Hond Hoe Vaak Eten?

Hond Hoe Vaak Eten
Volwassen honden  – In het algemeen hebben de meeste volwassen honden  2 maaltijden per dag  nodig: één ‘s morgens en één ‘s avonds. Als je een bijzonder kleine of grote hond hebt, lees dan even verder. Kleine rassen  Het metabolisme van dwergrassen en andere kleine rassen is sneller.

  • Hun energie is vlugger opgebrand dan bij grotere honden;
  • Dat maakt hen gevoeliger voor een lage bloedsuikerspiegel;
  • Daarom is het beter om hen  3 keer per dag eten te geven;
  • Grote rassen Is jouw hond een reuzenras? Dan heb je vast al gemerkt dat je viervoeter makkelijker last heeft van een opgeblazen gevoel en dat hij soms een gevoelige maag heeft;

Meerdere kleine porties per dag  zijn dan beter dan 1 of 2 grote maaltijden. Om dezelfde reden is het beter om je giant geen eten te geven net vóór zijn dagelijkse wandeling. En wacht tot zeker een uur na de wandeling met zijn eten. Een rustige eetomgeving voorkomt dat je hond te gulzig eet en daardoor teveel lucht inslikt.

Deze eetroutines zorgen voor een stabiel metabolisme en een gezonde spijsvertering. Voorzie ook altijd  vers water  als je hond zijn brokken krijgt. BONUS TIP:  Regelmatig bewegen is ook belangrijk en liefst vóór elke maaltijd.

Is je eerste wandeling bijvoorbeeld om 6u ‘s morgens? Geef dan eten om 7u, en voorzie dan als het kan nog een wandeling voor het avondeten. Check ons eetschema voor puppy’s Lees nu Check ons eetschema voor seniors Lees nu.

Wat is de beste tijd om een hond eten te geven?

Het beste moment om een hond eten te geven is na het uitlaten. Als je een hond voor het uitlaten eten geeft is er een kans dat hij last krijgt van steken tijdens de wandeling. Dit is voor je hond natuurlijk niet fijn. Daarom kun je het beste een half uur na het uitlaten je hond voeren.

Hoe vaak hond brokken geven?

Honden krijgen meerdere keren per dag eten, afhankelijk van de leeftijd van de hond. Geef jouw hond per maaltijd de aanbevolen hoeveelheid voeding. Deze hoeveelheid is op de verpakking van het hondenvoer te vinden. Ook de dierenarts kan vaak advies geven over hondenvoer, bijvoorbeeld tijdens de eerste puppycontrole.

Hoe weet ik of mijn hond genoeg eten krijgt?

Hoeveel mag mijn hond eten? – Op de vraag hoeveel jouw hond mag eten is geen eenduidig antwoord te geven. Het hangt af van verschillende factoren. Voorbeelden hiervan zijn de leeftijd en het ras van je hond, maar ook het geslacht en hoe actief je hond is spelen een belangrijke rol.

Hoe laat hond voor het laatst uitlaten?

Hoe lang mag je met een puppy wandelen? – Alhoewel een puppy vaker naar buiten moet in verband met zindelijkheidstraining, mogen zijn uitlaatrondjes nog niet te lang zijn. Zijn skelet is namelijk nog volop in ontwikkeling, te veel beweging kan daardoor gewrichtsproblemen zoals artrose  opleveren voor een pup in de groei. Extra tips:

  • Voor de zindelijkheidstraining laat je je pup na iedere maaltijd en slaapbeurt uit;
  • Merk je dat hij bij een volgende ronde niet enthousiast meegaat? Kort de rondjes dan in;
  • Wandel in een rechte lijn en laat je kleintje nooit loslopen;
  • Loop over vlakke ondergronden;
  • Socialisatie is een belangrijk onderdeel maar pas op bij het spelen met volwassen honden; die spelen vaak te ruw voor een pup.

.

Hoe laat moet je opstaan met een hond?

Hoeveel slaap heeft een hond nodig? – Honden slapen vaker en langer dan mensen. Ze brengen minstens de helft van de dag slapend door, afhankelijk van de leeftijd kan dat oplopen tot wel drie kwart van de dag.

  • Een pup slaapt zo’n 18-20 uur per etmaal.
  • Een volwassen hond slaapt gemiddeld 12-14 uur per etmaal.
  • Oudere honden hebben meer slaap nodig, dat kan best wel 16-18 uur per etmaal zijn.
  • Van sommige grote rassen is bekend dat zij meer slapen dan gemiddeld. Denk hierbij aan Sint-bernards, Newfoundlanders, Pyrenese berghonden en Mastiffs.

Het is niet helemaal duidelijk waarom honden zoveel slaap nodig hebben. Een verklaring zou kunnen zijn dat hun REM-slaap korter is dan bij ons. Bij mensen beslaat REM-slaap ongeveer 25% van de tijd dat we slapen, bij honden is dat ongeveer 10%. Dit zou kunnen betekenen dat honden meer slaaptijd nodig hebben om alles te verwerken en weer fit te zijn voor de volgende dag. Diagrammen: Hoeveelheid slaap per etmaal voor mensen, volwassen honden, seniorhonden en pups. Hond Hoe Vaak Eten .

Hoelang na het eten poept een hond?

Spijsverteringskanaal van de hond – Het spijsverteringskanaal van de hond begint, net als bij de mens, in de bek. In tegenstelling tot bij de mens, bevat het speeksel van de hond geen verteringsenzymen en wordt het voedsel alleen vermalen tot kleinere delen.

Het  gebit  speelt hierbij een cruciale rol. Gebitsproblemen worden vaak onderschat bij een hond, zorgen voor veel pijn en kunnen van invloed zijn op de spijsvertering van de hond. Via de  slokdarm  bereikt het voedsel de maag van de hond, waar het zich vermengd met maagzuur.

Het maagzuur bewerkt de aanwezige eiwitten in de voeding en is in staat om een groot aantal, mogelijk schadelijke, micro-organismen te doden. De maag van de hond is behoorlijk groot in verhouding tot het darmkanaal. Deze verhouding dankt de hond aan zijn voorvader de wolf die zijn voedsel (de prooi) in grote porties tot zich neemt.

Het maagdarmstelsel van de hond staat nog dichtbij die van de wolf. Volgende stap van het voedsel is de  twaalfvingerige darm. Dit is het eerste deel van de dunne darm. Hier komen belangrijke spijsverteringssappen zoals gal en de sappen van de alvleesklier (pancreas) bij de voedselbrij.

De galsappen ondersteunen de vetvertering en de sappen van de alvleesklier bevatten veel enzymen die helpen bij de vertering van koolhydraten en eiwitten. De weg gaat verder langs de  dunne darm. De wand van de dunne darm bevat cellen die spijsverteringssappen afgeven.

  1. De wand is enorm geplooid waardoor er een groot oppervlak ontstaat waar de spijsvertering met hulp van bacteriën en enzymen plaatsvindt;
  2. Bij deze vertering worden de voedingsstoffen tot kleine opneembare delen ‘geknipt’;

Na opname door de darmcel, wordt de voedingsstof weer afgegeven aan het bloed, die de voedingsstoffen naar de lever vervoert. De lever regelt de verspreiding van de voedingsstoffen door het lichaam. Als laatste gaat de voedselbrij naar de  dikke darm. Hier wordt het water gehaald uit het restant.

  • Via de endeldarm (rectum) gaat de darm over in de sluitspier (anus), waarlangs de laatste resten van het voedsel het lichaam weer verlaat;
  • De tijd tussen eten en de ontlasting van de hond verschilt per keer en verschilt per hond;

De gemiddelde duur van de spijsvertering van de hond van A tot Z kan 12 tot ongeveer 24 uur duren, dus een tot twee keer per dag ontlasting is normaal. Als het langer duurt is dat niet direct een reden tot alarm, grote stukken duren langer om te verteren.

Hoeveel keer per dag moet een hond poepen?

De ontlasting van je hond zegt veel over hoe hij in zijn vel zit. Eet hij de juiste voeding, is hij levendig en gezond, zonder stress, wormen of andere parasieten? Dan is de kans groot dat de stoelgang goed is. Het voer dat je hem geeft is van grote invloed op de hoeveelheid en samenstelling van zijn uitwerpselen.

Hoe minder hondenontlasting, hoe meer voedingsstoffen hij opneemt en gebruikt. Zorg dus dat je de ontlasting van je hond regelmatig checkt. Wanneer er een verstoring in de spijsvertering is, zal dit in de meeste gevallen afwijkende ontlasting tot gevolg hebben.

Bij een gezonde spijsvertering werken de darmen, de lever en de alvleesklier goed samen om eten te kunnen verteren. Gezonde ontlasting is vast van vorm, heeft een (donker)bruine kleur en geen indringende geur. Een ‘goede drol’ pak je dus gemakkelijk op, is niet keihard en niet te zacht.

Hoeveel brokken mag een hond per dag?

Hond Hoe Vaak Eten

Bij het voeren van je dier is het af en toe best lastig om nou op de juiste hoeveelheid te komen. Gelukkig zijn hier richtlijnen voor. Deze richtlijnen geven aan wat een dier van een bepaalde leeftijd en gewicht aan voeding binnen zou moeten krijgen per dag. Houd er wel rekening mee dat ieder dier anders is. Elk dier heeft zijn eigen behoefte en dit kan onderling erg verschillen.

Een dier dat veel beweegt en bijvoorbeeld meeloopt in de sport, heeft een andere voedingsbehoefte dan een huishond. Daarnaast speelt het metabolisme, de grootte van de het dier en de vacht een rol in de hoeveelheid voeding die het dier nodig heeft.

Houd de conditie van de het dier goed in de gaten. Met conditie wordt bedoeld hoe dik of dun een dier is. Wordt het dier te dik zou je wat kunnen minderen in de voeding, wordt het dier te dun zou je wat extra kunnen geven. Vaak is het zelf even zoeken naar de juiste balans. Tabel vers vlees:

Dier Hoeveelheid per dag Hoe vaak per dag?
Pup tot 4 maanden: 50 gram per kg lichaamsgewicht 4-7 maanden: 40 gram per kg lichaamsgewicht 7-10 maanden: 30 gram per kg lichaamsgewicht 10+ maanden: 20 gram per kg lichaamsgewicht tot 3 maanden: 4 keer per dag, 3- 6 maanden : 3 keer per dag 6- 12 maanden:  2 keer per dag. 12+ maanden: 1 of 2 keer per dag
Volwassen hond 20-30 gram per kg lichaamsgewicht. Zeer actieve, levendige en kleine honden: tot zo’n 40 gram per kg lichaamsgewicht. Drachtige en zogende hond: 30-40 gram per kg lichaamsgewicht  1 of 2 keer per dag
Kitten 80 tot100 gram per kg lichaamsgewicht 3 a 4 keer per dag
Volwassen kat 30 tot 40 gram per kg lichaamsgewicht Drachtige en zogende kat: 60-80 gram per kg lichaamsgewicht 2 keer per dag

Bij het voeren van brokken is het goed als je in gedachten houd dat de hoeveelheid ongeveer de helft van de hoeveelheid vers vlees is. Dat ziet er als volgt uit:

Dier Hoeveelheid per dag Hoe vaak per dag?
Pup tot 4 maanden: 25 gram per kg lichaamsgewicht 4-7 maanden: 20 gram per kg lichaamsgewicht 7-10 maanden: 15 gram per kg lichaamsgewicht 10+ maanden: 10 gram per kg lichaamsgewicht tot 3 maanden: 4 keer per dag, 3- 6 maanden : 3 keer per dag 6- 12 maanden:  2 keer per dag. 12+ maanden: 1 of 2 keer per dag
Volwassen hond  10-20 gram per kg lichaamsgewicht. Zeer actieve, levendige en kleine honden: tot zo’n 20 gram per kg lichaamsgewicht Drachtige en zogende hond: 15-20 gram per kg lichaamsgewicht 1 of 2 keer per dag
Kitten 40 tot 50 gram per kg lichaamsgewicht 3 a 4 keer per dag
Volwassen kat  15 tot 20 gram per kg lichaamsgewicht Drachtige en zogende kat: 30-40 gram per kg lichaamsgewicht 2 keer per dag

In sommige gevallen is het handig om vers vlees en brokken te combineren. Het is dan belangrijk om goed uit te rekenen hoeveel voer de hond per dag nodig heeft. Rekenvoorbeeld: Een hond van 20 kilo krijgt per dag een vers vlees maaltijd van 250 gram. De rest wil het baasje graag aanvullen met brokken. De hond zou 20 gram voeding x 20 kilo lichaamsgewicht nodig hebben van het verse vlees.

Hieronder staat een tabel die afkomstig is van www. voerwijzer. com. Deze tabel is een richtlijn, blijf altijd goed naar uw dier kijken. Dit is in totaal 400 gram. In plaats van deze 400 gram te geven, geeft het baasje 250 gram.

Je rekent dus uit hoeveel procent van de dagelijkse hoeveelheid je al gevoerd hebt. In dit geval is dat 62,5% van de volledige voedingsbehoefte van de hond. De aan te vullen hoeveelheid bedraagt dus 37,5%. Een hond heeft de helft van wat hij nodig heeft aan vers vlees, aan brokken nodig.

  • Dit is dus 10×20=200 gram;
  • Aangezien de hond al vers vlees heeft gehad heeft hij niet deze volledige 200 gram nodig maar 37,5% daarvan  200 : 100 x 37,5% = 75 gram;
  • Je vult de 250 gram vers vlees dus aan met 75 gram brokken;

Tyra van der Molen.

Is het erg als een hond een dag niet eet?

Een hond die gedurende een langere tijd niet wil eten en afvalt – Als een hond gedurende een langere tijd niet wil eten of slecht eet wijst dit meestal op een (medisch) probleem. Zeker als de hond ook afvalt is het verstandig snel een dierenarts te bezoeken voor verder onderzoek.

Is brood goed voor een hond?

Brood levert de hond geen voedingsstoffen – Een hond kan brood dus wel een beetje verteren. En op zich zijn de vezels goed voor de spijsvertering. Maar verder is brood niet goed voor hond: de hond neemt geen voedingsstoffen uit brood op. Het is alleen een ‘vulmiddel’ en wordt eigenlijk meteen weer uitgepoept (ook door de vezels).

Is kaas goed voor een hond?

Is kaas gevaarlijk voor honden? – Als honden konden lezen , dan werden ze nu razend blij: ze mogen af en toe bést een blokje kaas. Maar let op: houd het bij kleine porties (één of twee blokjes/plakjes). Kaas bevat veel lactose en de meeste honden kunnen een grote hoeveelheid van deze melksuiker moeilijk afbreken.

Is yoghurt goed voor een hond?

Ja, een hond mag yoghurt, maar met mate en tenzij je hond lactose-intolerant is. Yoghurt is niet giftig voor je hond, dus in die zin mag hij hier af en toe eens van proeven. Maar onthoud dat yoghurt eigenlijk bestemd is voor menselijke consumptie, net als alle soorten zuivel zoals kwark, kaas en karnemelk.

Wat doet een hond als je niet thuis bent?

Honden zijn van nature graag bij hun groepsgenoten. Onze huishonden moeten echter regelmatig alleen thuis blijven. Voor een paar uur is dat meestal geen probleem, maar het moet de hond wel eerst aangeleerd worden. Hij moet het vertrouwen krijgen dat u altijd weer terug zult komen. Besteedt u hier te weinig aandacht aan, dan is de kans groter dat uw hond angst voor alleen zijn ontwikkelt.

  1. Hij kan dan bijvoorbeeld gaan blaffen, het huis slopen of onzindelijk worden als u hem te lang alleen laat;
  2. Angst om alleen te zijn is heel vervelend, zowel voor de hond als voor u;
  3. Het is niet altijd te voorkomen, maar u maakt de kans dat uw hond angst ontwikkelt zo klein mogelijk als u hem stap voor stap aanleert om alleen thuis te blijven;
See also:  Hoe Krijgt Een Hond Hersenvliesontsteking?

Heeft u een pup, begin dan op jonge leeftijd al met oefenen. Ook als u een nieuwe volwassen hond heeft, is het verstandig om voorzichtig te bekijken of de hond wel of niet alleen kan zijn. Ook al kon de hond in zijn vorige huis wel goed alleen thuis zijn, alleen blijven in een nieuwe omgeving brengt altijd meer stress met zich mee.

  1. De hond zal eerst bij u moeten wennen dus bouw het alleen blijven altijd langzaam op;
  2. Bij een hond die niet alleen kan blijven zonder angstig te worden, gaat het vaak om de aanwezigheid van mensen in het algemeen;

In dat geval is een oppas voldoende om de hond rustig te houden. Er zijn echter ook honden die zo gehecht zijn aan één bepaald persoon dat ze er niet tegen kunnen als ze van die persoon (of enkele specifieke geliefde personen) gescheiden zijn. In zo’n geval helpt een oppas dus niet! De laatste vorm is in feite échte ‘verlatingsangst’; de eerste is ‘angst om alleen te zijn’.

  1. Beide vormen worden bij honden echter vaak verlatingsangst (of in het Engels ‘separation anxiety’) genoemd en die term zullen we hier ook gebruiken;
  2. Geen enkele hond vindt het leuk om lang alleen te moeten zijn;

Honden hebben sociaal contact en beweging nodig en natuurlijk moeten ze ook regelmatig hun behoefte kunnen doen. Een richtlijn is om volwassen honden niet langer dan 4 tot maximaal (en niet elke dag) 6 uur achter elkaar alleen te laten. Hoe lang voor uw hond mogelijk is, verschilt per individu.

Moet u toch eens langer weg, schakel dan een oppas of uitlaatservice in. Pups hebben veel contact en toezicht nodig en kunnen niet lang alleen zijn, 4 uur is voor hen veel te lang. Als u een pup in huis neemt, moet u er dus rekening mee houden dat u zeker het eerste half jaar niet lang van huis kunt! Er is veel verschil in hoe vervelend honden het vinden om alleen te moeten blijven.

Erfelijke aanleg speelt een rol. Uit sommige onderzoeken komen verschillen in gevoeligheid tussen rassen; zo is er een onderzoek waarbij Cocker Spaniels, Schnauzers en Teckels gevoeliger dan gemiddeld leken te zijn en in een ander onderzoek werden ook Engelse Springer Spaniels en Golden Retrievers genoemd.

  1. Er zijn echter ook onderzoeken waarin geen verschil tussen rassen werd gezien;
  2. Ook binnen een ras kunnen er foklijnen zijn waarin de honden meer moeite hebben met alleen blijven en een grotere kans hebben om verlatingsangst te ontwikkelen;

Honden die van een rescue organisatie komen zijn vaak extra gevoelig. Dit kan komen doordat ze als pup geen veilige hechting hadden met het moederdier, bijvoorbeeld door slechte omstandigheden tijdens het leven op straat of jong verlies van hun moeder. Mogelijk kunnen deze pups daardoor in hun latere leven hechtingsproblemen krijgen, zoals overmatig gebonden zijn aan een of enkele personen.

Dat kan overigens ook gelden voor asielhonden. Bij plaatsing vormen zij vaak snel een sterke band en zijn dan extra gevoelig voor het (tijdelijk) verbreken daarvan. Daarnaast kunnen opgedane ervaringen invloed hebben op het ontwikkelen van angst voor alleen zijn.

Kijk dus altijd naar uw hond en hoe deze reageert. De training moet hierop afgestemd worden. Die training houdt in dat u heel geleidelijk het alleen blijven moet gaan introduceren en aanleren. Bij de ene hond zult u veel sneller door de stappen kunnen gaan dan bij de andere.

De in dit artikel beschreven opbouw geldt voor honden die nog niet geleerd hebben om alleen te blijven, zoals pups, en die nog niet bang zijn om alleen te zijn. Bij het leren om alleen te zijn is het heel belangrijk dat u de oefening langzaam opbouwt.

Het is namelijk de bedoeling dat de hond het vertrouwen krijgt én houdt dat u altijd terugkomt en dat het niet nodig is om nerveus te worden. Heeft u te veel haast en laat u de hond te lang alleen, dan zal hij zich onrustig gaan voelen en kan stress zich gaan opbouwen.

Dat vervelende gevoel dat hij dan heeft, zal hij gaan koppelen aan het alleen zijn. Het gevolg is dat hij voortaan steeds als hij alleen moet blijven, ook al is het maar even, dat gevoel weer krijgt. Hij is het vertrouwen kwijt dat u snel weer terugkomt.

Dit moet u voorkomen omdat het erg moeilijk is om dat vertrouwen weer terug te krijgen, u moet dan helemaal opnieuw beginnen met oefenen! Overhaast het dus niet, laat de hond het tempo bepalen. Ook al lijkt het langzaam te gaan, u bereikt zo uw uiteindelijke doel sneller.

Begin niet met oefenen om alleen te blijven op momenten dat uw hond vol energie zit. Kies eerder de momenten uit dat hij moe is van het wandelen of spelen. Hij zal dan veel sneller rustig blijven liggen op zijn eigen plek.

Natuurlijk is het ook verstandig als de hond voor het oefenen zijn behoeften heeft kunnen doen. Een eerste voorbereiding voor het alleen thuis blijven is om ervoor te zorgen dat uw hond zelfstandig is. Voor honden die constant achter hun eigenaar aanlopen in huis en eraan gewend zijn dat de baas altijd in de buurt is, is het contrast erg groot als de baas even weg moet.

Leer de hond dus om ook terwijl u thuis bezig bent, rustig in de kamer of op zijn eigen plek te blijven liggen in plaats van u te volgen. Dit oefent u eerst terwijl u in dezelfde kamer bent, daarna kunt u ook een paar tellen de kamer verlaten.

Zorg dat de hond iets te doen heeft, bijvoorbeeld dat er speelgoed ligt waar hij veilig op kan kauwen. Als dit goed gaat, dan kunt u voorzichtig de tijd dat u de kamer uit bent wat opbouwen. Hoe snel dat kan, ligt aan de reactie van uw hond. Maak de tijd eerst langer met stapjes van een paar seconden; kunt u zonder problemen een minuut wegblijven dan kunt u de stappen wat groter gaan maken (bijvoorbeeld met stapjes van 10-20 seconden tegelijk).

Hoe langer u weg kunt blijven, hoe groter u de stappen kunt maken, maar kijk naar uw hond om te bepalen wat voor hem haalbaar is. Zorg er hierbij voor dat u de tijd niet alleen maar steeds langer maakt maar kom tussendoor ook regelmatig weer snel terug.

Geef bij de oefeningen in huis geen aandacht aan de hond. Let op: misschien slaapt uw hond beneden in de huiskamer en gaat dat prima. Dat betekent echter niet dat hij overdag ook zo lang alleen kan blijven! Het naar bed gaan is voor de hond een hele duidelijke context en veel honden hebben snel in de gaten dat u niet echt weg bent.

  • Bovendien zijn ze dan moe en al snel wennen ze eraan dat dit een dagelijks terugkerend ritueel is;
  • Het is heel anders voor hem als u overdag weggaat;
  • Heeft u een pup of een nieuwe hond waarvan u bang bent dat hij dingen kapot zal maken of dingen doet die niet mogen als u even weg bent? Dan kunt u overwegen hem in een bench of andere veilige ruimte te zetten tijdens de oefeningen;

U moet hem dat echter wel eerst aanleren! Daarover leest u meer in het artikel over ‘ Een hondenbench gebruiken ‘. Als u de hond rustig een tijdje alleen kunt laten terwijl u elders in huis bent zonder dat hij zich daar druk om maakt, kunt u beginnen met oefeningen waarbij u ook echt het huis verlaat.

  • Bouw ook dit voorzichtig op: eerst doet u alleen de voordeur open en weer dicht, later stapt u heel even naar buiten;
  • Zorg ervoor dat u altijd terug bent voordat de hond nerveus begint te worden! Maak de tijd dat u weg bent steeds een paar tellen langer, maar bouw tussendoor ook weer steeds kortere oefeningen in die de hond gemakkelijk aankan (zodat het niet zo is dat elke volgende oefening langer is dan de vorige);

Kunt u eenmaal een minuut wegblijven dan kunt u iets grotere stappen gaan nemen. Vergeet niet om ook dan regelmatig oefeningen te doen waarbij u al na korte tijd terug bent. Let op: de hond mag niet leren voorspellen wanneer u langer en wanneer u korter weg bent.

Als u tijdens het oefenen bijvoorbeeld steeds na 3 langere oefeningen 1 korte oefening inplant, dan gaat hij het patroon herkennen. Probeer dat dus zo onvoorspelbaar mogelijk af te wisselen. Eindig een oefensessie wel steeds met de langste oefening.

Mocht die langste oefening onverhoopt toch niet helemaal goed gaan (wat u natuurlijk probeert te voorkomen door rustig op te bouwen), doe dan nog een kortere oefening die zeker goed gaat zodat u de training positief kunt afsluiten. Ga niet te snel door naar lange oefeningen maar oefen voldoende met minder lange oefeningen zodat de basis er goed in zit.

Gaat het goed, oefen dan ook met een zo realistisch mogelijk vertrek. Als u van huis gaat om naar uw werk te gaan of een boodschap te doen, zult u vaak een paar dingen doen zoals uw sleutels pakken, schoenen aandoen, een tas pakken en uw jas aantrekken.

Honden leren vaak dat dit voorspelt dat u weggaat, en een hond die niet goed alleen kan zijn zal al nerveus worden als hij deze voorbereidingen ziet. Oefen ze daarom mee: bedenk wat u doet voor vertrek en ga één voor één deze vertreksignalen opnemen in het oefenen, zodat uw hond meteen leert dat ook dit heel gewoon is.

Maak de tijd dat u weg bent tijdens het oefenen met deze extra vertreksignalen de eerste keren weer korter dan waar u gebleven was. Dus kon u 10 seconden naar buiten, maar neemt u nu voor het eerst uw tas mee? Blijf dan dit keer bijvoorbeeld maar 3 seconden weg en bouw dat weer langzaam op.

Neem niet uitgebreid afscheid door bijvoorbeeld de hond te knuffelen: het is de bedoeling van de oefeningen dat uw tijdelijke afwezigheid voor de hond een ‘saaie’ gebeurtenis is. Neem dus rustig en kort afscheid. Het kan helpen als u op het moment dat u weggaat een vaste, korte zin zegt, bijvoorbeeld: ‘tot straks’.

De hond leert dan tijdens de oefening dat als u dat zegt, u weliswaar even weg bent maar ook dat u op tijd weer terug bent. Het wordt voor de hond uiteindelijk een signaal dat hij zich veilig kan blijven voelen.

U moet dan wel zeker weten dat u op tijd terug bent, dus voordat de hond nerveus wordt! Ga nooit ‘stiekem’ weg, bijvoorbeeld als de hond slaapt of doordat u hem afleidt met voer. Bij uw terugkomst kunt u de hond begroeten, maar doe dat rustig en kort, bijvoorbeeld door hem gewoon gedag te zeggen met een rustige, vriendelijke stem.

U hoeft hem dus niet helemaal te negeren. Ga hem echter niet uitgebreid knuffelen, dat kunt u later doen als hij helemaal kalm is. Om geluiden van buiten te maskeren wordt wel eens gebruik gemaakt van het aanzetten van de radio of een andere geluidsbron.

Dat kan handig zijn als u een hond heeft die snel blaft als hij iets hoort, maar pas wel op. Het komt regelmatig voor dat honden met verlatingsangst ook bang zijn voor geluiden. Angst voor geluiden tijdens het alleen zijn kan de angst voor het alleen zijn ook versterken.

Van een radio of televisie weet u niet zeker welke geluiden er voorbij zullen komen. Een plotseling geluid van bijvoorbeeld een reclame of geluidsfragment tijdens een nieuwsbericht kan uw hond juist extra angstig maken.

Wilt u geluiden afspelen tijdens uw aanwezigheid, kies dan liever voor een geluidsbron waarvan u zeker weet dat het de hond niet onrustig maakt. Reageert uw hond niet sterk op geluiden van buiten, dan hoeft u ook geen muziek of ander geluid aan te zetten als u gaat oefenen met het alleen blijven.

Er zijn veel verschillende gedragingen die uw hond kan laten zien als hij verlatingsangst heeft. Veel honden zullen janken, blaffen of piepen. Ook komt geregeld voor dat honden gaan slopen, vaak bij plaatsen waar u bent weggegaan zoals krabben aan de deur of vloer maar ook wel andere voorwerpen of meubilair.

In huis plassen of poepen kan ook een uiting van stress zijn. Andere tekenen van stress zijn bijvoorbeeld onrust, hijgen, bek aflikken, gapen, steeds van positie wisselen (staan, zitten, liggen), overmatig kwijlen en soms overgeven, zwetende voetzolen hebben of ineens haar verliezen.

Vrij veel honden die verlatingsangst hebben, willen niet eten als ze alleen zijn. Er zijn echter ook honden die juist wél eten op momenten van stress. Het komt ook regelmatig voor dat honden eerst hun voer opeten maar zodra dat op is alsnog enorm gestrest raken door het alleen zijn.

Niet eten is dus vaak (niet altijd) een teken van stress; wél eten wil niet zeggen dat er niets aan de hand is! Honden met verlatingsangst volgen vaak hun eigenaar in huis, waar deze ook gaat. Omgekeerd is het niet zo, dat alle honden die de eigenaar in huis volgen ook slecht tegen alleen zijn kunnen.

Honden met verlatingsangst zijn vaak ontzettend blij als de eigenaar terugkomt en het kan enkele minuten duren tot ze weer gekalmeerd zijn. Sommige dingen zijn opvallend zodra u thuiskomt, zoals plasjes, krassen op uw deur van nagels of een natte vacht door het kwijlen.

See also:  Wanneer Eerste Loopsheid Hond?

Sporen van uitbraakpogingen, zoals krassen, gesloopte deurposten en soms zelfs afgebroken en bloedende nagels zijn signalen dat de hond echt in paniek is en probeert te vluchten. Maar als uw hond vooral blaft en onrustig heen en weer loopt in huis, kunt u dat gemakkelijk missen.

Soms is het geblaf al gestopt omdat de hond uw auto de straat in hoort rijden en denkt u dat de hond er geen problemen mee heeft, tot u van de buren hoort dat hij tekeer is gegaan. Het is belangrijk dat u tijdens het oefenen goed in de gaten houdt of het echt wel goed gaat.

Als uw hond toch nerveus begint te worden, kan dat uitlopen op verlatingsangst. Let daarom goed op of u tekenen van onrust ziet bij uw hond. U kunt een filmcamera laten lopen als u oefent. Zo zult u het horen als hij blaft of zachtjes piept of zien als hij stresssignalen laat zien zoals onrustig heen en weer lopen of veel hijgen.

  1. Heeft u geen camera dan kan een voicerecorder een aantal van deze signalen ook opvangen;
  2. U kunt ook een webcam of de camera van een mobiele telefoon gebruiken zodat u de hond via een andere mobiele telefoon kunt bekijken terwijl u oefent, bijvoorbeeld via software voor online meetings;

Op die manier kunt u direct reageren op wat u ziet en de oefening afbreken als u ziet dat de hond nerveus wordt. Let op: het is niet de bedoeling dat u via zo’n verbinding tegen uw hond praat terwijl u er niet bent! Zet de microfoon aan de kant van de hond uit zodat hij u en uw omgeving niet kan horen.

Hij moet immers wennen aan het alleen blijven, zonder enige vorm van uw aanwezigheid. Bovendien bestaat er een kans dat het averechts werkt en de hond juist extra naar u op zoek gaat. In sommige gevallen blijkt de reden waarom een hond blaft als hij alleen is niet te zijn dat hij angstig is, maar blaft hij omdat hij erg waaks is en steeds voorbijgangers ziet of hoort.

En er zijn ook honden die bijvoorbeeld gaan slopen uit verveling als ze te lang alleen zijn, of die in huis plassen omdat ze nog niet goed zindelijk zijn of om medische redenen of wellicht omdat ze te weinig zijn uitgelaten. Ook daarom is het van belang om bij dergelijke signalen het gedrag tijdens uw afwezigheid te filmen, zodat u kunt zien of er meer tekenen van stress en angst aanwezig zijn of dat er misschien andere redenen zijn waarom het alleen blijven niet goed gaat. Tijdens de hele training zijn er twee belangrijke dingen om op te letten:

  1. Laat uw hond nooit langer alleen dan hij aankan! Kom dus altijd op tijd terug. Dat betekent dat u niet ineens een uur kunt gaan winkelen als uw hond pas tien minuten alleen was gebleven in de training. De kans is dan groot dat hij alsnog bang wordt en dan moet u weer helemaal van voor af aan beginnen bij een paar tellen alleen. Waarschijnlijk wordt de training zelfs moeilijker omdat de hond nu de ervaring heeft dat alleen blijven hem een angstige ervaring oplevert.
  2. Straf de hond nooit voor zijn gedrag als hij toch eens is gaan blaffen, plassen of slopen. Het gedrag ontstaat immers vanuit spanning, angst of zelfs paniek, en als u hem gaat straffen wordt dat alleen maar erger omdat de situatie er voor hem nog vervelender van wordt. Angst verdwijnt niet door de hond ervoor te straffen. De hond kan er bovendien niets aan doen dat hij zich zo naar voelt: u wél, namelijk door hem niet langer alleen te laten dan hij aankan.

Als uw hond problemen heeft met het leren om alleen thuis te blijven of als hij al verlatingsangst vertoont, kan dit verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:

  • Erfelijke aanleg
  • Het is de hond nooit goed aangeleerd om alleen te blijven
  • De hond heeft het wel geleerd en het ging goed, maar daarna hoefde hij een hele tijd nooit alleen thuis te blijven waardoor hij dit verleerde. Toen dit wel weer nodig was, is het niet opnieuw opgebouwd (denk aan situaties na vakanties of na ziekte of werkloosheid van de baas).
  • De hond heeft iets engs of vervelends meegemaakt toen hij alleen was (bijvoorbeeld onweer of inbraak).
  • Er is een plotselinge verandering van omstandigheden, bijvoorbeeld er is iemand uit het huishouden weggegaan door scheiding, uit huis gaan van kinderen of door overlijden. Of de hond is herplaatst, of u bent verhuisd.
  • Oudere honden kunnen ineens problemen gaan krijgen met het alleen blijven, doordat er veranderingen in de hersenen plaatsvinden (zoals dementie).
  • Fysieke aandoeningen kunnen effect hebben op het alleen blijven, denk aan blaasontsteking waardoor de hond ineens onzindelijk kan lijken, maar ook andere ziektes en pijn hebben effect op hoe de hond zich voelt. Het komt voor dat plotseling optredende verlatingsangst wordt veroorzaakt door een medisch probleem.

Sommige honden die, wanneer ze alleen moeten blijven, in een beperkte ruimte moeten zitten zoals in een bench of kleine kamer kunnen stress vertonen die niet te maken heeft met het alleen zijn maar met het ‘opgesloten’ zitten en doen het veel beter als ze vrij in huis mogen rondlopen. Opgesloten zijn betekent dat de hond geen controle heeft over zijn situatie en dat kan stress opleveren. Een hond met verlatingsangst ervaart stress, angst en soms paniek. Het is niet zo dat een hond bijvoorbeeld iets gaat slopen of in huis plast ‘omdat hij kwaad is dat hij niet mee mag’, ‘uit wraak’! En als uw hond zich ‘schuldig’ gedraagt wanneer u thuiskomt en er is iets gesloopt of er ligt plas, dan is dat niet omdat hij zich schuldig voelt.

  1. Regel dus een oppas! Ook een dagopvang of hondenuitlaatservice kunnen hierbij helpen;
  2. Hij neemt een onderdanige houding aan omdat hij merkt dat u niet blij of zelfs boos bent en hij wil voorkomen dat u agressie tegen hem vertoont, zoals boos tegen hem praten of hem op andere manieren straffen;

Maar hij snapt niet dat uw boosheid wordt veroorzaakt door iets wat hij misschien al een uur eerder heeft gedaan, uit angst, en hij weet ook niet dat dit ‘niet mag’: het was voor hem dan ook geen bewuste keuze maar een uiting van zijn stress en paniek! Verlatingsangst is een vervelend probleem dat de hond veel stress bezorgt en zijn welzijn en zijn gezondheid benadeelt.

Een goede opbouw op jonge leeftijd kan de kans op problemen verkleinen, maar verlatingsangst kan niet altijd voorkomen worden. Met een goede training en soms met medicijnen kan verlatingsangst behandeld worden.

Dit vergt wel inzet, want er is geen ‘quick fix’. De terugkerende stress van verlatingsangst is echter voor uw hond zowel heel vervelend als ongezond, en ook voor uw huisraad en de relatie met de buren is het belangrijk er iets aan te doen. Straf uw hond nooit voor zijn angst en gebruik nooit hulpmiddelen zoals een anti-blafband: deze werken averechts, geven de hond nog meer stress en zijn daardoor slecht voor het welzijn van de hond.

Hij blaft misschien niet meer, maar hij voelt zich waarschijnlijk nog ellendiger. Vertoont uw hond tekenen van verlatingsangst, ga dan eerst naar een dierenarts om mogelijke lichamelijke problemen uit te sluiten.

Een gediplomeerde hondengedragstherapeut of een veterinair gedragsspecialist kan u vervolgens helpen om een behandelplan op te stellen om het probleem aan te pakken. Hoe u aan betrouwbare adressen komt, leest u in het artikel over ‘ Gedragstherapie voor de hond ‘..

Kan je uitslapen als je een hond hebt?

Wil je uitslapen, denk dan ook aan je hond. Ga er desnoods even uit voor een klein ommetje en om je je hond eten te geven. Kruip daarna weer lekker in bed, als je daar nog zin in hebt.

Hoe laat avondwandeling hond?

Heb geen spijt van de dingen die je doet, maar van de dingen die je niet gedaan hebt. It’s easier to leave than to be left behind- R. -leaving New York Irma, my star in heaven 23-05-1990 – 27-05-2019.

Hoe hond van 3 naar 2 maaltijden?

Puppy eten geven – De vraag hoe vaak honden moeten eten, gaat in veel gevallen over puppy’s. Deze zijn nog vol in de groei en zullen daarom in de loop van de maanden een aantal keer van eetpatroon moeten veranderen tot ze volwassen zijn. Hoe veel een pup per dag eet, verschilt uiteraard per ras en per individuele hond.

Grote hondenrassen hebben meer lichaamsgewicht en groeien sneller dan kleine hondenrassen. Het is dus logisch dat deze ook wat meer eten nodig hebben. Daarnaast kan deze hoeveelheid per merk  hondenvoer verschillen.

Sommige merken hebben op de zak een indicatie staan voor de aanbevolen hoeveelheden. Pups hebben een kleine maag en moeten daarom vaker op de dag eten dan volwassen honden. Het wordt dan ook aangeraden om puppy’s, zeker als ze nog erg jong zijn, ten minste vier keer per dag te voeren.

  1. Wanneer ze zo’n 12 weken oud zijn, kunt u dit terugbrengen naar drie keer per dag;
  2. Met 6 maanden zijn de pups groot genoeg om hun voer in twee porties per dag te krijgen;
  3. Vanzelfsprekend betekent meer porties niet dat er ook meer voedsel gegeven wordt;

Het gaat erom dat de dagelijkse hoeveelheid voeding in kleinere beetjes verdeeld wordt.

Hoeveel eten mag een hond per dag?

Het juiste voer en de juiste hoeveelheid zijn belangrijk om uw hond gezond te houden. Hier leest u op welke manier u voor uw hond kunt berekenen of deze de juiste voeding binnen krijgt. Zo kunt u berekenen of de voeding van uw hond voldoet aan de eisen die gesteld worden aan hondenvoer. Ook worden er normen en enkele rekenvoorbeelden gegeven voor de energiebehoefte van honden in verschillende stadia van hun leven: honden in de groei, honden die gecastreerd zijn, honden die een nestje krijgen of al hebben.

Wanneer u zich gaat verdiepen in hondenvoeding, dan kunt u verschillende termen en afkortingen tegenkomen. Hieronder vindt u de betekenis van deze woorden. Metaboliseerbare energie Metaboliseerbare energie is de energie die gebruikt kan worden voor processen in het lichaam zoals groei en spieropbouw.

Van alle energie die de hond opneemt via de voeding, wordt de energie afgehaald die verloren gaat in de vorm van ontlasting en urine. Wat overblijft is energie waar de hond wat mee kan voor zijn lichaam, de metaboliseerbare energie (ME). Biologische waarde Een hoge biologische waarde betekent dat de gebruikte eiwitten essentiële onderdelen (aminozuren) bevatten in hoeveelheden die zo goed mogelijk aansluiten bij de behoefte van het dier en waarvan het grootste deel goed verteerd wordt.

Over het algemeen hebben dierlijke eiwitten een hogere biologische waarde dan plantaardige eiwitten. Een uitzondering is soja, dat eiwit heeft een vrij hoge biologische waarde. FEDIAF, The European Pet Food Industry Federation, bestaat uit afgevaardigden van diervoederorganisaties uit diverse EU landen en een aantal grote diervoederfabrikanten.

Door samen te werken met overheden, toezichthouders en academici willen ze veilig voer kunnen leveren. FEDIAF heeft normen samengesteld waar een hondenvoer aan moet voldoen. Deze zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en getoetst door onafhankelijke, in voeding gespecialiseerde dierenartsen.

  • Er zijn normen voor volwassen honden, jonge pups, pups in een latere groeifase en drachtige en zogende honden;
  • Voer dat in de EU wordt verkocht als ‘volledig voer’ moet alle benodigde voedingsstoffen in de juiste hoeveelheden bevatten;

In de FEDIAF normen staat voor elke voedingsstof aangegeven wat de minimale hoeveelheid is die er in het voer moet zitten, en voor sommige stoffen wordt ook een maximum hoeveelheid aangegeven. De hoeveelheden worden gegeven in gram per 100 gram droge stof (DS) of in gram per ‘metaboliseerbare’ energie.

  • Dit is een methode die gebruikt wordt om het vergelijken makkelijker te maken;
  • Bijvoorbeeld: het aanbevolen calciumgehalte van voer voor een volwassen hond is minimaal 0,5 gram per 100 gram droge stof;
  • Dat betekent dus dat er per kilogram droge stof minimaal 5 gram calcium in het voer moet zitten;

Een overzicht van de benodigde voedingsstofgehalten vindt u onderaan dit document onder het kopje “Benodigde voedingsstofgehalten”. Op een verpakking van voer staan de gehalten van voedingsstoffen vaak per 100 gram of kilogram voer. Daarbij gaat men uit van het voer zoals het in de zak zit, dus waar het vocht nog in zit.

Om voer te kunnen vergelijken is het handiger om het droge stof gehalte uit te rekenen. Dit betekent dat het vocht niet meegerekend wordt, hier zitten namelijk geen voedingsstoffen in. Er zit verschil in het vochtpercentage per merk of type voer.

Er zit bijvoorbeeld meer vocht in natvoer dan in droogvoer zoals brokken. Soms wordt het vochtgehalte van het voer op de verpakking vermeld, maar vooral bij droge brokken staat dit er lang niet altijd bij. Om te kunnen controleren of het hondenvoer voldoet aan de eisen van FEDIAF kan er gebruik gemaakt worden van onderstaande berekening om op het droge stof gehalte uit te komen.

Daarna kan men dan berekenen hoeveel van een bepaalde voedingsstof er in 100 gram van die droge stof zit, zodat dit te vergelijken is met de FEDIAF norm. Berekenen van het droge stof gehalte en het vochtgehalte Het droge stof gehalte van een voer is de optelsom van de vaste stoffen in het voer.

Deze staan meestal op de zak vermeld. We berekenen dit per 100 gram voer. Droge stof gehalte = gram koolhydraten (inclusief ruwe celstof ) + gram ruw eiwit + gram ruw vet + gram as(mineralen) Het vochtgehalte is wat er overblijft per 100 gram: Vochtgehalte per 100 gram = 100 – (droge stof gehalte) Helaas staat vaak niet het totale gehalte aan koolhydraten vermeld.

See also:  Hond Dekken Welke Dag?

Vaak staat alleen het gehalte ruwe celstof vermeld. Deze zijn een onderdeel van de totale hoeveelheid koolhydraten: het zijn de onverteerbare vezels die dus niet voor energie zorgen. Om bovenstaande berekening te kunnen maken, moet men weten hoeveel koolhydraten er in totaal in het voer zitten.

Voorbeeld: merk A bevat 37 gram koolhydraten (inclusief ruwe celstof), 21 gram eiwit, 10 gram ruw vet en 2 gram as, dan bevat het voer 70 gram aan voedingsstoffen per 100 gram. Per 100 gram voer bevat het voer dus 30 gram vocht. Berekenen van de hoeveelheid van een voedingsstof in droge stof Op de zak staat hoeveel van een voedingsstof er in het complete voer zit (dus in de droge stof plus water).

  • De formule om dit om te rekenen naar hoeveelheid per 100 gram droge stof is: (% voedingsstof gedeeld door % droge stof) x 100 procent;
  • Voorbeeld 1 (natvoer): Natvoer bestaat gemiddeld voor 25 % uit droge stof en 75 % uit water;

Op de zak staat dat het voer 10 % eiwit bevat. Dit is dus 10% van het volledige voer, inclusief water. De hoeveelheid eiwit in de droge stof is te berekenen door de formule in te vullen: 10 % eiwit / 25 % droge stof = 0,4 0,4 x 100 procent = 40 % eiwit op droge stof basis.

Dit is 40 gram per 100 gram droge stof. Voorbeeld 2 (droogvoer): Droogvoer bestaat gemiddeld voor 90 % uit droge stof en 10 % uit water. Op de zak staat dat het voer 22 % eiwit bevat. Dit is 22 % van het volledige voer, dus inclusief water.

De hoeveelheid eiwit in de droge stof is te berekenen door de formule in te vullen: 22 % eiwit / 90 % droge stof = 0,244 0,244 x 100 = 24,4 % eiwit op droge stof basis. Dit is 24,4 gram eiwit per 100 gram droge stof. Per 100 gram droge stof bevat het natvoer dus 40 gram eiwit en het droogvoer 24,4 gram eiwit.

Dit is nu makkelijk te vergelijken met de FEDIAF norm. Deze geeft aan dat de minimale eiwithoeveelheid 18 gram zou moeten zijn voor volwassen honden. Beide voeders voldoen hier dus aan. Voor bijvoorbeeld een drachtige hond zou het standaard droogvoer onvoldoende eiwit bevatten.

Omdat drachtige honden ook op andere vlakken een andere voerbehoefte hebben, is er voor deze honden ander voer op de markt. Bovenstaande rekenformule ((% voedingsstof gedeeld door % droge stof) x 100 procent) is niet alleen voor eiwit, maar voor alle voedingsstoffen te gebruiken om het percentage op droge stof basis te berekenen.

  • U ziet dat het belangrijk is om rekening te houden met het vochtpercentage;
  • In eerste instantie lijkt het alsof er minder eiwit in het natvoer zit dan in het droogvoer;
  • Er zit namelijk 10% eiwit in het natvoer en 22% eiwit in het droogvoer;

Nu het op droge stof basis is uitgerekend blijkt dat het natvoer meer eiwit bevat dan het droogvoer. Koolhydraten Als de totale hoeveelheid koolhydraten niet op de verpakking staat, maar als, naast hoeveelheden eiwit, vet, celstof en as, wel de hoeveelheid vocht per 100 gram vermeld is, kan men daaruit afleiden hoeveel koolhydraten het voer bevat: 100 gram – (eiwit + vet + as + vocht) = totale hoeveelheid koolhydraten.

  1. De hoeveelheid verteerbare koolhydraten, die dus energie kunnen leveren, is dan de totale hoeveelheid koolhydraten – hoeveelheid ruwe celstof;
  2. Zijn zowel de hoeveelheid vocht als de hoeveelheid koolhydraten niet vermeld, dan kan men bovenstaande berekeningen van bijvoorbeeld het gehalte eiwit per 100 gram droge stof niet berekenen;

Om een grove indicatie te krijgen zou men kunnen uitgaan van 10% vocht in droge brokken en 75% vocht in natvoer, of men kan de gegevens proberen op te vragen bij de fabrikant. Om de energiebehoefte van een hond te kunnen berekenen is een overzicht van omrekenfactoren handig: 1 calorie  =  4,2 Joule 1 Kilocalorie (Kcal)  = 1000 calorieën 1 kilojoule (kJ)   =  1000 Joule (J)  1 Megajoule (MJ) =  1000 kilojoule (kJ) Dit zijn allemaal termen die aangeven dat het om een energiewaarde gaat.

  • In de formules hieronder komt u de volgende term tegen: ‘kg lichaamsgewicht 0,75 ‘;
  • Dit wil zeggen: het lichaamsgewicht (in kilogram) tot de macht 0,75;
  • Dit kunt u uitrekenen met de toets x y (machtsverheffen) op een rekenmachine of de rekenmachine op uw computer (bij die laatste kiest u dan in het menu voor ‘wetenschappelijk’);

Bij sommige rekenmachines staat op de toets y x , dit is hetzelfde. Toets het gewicht van uw hond in kilo’s in, druk op de toets ‘machtsverheffen’, toets 0,75 in en druk op = voor de uitkomst. Er zijn meerdere formules om de energiebehoefte voor de hond te kunnen berekenen.

De hier gebruikte formule is opgesteld door het Waltham Centre for Pet Nutrition: Energiebehoefte = 460 kJ x kg lichaamsgewicht 0,75 De uitkomst van de formule geeft het dagelijks gebruik van metaboliseerbare energie (ME) weer in kJ (kilojoules).

Het onderdeel van de formule, kg lichaamsgewicht 0,75 , heeft te maken met het feit dat kleine honden per kilogram (kg) lichaamsgewicht meer energie gebruiken dan grote honden. Dit komt doordat kleine honden in verhouding tot grote honden meer lichaamsoppervlakte en minder inhoud hebben en daardoor sneller afkoelen.

  • We vullen de formule in met als voorbeeld een hond van 20 kg: 460 kJ x 20 0,75 = 4350 kJ ME per dag Energiebehoefte gecastreerde honden Honden die gecastreerd zijn hebben gemiddeld 30% minder energie nodig dan ongecastreerde honden;

Het lichaam hoeft minder energie te gebruiken om te functioneren. Dit betekent simpelweg dat er minder voer gegeven moet worden, anders wordt de hond te dik. Het is wel belangrijk dat de hond de dagelijks benodigde voedingsstoffen binnen blijft krijgen. Een regel die aangehouden kan worden, is dat honden kort na de geboorte twee keer zoveel energie nodig hebben dan wanneer ze volwassen zijn.

Wanneer ze op de helft van hun volwassen gewicht zitten, hebben ze nog anderhalf keer zoveel energie nodig dan wanneer ze volwassen zijn. Voer pups vier keer per dag tot een leeftijd van 3 maanden, vanaf 3 maanden oud 3 keer per dag en vanaf 6 maanden kan de pup 2 keer per dag eten.

Jonge pups kunnen per keer maar kleine beetjes eten. Een regel die gebruikt kan worden is dat de teef vanaf de vijfde week van de dracht, per week 15 % meer voer mag eten. Een hond is gemiddeld 9 weken drachtig en hoeft dus pas de laatste vier weken extra voer te krijgen.

  • Een voer met een hoge energiewaarde is aan te raden, omdat de teef meer voeding nodig heeft maar minder kan eten door de ruimte die de pups innemen in de buik;
  • Daarom is het ook aan te raden de teef minimaal drie keer per dag te voeren, zodat ze niet teveel voer in één keer hoeft op te eten;

Een teef die melk geeft aan haar pups (lacteert) heeft meer energie nodig. Wanneer de teef heeft geworpen is er een formule die uitrekent hoeveel energie de teef nodig heeft voor zichzelf en de melk voor haar pups: Energiebehoefte = 607 kJ x kg gewicht 0,75 Deze formule is alleen voor de behoefte van de teef zelf.

  • Ze moet ook nog energie krijgen om melk te maken voor haar pups;
  • De formule voor de melkproductie ziet er als volgt uit: Energiebehoefte = Lichaamsgewicht in kg x ((100kJ x N) + (50kJ x M)) x L N staat voor de pups 1 t/m 4;

Bijvoorbeeld bij 2 pups is N 2, bij 3 pups is N 3. M staat voor de pups 5 t/m 8. Als een teef 6 pups heeft, komt er bij M dus de waarde 2 te staan, voor de 5e en 6e pup. L staat voor de week van de melkproductie, de in te vullen getallen zijn: week 1: L = 0,75 week 2: L = 0,95 week 3: L = 1,1 week 4: L = 1,2 Voorbeeld: Als voorbeeld gebruiken we een hond van 20 kg, met 6 pups in de derde week van de lactatie.

Ten eerste wordt de hoeveelheid energie berekend die de teef nodig heeft om zichzelf te kunnen onderhouden. Dit is de formule die gebruikt werd bij het berekenen van de energiebehoefte van een lacterende hond:    607 kJ x 20 0,75 = 5741 kJ = 5,741 MJ Dan de energie voor het maken van de melk.

Nu wordt de formule voor de melkproductie gebruikt. Eerst het deel voor de 1e tot en met de 4e pup, bij N vullen we 4 in:  20 x (100 kJ x 4) = 8000 kJ = 8 MJ Dan het deel voor de 5e en 6e pup, bij M vullen we 2 in:  20 x (50 kJ x 2) = 2000 kJ = 2 MJ Daarnaast moet er nog rekening gehouden worden met de week waarin de teef de pups melk geeft.

Hoe langer ze melk geeft hoe meer melk er gemaakt moet worden. Het getal “L” dat ingevuld moet worden voor de derde week van de melkgift is 1,1. De hoeveelheid energie die nodig is voor de melkproductie is dus: (8 MJ + 2 MJ) x 1,1 = 11 MJ.

De teef moet in totaal 5,741 + 11 = 16,741 MJ per dag binnen krijgen. Dit is voor haarzelf en de melk die ze moet maken voor haar 6 pups in de derde week dat ze melk geeft. Dit is een berekening van de gemiddelde energie behoefte van een lacterende hond, het is een handvat voor de juiste voeding van de hond.

  1. Maar per hond moet er gekeken worden of deze energiehoeveelheid voldoende of onvoldoende is om zichzelf en de pups te kunnen onderhouden;
  2. Lacterende teven verliezen bijna altijd gewicht, hoeveel voer ze ook krijgen;

Om te bepalen hoeveel voer een hond moet eten om aan zijn dagelijkse behoefte te voldoen, is de volgende regel van toepassing (let op dat binnen een berekening steeds eenzelfde eenheid wordt gebruikt, dus alles in kilojoule, of alles in megajoule): Voer (kg) = energiebehoefte (MJ) / energiegehalte per kilo voer(MJ) Dus de hoeveelheid voer = behoefte van de hond in megajoule gedeeld door het energiegehalte per kilogram voer in megajoule.

  1. Hieronder vindt u rekenvoorbeelden voor honden in verschillende levensfasen;
  2. Houdt u er rekening mee dat dit gemiddelde behoeften zijn en dit per hond kan verschillen;
  3. Sommige honden hebben meer of minder energie nodig dan andere honden uit dezelfde gewichtsklasse;

Dat kan onder andere afhangen van leeftijd, activiteit, ras of individuele verschillen. Houd dus altijd de conditie van uw hond in de gaten, weeg hem regelmatig om te zien of hij afvalt of aankomt, en pas de hoeveelheid voer die u geeft daar op aan! Als voorbeeld nemen we weer een hond van 20 kg.

Om te bepalen hoeveel voer deze hond moet eten per dag maken we de volgende berekeningen: Droogvoer Uit de vorige berekening voor de energiebehoefte kwam naar voren dat een volwassen hond van 20 kg per dag 4350 kJ, oftewel 4,35 MJ binnen moet krijgen.

Een gemiddeld droogvoer bevat per kilogram 15 MJ aan energie (voorbeeld, dit verschilt per merk). Voer (kg) = energiebehoefte (MJ) / energiegehalte per kilo voer(MJ) 4,35 MJ per dag gedeeld door 15 MJ per kilogram voer = 0,29 kg oftewel 290 gram voer per dag.

Een hond van 20 kg moet dus per dag 290 gram van deze brokken binnenkrijgen. Natvoer Wanneer de hond geen brokken, maar natvoer te eten krijgt, is de berekening op eenzelfde wijze uit te voeren. Een hond van 20 kg moet 4350 kJ = 4,35 MJ aan energie per dag binnen krijgen.

Een gemiddeld nat hondenvoer bevat 5 megajoule per kg (voorbeeld, dit verschilt per merk). Voer (kg) = energiebehoefte (MJ) / energiegehalte per kilo voer(MJ) 4,35 MJ gedeeld door 5 MJ per kg natvoer = 0,87 kg oftewel 870 gram natvoer per dag. Een hond van 20 kg moet per dag dus 870 gram natvoer krijgen van het voer dat 5 MJ per kg aan energie bevat.

  1. Ook voor de lacterende hond van 20 kg is de manier om de hoeveelheid voer te berekenen hetzelfde;
  2. De behoefte van de lacterende hond bij een nest van 6 pups in de derde lactatieweek is 16,741 MJ per dag, zoals in de berekening van de energiebehoefte naar voren kwam;

Een gemiddeld droogvoer bevat ongeveer 15 MJ (*) aan energie. Voer (kg) = energiebehoefte (MJ) / energiegehalte per kilo voer(MJ) De hoeveelheid voer per dag is dus 16,741 MJ geeld door 15 MJ = 1,1 kg voer per dag. Een gemiddeld natvoer bevat ongeveer 5 MJ (*) aan energie.

  1. Als de teef natvoer zou krijgen zou ze per dag 3,3 kg voer moeten krijgen (16,741 MJ behoefte / 5 MJ natvoer = 3,3 kg voer) bij een nest van 6 pups in de derde lactatieweek;
  2. (*) ter vergelijking wordt hetzelfde megajoule gehalte gebruikt als bij de andere honden, namelijk 15 MJ voor droogvoer en 5 MJ voor natvoer;

Voor drachtige en lacterende teven wordt een hoger megajoule gehalte van het voer aangeraden zodat zij minder hoeven te eten. Dit is vooral duidelijk te zien bij het natvoer. De teef zou dan per dag 3,3 kg voer moeten eten! De kans is vrij groot dat ze dit niet op eet en dus te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt.

Hoe laat laatste maaltijd pup?

Een puppy mag vanaf 8 weken worden opgehaald bij de kennel of fokker. Als ze nog zou mini zijn, begin dan met vier kleine maaltijden per dag. Het maagje van jouw pup kan nog niet zoveel hebben en het is beter voor de vertering, als je haar voeding over 4 porties verspreidt.

Is het erg als een hond een dag niet eet?

Een hond die gedurende een langere tijd niet wil eten en afvalt – Als een hond gedurende een langere tijd niet wil eten of slecht eet wijst dit meestal op een (medisch) probleem. Zeker als de hond ook afvalt is het verstandig snel een dierenarts te bezoeken voor verder onderzoek.