.

See also:  Hoe Vaak Volwassen Hond Ontwormen?

Waarom bijt een hond in je hand?

Mijn pup bijt in mijn handen als hij wil spelen – Komt je pup naar je toe en bijt hij in je handen, dan wil hij vaak uitdagen tot spel. Dit kan komen omdat hij zich verveelt. Het is belangrijk dat je op dit moment de pup niet wegduwt of tegen hem praat. Hij heeft dan namelijk bereikt waar hij voor kwam, namelijk aandacht! Je kunt je pup op dat moment het beste negeren en de kamer uitlopen.

Waarom blijft mijn hond bijten?

De grens bereikt – Het opzoeken van de grenzen doet een pup de hele dag door. Die van jou, maar ook de eigen grenzen worden geregeld opgezocht. De meeste puppy’s kennen hun eigen grenzen nog niet en gaan daar voortdurend overheen. Wanneer een pup erg moe of overprikkeld is, weten ze vaak geen raad meer met zichzelf.

Ze kunnen dan erg vervelend worden en veel en hard bijten in alles wat ze maar voorhanden hebben. Het is erg belangrijk om deze momenten tijdig te herkennen en niet mee te gaan in dit gedrag. Boos worden heeft ook niet veel zin.

Hetgeen je puppy nu vooral nodig heeft is rust.

Wat als een hond een mens bijt?

Herhaling voorkomen – Zorg er in de eerste plaats voor dat het bijtincident zich niet kan herhalen. Leer uw hond om een muilkorf te dragen zodat u deze om kunt doen als het mogelijk is dat uw hond in eventueel gevaarlijke situaties zal gaan komen (bijvoorbeeld tijdens het uitlaten als uw hond uitvalt naar mensen of honden, of voordat bezoek komt als uw hond daar agressief tegen zou kunnen zijn).

De muilkorf moet langzaam aangeleerd worden zodat de hond het niet vervelend vindt; hoe u dat doet leest u in ons document over ‘ Muilkorven ‘. Houd de hond aan de lijn daar waar u kunt verwachten dat uw hond in de problemen kan komen.

Voorkom de situatie waarin uw hond heeft gebeten, bijvoorbeeld door hem apart te zetten als er bezoek komt of door bepaalde handelingen te vermijden of anders aan te pakken. Ga dan op zoek naar deskundige hulp om het gedrag van uw hond bij te sturen. Wanneer uw eigen hond iemand (bijna) gebeten heeft (of ander ongewenst gedrag heeft vertoond), laat uw hond dan eerst nakijken door een dierenarts om te zien of er lichamelijk iets aan de hand kan zijn.

Blijkt uw hond gezond, schakel dan een gedragstherapeut in om het gedragsprobleem in kaart te brengen. Samen kan dan naar een oplossing gezocht worden. Dit kan onder andere inhouden dat de hond gedragstherapie en/of training moet ondergaan.

Daarnaast kan het betekenen dat u bijvoorbeeld de omstandigheden waarin de hond wordt gehouden zult moeten aanpassen. In ernstige gevallen kan uit de analyse blijken dat de hond het beste herplaatst of geëuthanaseerd kan worden. Bespreek dit dilemma open en eerlijk met de gedragstherapeut.

Deze kan u goede adviezen geven maar zolang er nog geen rechtszaak of veroordeling van de hond is, blijft het uw eigen keuze en verantwoordelijkheid. Het kan bovendien verstandig zijn om de hond eerst nog eens goed te laten nakijken door een dierenarts of veterinair gedragsspecialist om na te gaan of er geen verborgen lichamelijke oorzaken zijn die verholpen kunnen worden.

Als u besluit uw hond te herplaatsen, zijn er verschillende mogelijkheden. U kunt uw hond naar een asiel brengen zodat er gezocht kan worden naar een geschikt adres. Of wellicht kent u zelf iemand met meer tijd, geen kinderen, meer overwicht of meer speelruimte om de hond onder te brengen.

  1. Uw gedragstherapeut kan wellicht ook advies geven aan een toekomstige eigenaar;
  2. Realiseer u wel dat het herplaatsen van een hond die gebeten heeft of de neiging heeft om agressief gedrag te laten zien, risico’s met zich meeneemt, ook als de hond daarvoor behandeld wordt;

Neem dus als oorspronkelijke eigenaar van de hond uw verantwoordelijkheid. Vertel altijd eerlijk en uitgebreid waarom u de hond wilt herplaatsen, zodat de nieuwe eigenaar weet waar hij rekening mee moet houden en er geen ongelukken gebeuren! Euthanasie is natuurlijk altijd een hele moeilijke keuze, maar onderschat de problemen die uw hond kan veroorzaken niet.

  • Blijf eerlijk en bekijk wat het beste is voor uw hond én zijn omgeving;
  • Heeft u een advies voor euthanasie gekregen dan kunt u een ‘second opinion’ vragen van een veterinair gedragsspecialist  of een gediplomeerd hondengedragstherapeut die veel ervaring heeft met agressieproblemen;

Als ook deze geen mogelijkheden ziet om het gedrag nog om te buigen is euthanasie soms de enige optie. Neem in dat geval contact op met de dierenarts. Hij of zij zal met u bespreken hoe u op een waardige wijze afscheid kunt nemen van uw dier. Wanneer uw hond in beslag is genomen via een strafrechtelijke procedure, wordt hij geplaatst bij een opslaghouder.

  • Deze moet aan bepaalde voorwaarden voldoen  om veiligheid en  welzijn van de hond te waarborgen;
  • De hond wordt bij aankomst door een dierenarts onderzocht en moet dagelijks in een speelweide kunnen (tenzij het gedrag van de hond dat, in uitzonderingsgevallen, niet toelaat);

Het gedrag van de hond kan, na een gewenningsfase van doorgaans twee weken, worden beoordeeld door middel van een risico-assessment, waarvan een gedragstest deel uit maakt. De vaste verzorger van de hond is daarbij aanwezig en fungeert als “baas”, de hond heeft in die twee weken een band met de verzorger gevormd en de hond kan daar steun uit ontlenen.

In beslag genomen via de gemeente Behalve via de strafrechtelijke procedure kan een hond na een bijtincident ook in beslag worden genomen via een bestuursrechtelijke procedure op aanwijzing van de burgemeester.

Per gemeente kan de procedure verschillen, zie hierover ook het onderdeel Wetgeving. In een aantal gemeenten wordt ook een risico-assessment uitgevoerd. Honden die betrokken zijn geweest bij een ernstig bijtincident of bij meerdere minder ernstige bijtincidenten en inbeslaggenomen zijn, worden individueel beoordeeld. Voor dit risico-assessment wordt gebruik gemaakt van de volgende informatie:

  • Informatie uit het proces verbaal, of van getuigen over de aard van  plaatsgevonden bijtincident(en).
  • Medische schaderapporten over de verwondingen, opgesteld door arts of dierenarts.
  • Informatie over risico-omstandigheden in de leefomgeving van de hond, de mate van controle die de eigenaar heeft en andere aspecten die van belang zijn voor de relatie mens-hond
  • Informatie over de gezondheidstoestand van de hond (inclusief, voor zover mogelijk op basis van het onderzoek door de dierenarts, het uitsluiten van medische oorzaken van agressief gedrag en behandeling daarvan voor aanvang van de gedragstest).
  • Informatie over het gedrag van de hond bij de opslaghouder
  • Informatie uit een objectieve gedragstest gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek waarin de hond aan verschillende prikkels wordt blootgesteld.

Aan de hand van dit risico-assessment zal binnen afzienbare tijd (streeftermijn twee weken) een uitspraak worden gedaan door de beoordelaar(s). Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de kans op herhaling van bijtincidenten. Als de hond als gering riskant uit het risico-assessment komt, zal de hond zonder meer worden teruggegeven aan de eigenaar. Als er meer risico is kan de hond worden teruggegeven aan de eigenaar onder voorwaarden.

Ook kan de hond worden herplaatst onder voorwaarden als teruggave naar de eigenaar niet mogelijk of niet wenselijk is. Als de hond een groot gevaar vormt voor de samenleving, kan een advies tot euthanasie worden gegeven.

De rechter (in een strafrechtelijke procedure) of burgemeester (bestuursrechtelijke procedure) heeft uiteindelijk het laatste woord en zal beslissen of hij de aanbevelingen uit het risico-assessment opvolgt of niet. De eigenaar van de hond kan tegen het vonnis van de rechter of burgemeester in beroep gaan.

Het is dan mogelijk om op eigen kosten contra-expertise aan te vragen, eventueel kan dan ook getraind worden op bepaald gedrag. Afhankelijk van of een eigenaar in Hoger Beroep gaat kan de juridische procedure meer tijd in beslag nemen.

Voor informatie over de gang van zaken m. de inbeslagname kan men terecht bij de opdrachtgever van de procedure: de lokale gemeente of de officier van Justitie die de zaak in behandeling heeft. Mocht er geen informatie via de gemeente of officier van Justitie verkregen worden, dan kan men contact opnemen met RVO.

De duur van het traject hangt af van de snelheid van de rechtsgang en is zeer variabel per geval. Ik wil mijn hond laten euthanaseren vanwege agressief gedrag. Mag ik dit zelfstandig beslissen? Ja, dat mag.

De hond is uw bezit en u mag deze beslissing zelf nemen. Uw dierenarts is echter niet verplicht om aan uw verzoek gehoor te geven. Het advies is uiteraard altijd om de hond eerst te laten onderzoeken door een dierenarts en een hondengedragsdeskundige of door een veterinair gedragsspecialist, om na te gaan of er iets aan het gedrag gedaan kan worden.

Een veterinair gedragsspecialist is een dierenarts die gespecialiseerd is in het voorkomen, diagnosticeren en behandelen van afwijkend gedrag, inclusief agressief of angstig gedrag van dieren. Mijn dierenarts vindt mijn hond agressief en wil het dier euthanaseren.

Mag hij dit zonder mijn toestemming beslissen? Nee, dat mag niet. Uw hond is uw bezit, en u mag beslissen wat ermee gebeurt. Uw dierenarts mag u alleen adviseren. Alleen als er reden is om uw hond te verdenken van hondsdolheid (rabiës), omdat u de hond bijvoorbeeld zonder de juiste papieren uit het buitenland hebt meegenomen kan en moet de dierenarts ingrijpen.

Ik heb met mijn dierenarts gesproken over het gedrag van mijn hond. Mag mijn dierenarts dit melden bij de politie? Een dierenarts heeft geen wettelijk beroepsgeheim. Hij moet echter wel handelen in het belang van het dier.

In de praktijk zullen niet veel dierenartsen zomaar de politie bellen om deze reden. De politie kan er bovendien niet veel mee doen. Mijn huisarts heeft mij, of een van mijn familieleden, behandeld voor bijtwonden. Mag hij het gedrag van mijn hond melden bij de politie? Nee, een huisarts heeft wettelijk beroepsgeheim.