Waar Hond Laten Titeren?

Waar Hond Laten Titeren
Hoe werkt het? – Titeren bij uw hond of kat verloopt als volgt:

  1. U ontvangt van de dierenarts een oproep voor vaccinatie van uw hond of kat.
  2. U maakt een afspraak voor de vaccinatie en gezondheidscontrole. Als u kiest voor titeren:
  3. De dierenarts kijkt eerst uw dier grondig na. Honden krijgen de L4 vaccinatie tegen ziekte van Weil en eventueel een Rabiës- en Kennelhoest vaccinatie.
  4. Tijdens het consult wordt er een kleine hoeveelheid bloed afgenomen.
  5. Later in de week ontvangt u telefonisch of per e-mail de uitslag van het bloedonderzoek en het vervolgadvies.

Wat kost Titeren bij een hond?

11. Hoeveel kost een titerbepaling? – De kosten die een dierenarts maakt zijn erg afhankelijk van zijn/haar manier van praktijk voeren. Een grote kliniek met veel personeel, hoge huur en dure apparatuur zal meer vragen voor een consult en dus een titerbepaling dan een dierenarts die weinig kosten maakt.

De kosten variëren van 60 euro tot 100 euro voor een titerbepaling. Bij meerdere honden tegelijk of als er veel honden verzameld worden op een locatie zijn de kosten vaak lager dan varieert het van 39,50 tot 45 euro.

Maar dan is er geen tijd voor een consult.

Hoe vaak moet je een hond Titeren?

Kan ik pups laten titeren ? – Pups titeren kan op ieder moment, op zijn vroegst vanaf 6 weken. Uit onderzoek blijkt dat nog niet bij alle pups de antistoffen van de moeder uit het lichaam verdwenen zijn op 12 weken. De meeste pups die in een normale, beschermde omgeving opgroeien en waarvan de moeder ook goed is beschermd door vaccinatie, zullen worden beschermd door de antistoffen in de eerste levensweken.

Als deze moederlijke antistoffen nog volop aanwezig zijn, zal de vaccinatie er niet in slagen om voldoende bescherming te bieden. Het kan dus verstandig zijn om op 16 weken nogmaals in te enten of op dat moment een titerbepaling te laten doen om te kijken of de inentingen wel zijn aangeslagen.

Fokkers en nieuwe huisdiereigenaren kunnen hun dier ook al eerder dan 16 weken laten titeren om op maat te laten vaccineren. Onze gekwalificeerd Vaccicheck dierenarts spreekt graag alles met u door. Het op het juiste moment vaccineren van pups is ontzettend belangrijk.

Wat zijn de kosten van Titeren?

Titerbepaling kosten bij honden – De titerbepaling kosten bij honden verschillen natuurlijk per dierenarts. Elke dierenarts zal voor vaccineren maar ook voor de titerbepaling een eigen tarief hanteren. Daarnaast zijn er ook ‘speciale titerbepaling dagen voor honden’ waarin bijvoorbeeld Dierenarts Tannetje Koning een dag organiseert waar meerdere honden achter elkaar getiterd worden. Waar Hond Laten Titeren Dit is de reden waarom wij de kosten voor een titerbepaling bij honden voor je op een rij hebben gezet. De kosten voor een titerbepaling verschillen meestal tussen de € 30,- tot € 85,- per hond. Op het moment dat je meerdere honden hebt zullen de prijzen hiervan iets afwijken.

Welke dierenartsen Titeren Belgie?

Wat gebeurt er precies bij het Titeren van een hond?

Wat is titeren bij hond of kat? – Titeren bij honden en katten betekent vaccineren op maat. Met een bloedonderzoek kijkt de dierenarts of uw huisdier nog voldoende beschermd is tegen bepaalde ziektes. Bij AniCura gebruiken we hiervoor meestal de betrouwbare VacciCheck.

Hoe lang duurt Titerbepaling hond?

Er zijn testen bij de hond waarmee we in het bloed kunnen bepalen of er voldoende afweerstoffen aanwezig zijn tegen het canine parvovirus (CPV), canine distempervirus (CDV, ofwel hondenziekte) en canine adenovirus (CAV, ofwel besmettelijke leverziekte). Waar Hond Laten Titeren Er is al langere tijd een discussie gaande over de noodzaak van het jaarlijks vaccineren van honden. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat bij een juiste toediening van de cocktailenting voor honden tegen ziektes als Distemper (hondenziekte), HCC (besmettelijke leverziekte) en Parvo (DHP) niet jaarlijks nodig is. Daarom vaccineren we DHP niet elk jaar meer, maar driejaarlijks.

Dit noemen we ook wel een titerbepaling. Er komen steeds meer nieuwe studies die erop wijzen dat de bescherming van deze cocktail zelfs langer dan 3 jaar zou kunnen duren en dat er een verband is tussen de hoeveelheid antilichamen die een dier maakt en de bescherming tegen de ziektes.

We kunnen deze antilichamen aantonen in het bloed van de hond en dus bekijken of het dier nog beschermd is. De keuze is:

  1. DHP herhalen, zoals we dat al vele jaren doen, volgens het voorgeschreven schema van de fabrikant die veel onderzoek heeft gedaan naar de duur van de bescherming. Voordeel is dat dat goedkoper is, nadeel is dat het mogelijk niet nodig is.
  2. Met een titertest aantonen of de bescherming tegen Distemper, Hepatitis en Parvo nog voldoende is. Nadeel is dat het iets duurder is, maar het voordeel is dat er niet onnodig gevaccineerd wordt.

De titerbepaling is erg geschikt voor:

  • De hond, waarvan de eigenaar de hond wel goed beschermd wil hebben, maar onnodige vaccinatie wil voorkomen.
  • De hond, waarvan de eigenaar wil weten of de hond goed beschermd is.
  • De hond die een overgevoeligheidsreactie heeft laten zien op een eerdere vaccinatie (allergische reactie).
  • De hond die een onbekende voorgeschiedenis heeft.
  • De hond die ziek is of bijvoorbeeld een auto-immuunziekte heeft
  • Pups om het ideale vaccinatiemoment te bepalen (Zo lang een pup nog over de maternale antilichamen beschikt is de kans zeer groot dat een vaccinatie niet aan zal slaan).

Dus als u “over”- vaccineren wilt voorkomen, dan is een titertest een prima oplossing om te kijken of uw hond nog voldoende beschermd is tegen Distemper, Hepatitis en Parvo. Niet meer enten is geen oplossing. Helaas zijn er toch nog regelmatig uitbraken van besmettelijke huisdierziekten met veel leed of dodelijke afloop als gevolg. We houden uiteraard wat de vaccinaties betreft ook altijd rekening met de leeftijd van uw hond, de leefomgeving, reisgewoontes en contacten met andere honden. Uitvoering Voor een titertest wordt een klein beetje bloed afgenomen. De RapidSTATUS titertest kan gelijk uitgevoerd worden en kan na 10 minuten afgelezen worden. De Vaccicheck test duurt na inzetten 30 minuten. We streven ernaar om de test gelijk uit te voeren, maar dit is bij de Vaccicheck niet altijd mogelijk. Leptospirose, kennelhoest en rabies Voor Leptospirose (=Ziekte van Weil) en kennelhoest (besmettelijke hondenhoest) zijn geen titerbepalingen mogelijk.

  1. Een goede bescherming hiertegen kan alleen gegeven worden door jaarlijkse vaccinatie;
  2. Rabiës (hondsdolheid): Wanneer een hond naar het buitenland gaat is binnen de EU in ieder geval een geldige Rabiësenting een verplichting;

Voor andere land zijn mogelijk aanvullende eisen. De rabiësenting geeft drie jaar bescherming. Heeft u vragen of wilt u meer informatie over een titertest? Neemt u dan telefonisch contact met ons op. We beantwoorden uw vragen graag. Voor de kat: Ook is het voor de kat mogelijk om te titeren.

Bij de kat kunnen we met de VacciCheck titeren op feline parvovirus (FPV), feline herpesvirus (FHV) en feline calicivirus (FCV). Heeft u vragen of wilt u meer informatie over de titertest? Neemt u dan telefonisch contact met ons op.

We beantwoorden uw vragen graag..

Hoe gaat Titeren?

De laatste jaren zijn er steeds meer mensen die hun huisdier minder willen vaccineren en daarom kiezen voor titeren. In sommige gevallen is dat een prima oplossing, in andere situaties is titeren geen goede optie. Hieronder wordt uitgelegd hoe vaccinatie werkt, hoe titeren werkt, hoe die twee samenwerken en wat er wel en niet mogelijk is. Antilichamen zijn stoffen die het lichaam aanmaakt om daarmee ziekteverwekkers te bestrijden.

Als een dier (of mens) geïnfecteerd raakt met een virus of bacterie, wordt dat opgemerkt door het afweersysteem en dit begint antilichamen aan te maken. Die hechten zich aan de ziekteverwekker en schakelen hem uit.

Die reactie kost tijd want het afweersysteem moet eerst bepalen wat voor soort antilichamen er gemaakt moeten worden, en als er niet snel genoeg veel antilichamen worden gemaakt kan de ziekteverwekker de overhand krijgen en wordt het dier ziek. Als het afweersysteem uiteindelijk overwint en het dier weer herstelt, heeft het daarna nog een bepaalde tijd antilichamen in het bloed.

  1. Om ziekteverwekkers voor te zijn, kunnen we vaccineren;
  2. In een vaccin zitten meestal verzwakte of dode ziekteverwekkers die daardoor niet langer schadelijk zijn voor het lichaam: het dier wordt er niet ziek van;

Maar ze worden wél door het afweersysteem herkend omdat ze dezelfde vorm hebben als de originele ziekteverwekker, en daarom worden er toch antilichamen aangemaakt. Die kunnen een hele tijd in het bloed blijven, in afwachting van een nieuwe infectie. Als er dan een nieuwe aanval van zo’n ziekteverwekker komt, kan het afweersysteem direct reageren en de indringer uitschakelen.

Zo voorkomt vaccineren dat het dier ziek wordt. Uiteindelijk verdwijnen de antilichamen langzaam uit het bloed. Dat gaat niet altijd even snel: sommige antilichamen blijven veel langer in het bloed dan andere, en bij het ene dier verdwijnen ze sneller dan bij het andere dier.

Als de hoeveelheid antilichamen laag wordt, krijgen ziekteverwekkers weer de kans om het dier ziek te maken. Om te zorgen dat de hoeveelheid antilichamen hoog genoeg blijft, moet er dus op tijd opnieuw gevaccineerd worden zodat er weer nieuwe antilichamen worden gemaakt.

Daarom zijn er vaccinatieschema’s opgesteld. Vaccinaties worden vooral gegeven tegen infectieziektes die gevaarlijk zijn en waarvan de kans groot is dat het dier er aan dood gaat of veel klachten aan overhoudt.

Voorbeelden zijn parvo bij honden, kattenziekte bij katten of RHD bij konijnen. ‘Titeren’ is een term die gebruikt wordt voor het doen van een titerbepaling: het bepalen van de hoeveelheid antilichamen die er in het bloed zitten tegen een bepaalde ziekte.

  • Het gaat dus om een bloedtest en daarvoor moet bloed worden afgenomen;
  • Als we weten hoeveel antilichamen tegen een bepaalde ziekteverwekker er in het bloed zitten, weten we of een dier voldoende beschermd is tegen een aanval door die ziekteverwekker;

Is de hoeveelheid antilichamen hoog, dan kan het dier meteen reageren en de aanvaller uitschakelen. Is de hoeveelheid laag, dan kan het dier ziek worden bij contact met de ziekteverwekker. Dat geldt overigens niet voor alle infectieziekten: er zijn ook ziekten waarbij de hoeveelheid antilichamen geen goede maat is om te kijken of een dier immuun is voor die ziekte.

  • Titeren heeft dan geen zin;
  • Vaccinatieschema’s zijn door fabrikanten zo opgesteld dat vrijwel zeker is dat de hoeveelheid antilichamen in het bloed hoog genoeg blijft om een dier goed te beschermen;
  • Maar zoals gezegd: hoe lang antilichamen in het bloed blijven, kan ook per dier verschillen;

Fabrikanten moeten zekerheid geven voor grote groepen dieren: daarom zijn de schema’s zo opgesteld dat het ook goed gaat voor dieren waarbij de antilichamen sneller verdwijnen dan bij andere dieren. De bijsluiter zegt bijvoorbeeld dat elke 3 jaar opnieuw gevaccineerd moet worden, omdat er dieren zijn die na 3 jaar te weinig antilichamen over hebben om nog beschermd te zijn.

Maar er zijn ook dieren waarbij de antilichamen langzamer verdwijnen. Die dieren hebben ook ruim na die 3 jaar nog genoeg antilichamen in hun bloed om goed beschermd te zijn. Soms blijven ze nog wel een paar jaar langer beschermd.

Die dieren zouden dus niet opnieuw gevaccineerd hoeven te worden tegen die bepaalde ziekteverwekker. Het kan overigens geen kwaad het dier dan toch te vaccineren, tenzij het dier erg veel last heeft van bijwerkingen of van een verlaagde weerstand. Om te weten of een dier nog voldoende antilichamen in zijn bloed heeft, en of het herhalen van de vaccinatie dus wel of niet nodig is, kan een titertest worden gedaan.

Is het aantal antilichamen nog hoog genoeg, dan kan besloten worden om nog niet te vaccineren en na een bepaalde tijd weer een titertest te doen om te zien of er nog genoeg antilichamen zijn. Is het aantal antilichamen laag, dan moet er opnieuw gevaccineerd worden zodat het dier weer goed beschermd is.

Vaccineren en titeren werken dus samen om te zorgen dat een dier goed beschermd blijft. Titeren is geen alternatief waardoor vaccineren niet meer hoeft, maar is een check om te weten wanneer vaccinatie weer nodig is. Er is maar een beperkt aantal ziektes bij huisdieren waarvoor betrouwbare titertests bestaan om de afweer te meten.

See also:  Hoe Herken Ik Vlooien Bij Mijn Hond?

De hoeveelheid antistoffen zegt niet altijd iets over hoe goed een dier beschermd is: dat hangt af van de ziekteverwekker. Voor honden bestaan er titertests voor hondenziekte, hepatitis en parvo. Antilichamen tegen de ziekte van Weil verdwijnen altijd vrij snel uit het bloed, daarom moet tegen deze ziekte jaarlijks worden gevaccineerd en heeft titeren geen zin.

Voor katten is er alleen een titertest voor kattenziekte. Met die test kan weliswaar ook de hoeveelheid antilichamen tegen niesziekte bepaald worden maar die blijkt niet genoeg informatie te geven over bescherming en kan dus niet gebruikt worden om te bepalen of er vaccinatie nodig is.

  • Voor de konijnenziektes myxomatose en RHD bestaan er geen titertests;
  • Titeren zorgt ervoor dat er niet gevaccineerd wordt als het nog niet nodig is;
  • Dat is een voordeel, vooral als uw dier gevoelig is voor bijwerkingen of een verminderde weerstand heeft;

Om een titerbepaling te doen, moet er bloed worden afgenomen bij uw dier. Dat duurt langer dan een vaccinatie en er moet wat vacht worden weggeschoren. Dat kan een nadeel zijn omdat het meer stress geeft. Als er uit de titerbepaling blijkt dat de hoeveelheid antilichamen laag is, moet er alsnog gevaccineerd worden.

  • Dat zijn voor uw dier dus twee behandelingen en soms twee bezoeken aan de dierenarts, dus twee keer stress;
  • Het laten doen van een titerbepaling kost natuurlijk geld, en als er een vaccinatie nodig blijkt te zijn heeft u dus dubbele kosten: voor het titeren en voor het vaccineren;

Titeren is ingewikkelder: er moet steeds op basis van de gemeten hoeveelheid antilichamen worden bepaald wanneer er weer opnieuw getiterd moet worden of dat er gevaccineerd moet worden. Bij echt hoge of lage hoeveelheden antilichamen is die beslissing vrij goed te nemen, maar ligt de hoeveelheid antilichamen in het tussengebied dan kan dit een moeilijkere overweging zijn.

De hoogte van de titer zegt niet met zekerheid iets over hoe lang de bescherming nog zal aanhouden. Als u vaccineert volgens het entschema weet u dat uw dier steeds voldoende beschermd is. Regelmatig willen mensen ook bij puppy’s en kittens titeren in plaats van vaccineren.

Bij hen ligt het ingewikkelder. Jonge dieren krijgen van hun moeder antilichamen mee in hun bloed die hen de eerste tijd tegen ziektes beschermen. Dat heten ‘maternale antilichamen’. Die dus zijn niet gemaakt door hun eigen afweersysteem. Ze verdwijnen tijdens de eerste paar levensmaanden uit het bloed.

Maar niet elke pup of kitten heeft evenveel antilichamen meegekregen van moeder en bij de ene pup of kitten verdwijnen ze sneller dan bij de andere. Daardoor kan de ene pup met 8 weken nog best veel antilichamen in zijn bloed hebben tegen sommige ziektes, maar is de andere pup die dan al bijna kwijt.

Het eigen afweersysteem van de pup of het kitten moet nog worden geactiveerd om zelf antilichamen te gaan maken. Daarvoor krijgen ze de puppy- of kittenentingen. Maar het eigen afweersysteem wordt pas actief als er niet meer zoveel maternale antilichamen zijn.

Want zo lang die nog in het bloed zitten, pakken zij meteen de (onschadelijke) ziekteverwekkers uit het vaccin aan, en krijgt het eigen afweersysteem van pup of kitten geen kans. Pas als de hoeveelheid maternale antilichamen laag is, gaat het eigen afweersysteem van pup of kitten aan de gang om antilichamen te maken.

Het is niet te voorspellen wanneer de hoeveelheid maternale antilichamen bij elke individuele pup of kitten laag genoeg is om het eigen afweersysteem actief te maken. Bij het ene dier is dat al op een leeftijd van 6-7 weken, bij de andere pas na een week of 12.

Daarom krijgen pups en kittens meerdere vaccinaties na elkaar. Bij de pups die al na een week of 7 de maternale antilichamen kwijt zijn, slaat de eerste vaccinatie al aan, maar bij pups die dan nog een voorraad maternale antilichamen hebben, doet die vaccinatie nog niks.

Om te bepalen hoeveel maternale antilichamen de pup heeft en of het dus al zin heeft om te vaccineren, zou u kunnen titeren. Een nadeel is dat u dat dan vaak moet laten doen: elke 2 tot 3 weken vanaf een leeftijd van ongeveer 6 weken. Dat betekent dat de dierenarts steeds bloed moet afnemen, en dat is voor zo’n jong dier best belastend.

Ook is het nog niet helemaal duidelijk bij welke hoeveelheid maternale antistoffen een vaccinatie zal aanslaan. En als zo’n jong dier zo’n ziekte krijgt, is de kans dat hij het overleeft niet groot. Om deze redenen wordt aanbevolen om pups en kittens de standaard reeks vaccinaties te geven.

Op het moment dat de maternale antilichamen bijna weg zijn, moet u de pup of het kitten gaan vaccineren, anders gaat hij geen eigen antilichamen aanmaken en is hij niet beschermd. Eventueel kan dan vanaf een leeftijd van zo’n 18 tot 20 weken nog eens een titertest worden gedaan om te zien of de vaccinatie goed is aangeslagen en het dier dus goed beschermd is.

  1. Zo niet dan moet opnieuw gevaccineerd worden en dan kan daarna weer een titerbepaling worden gedaan om te zien of de vaccinatie nu wel is aangeslagen;
  2. Volgens het entschema moet er op een leeftijd van 6 maanden tot een jaar opnieuw gevaccineerd worden;

Als ervoor wordt gekozen om op dat moment te titeren in plaats van direct te vaccineren dan moet elk jaar getiterd worden om na te gaan wanneer de eerstvolgende herhalingsvaccinatie nodig is. Als op een leeftijd van 6 maanden tot 1 jaar een herhalingsvaccinatie wordt gegeven, hoeft daarna echter pas na 3 jaar weer getiterd of gevaccineerd te worden.

Als de hond of kat op een leeftijd van 6 – 12 maanden een herhalingsvaccinatie gehad heeft, kan daarna na 3 jaar een titerbepaling worden gedaan. Het dier is dan 3,5 – 4 jaar oud. Is de titer hoog, dan kan er weer 3 jaar gewacht worden voor er weer getiterd wordt.

Het dier is dan 6,5 – 7 jaar oud. Is de titer dan nog steeds hoog, dan kan nog een keer 3 jaar gewacht worden met de titerbepaling. Is bij een van de titerbepalingen de titer te laag, dan moet opnieuw gevaccineerd worden. Een bezoek aan de dierenarts is nog wel jaarlijks nodig voor de gezondheidscontrole en daarnaast voor vaccinaties tegen de ziekte van Weil bij de hond, eventueel tegen niesziekte bij de kat en overige vaccinaties op maat, afhankelijk van de omstandigheden van uw dier.

Er wordt aangenomen dat bij oudere dieren ook het afweersysteem veroudert en dan minder goed werkt. Wilt u titeren in plaats van volgens schema vaccineren, dan wordt bij honden ouder dan 10 jaar en bij katten ouder dan 15 jaar aanbevolen dit jaarlijks te doen.

Elke hond, kat of fret die de grens over gaat, moet verplicht een geldige vaccinatie hebben tegen hondsdolheid. Een titerbepaling is daarvoor niet toegestaan. Wilt u reizen met uw dier, dan zult u zich dus aan het vaccinatieschema moeten houden en bijtijds opnieuw laten vaccineren.

  1. Als uw dier naar een pension gaat, is in principe vaccinatie tegen besmettelijke ziektes verplicht;
  2. Pensions mogen alleen een titertest accepteren als bewijs van bescherming tegen ziektes als daar een dierenartsverklaring bij wordt geleverd die het afwijken van het vaccinatieschema volgens de bijsluiter voldoende onderbouwt;

Of pensions titeren accepteren, mogen ze zelf beslissen. Vraag dat dus na als u boekt voor uw dier en overleg het met uw dierenarts. Samengevat kunt u om uw dier goed te beschermen tegen besmettelijke ziektes dus kiezen uit:

  • Vaccineren binnen het entschema.
  • Vaccineren, daarna titeren en pas bij een te lage titer opnieuw vaccineren.

Tegen sommige aandoeningen moet altijd jaarlijks gevaccineerd worden en zijn titerbepalingen niet mogelijk. Bij reizen over de grens moet gevaccineerd worden tegen rabiës, een titerbepaling is daarvoor niet geldig..

Hoe lang is een Titerbepaling geldig?

Beschermingsduur. Als uit de titerbepaling blijkt dat er voldoende anti stoffen zijn aangemaakt, is er een minimale beschermingsduur van 15 jaar.

Hoe lang duurt een titer test?

Betaalwijze – Nadat er gecontroleerd is of de GGD Zeeland in het bezit is van jouw uitslag, ontvang je een bevestiging per mail. Dit duurt 3 tot 5 werkdagen. In deze mail bevindt zich een link waarmee je direct wordt doorgelinkt naar een iDeal pagina om de betaling van € 16,50 aan ons te voldoen.

Wat is een goede Titerbepaling?

Wat houdt zo’n titerbepaling nu precies in? – De titer van antilichamen in het bloed is de verdunning van dit bloed, waarbij deze antilichamen nog aantoonbaar zijn. Het bloed wordt dus verdund en indien er bij de hoogste verdunning nog steeds antilichamen worden aangetoond, dan is dit een hoge titer.

  1. Indien er bij een lage verdunning antilichamen worden aangetoond, dan is dit een lage titer;
  2. Wat belangrijk is om te weten, is dat niet de hoogte van de titers belangrijk zijn, maar slechts de aanwezigheid van antilichamen;

Het heeft geen enkele zin om een hond te vaccineren die nog antilichamen heeft welke ontstaan zijn na een vorige vaccinatie. De titers zullen niet verhoogd worden. In een dergelijk geval is er dan sprake van onnodig en/of overbodig vaccineren. Er zijn een aantal mogelijkheden om titers te bepalen. Dit kan in een laboratorium gebeuren door middel van een virus neutralisatie- of hemagglutinatie inhibitie test. Er bestaat ook een test die de dierenarts zelf kan uitvoeren. Deze test heet VacciCheck en wordt door de WSAVA gezien als een betrouwbare test met een goede voorspellende waarde. VacciCheck is een ELISA-test die antilichamen (antistoffen) in het bloed meet tegen infectieuze hepatitis, parvo en distemper (hondenziekte) bij de hond en panleukopenie (kattenziekte), herpes en calici (niesziekte) bij de kat. ELISA is de afkorting van Enzyme-linked ImmunoSorbent Assay. Het is een test (assay) waarin een antistof reageert (immuno) op een antigeen (bijvoorbeeld parvovirus) dat gebonden is aan een plastic oppervlak (sorbent). Om die reactie meetbaar te maken, wordt een enzym gebruikt (enzyme-linked) dat een kleurreactie kan opwekken.

Het voordeel van de VacciCheck  titertest is dat er maar een druppeltje bloed nodig is en dat de uitslag na 23 minuten bekend is. Het is niet belastend voor het dier en minder pijnlijk dan een vaccinatie.

De uitslag wordt getoond op een wit plastic stripje met daarop maximaal 4 grijze stippen waarvan de bovenste de positieve referentie stip is. Deze geeft, ongeacht de kleur, altijd dezelfde waarde aan (3). Daarna volgen de stippen voor de ziekten waarop we testen.

See also:  Hoe Oud Wordt Een Hond Vuilnisbakkenras?

Indien de stippen dezelfde kleur hebben of donkerder zijn dan deze referentie stip, betekent dit dat de titers positief zijn. Een tint lichter dan de referentie stip is zwak positief, de rest is negatief.

De waarden gaan van 0 t/m 6. 0 en 1 is negatief, 2 is zwak positief, 3 en 4 is positief, 5 en 6 is hoog positief. Voor elke ziekte kan er dus een andere titer worden gemeten en afhankelijk van de hoogte van de titer moet er wel of niet zoveel mogelijk op maat worden gevaccineerd.

Hoe werkt een titer test?

Na afname van een kleine hoeveelheid bloed kan daarin de hoeveelheid antilichamen bepaald worden tegen een bepaalde ziekte. Dit kan door het bloed naar een laboratorium te sturen. Dan krijg je een “kwantitatieve uitslag”. Dat wil zeggen een precieze uitslag uitgedrukt in getallen.

Wat is de ziekte van Weil bij honden?

Wat is de ziekte van Weil bij honden? – De ziekte van Weil bij honden is een (bacteriële) infectieziekte die wordt overgebracht door de bruine rat via de leptospirose-bacterie. Vooral honden die zwemmen of in een gebied wonen met water lopen kans op besmetting.

Wat kost een Titerbepaling mens?

Overig reizigersspreekuur

Onderzoeken Tarief
Bloedonderzoek Rabiës € 67,00
Bloedonderzoek BMR € 112,50
Bloedonderzoek Varicella € 47,50
Vaccinatieboekje (duplicaat) € 15,00

.

Wat is een holistische dierenarts?

Holistische diergeneeskunde (Holos betekend “het geheel”) Het komt vaak voor dat een probleem meerdere oorzaken heeft. In de reguliere diergeneeskunde richt men zich tot de klacht. Bij een holistische aanpak kijk je verder dan de klacht. Alles is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door het dier in zijn totaliteit te bekijken en te behandelen met verschillende therapieën kom je tot een beter resultaat.

Holistische behandelingen hebben vaak een goed resultaat bij o. Pijn, rugklachten, hernia, chronische diarree of braakklachten, huidklachten, gedragsproblemen, astma of epilepsie (milde vorm). Ook als aanvulling op een reguliere behandeling door een dierenarts kan een holistische benadering zinvol zijn.

Hoe en waar je hond laten titeren in België

Denk hierbij aan het verminderen van medicatie zoals corticosteroiden en pijnstillers. In onze kliniek werken wij via de reguliere weg. Maar trachten daarnaast oog te houden voor een meer holostische aanpak. Waarbij we dus naar het dier als geheel kijken. Getracht wordt dus bij de holistische aanpak, het lichaam te ondersteunen en de optimale omstandigheden te scheppen voor het lichaam om te kunnen herstellen.

Naast orthomolecelaire benadering (o. vitamines, sporenelementen en mineralen) hoort ook fytotherapie (genezing met planten) tot de holistische aanpak. Waar nodig wordt tevens gebruik gemaakt van (complex) homeopathie.

Tevens houden wij ook de mogelijkheid open om terug te grijpen op chirurgische en/of langdurige pijnstilling met tabletten, maar daarnaast maken wij dus veelvuldig gebruik van supplementen. In het geval van gewrichtsaandoeningen hebben we enkele supplementen samengesteld op basis van natuurlijke grondstoffen waarvan in de afgelopen decennia bewezen is dast ze een ondersteunende werking hebben bij het herstel van gewrichten en/of verder verval van gewrichten zal beperken.

  1. Vaak bevatten de supplementen geneeskrachtige kruiden;
  2. Deze aanpak leidt er vaak toe dat behandeling met pijnstillers, dan wel chirurgisch ingrijpen niet, of minder snel nodig is;
  3. Kortom, alle wegen die kunnen bijdragen tot het herstel van het lichaam worden bij de holistische benadering benut;

De holistische benadering maakt dus gebruik van de reguliere diergeneeskunde als onderdeel van het geheel van mogelijkheden om te komen tot een zo goed mogelijke genezing van de patient. Bij deze vorm van diergeneeskunde richt men zich in tegenstelling tot wat in de normale reguliere diergeneeskunde gebruikelijk is, niet enkel en alleen op de klacht van de patiënt.

In de strikte reguliere diergeneeskunde wordt de dierenarts geconfronteerd met een klacht. Bijvoorbeeld een hond die mank loopt. Hiervoor worden dan normaal gesproken pijnstillers voorgeschreven, waarna de klacht al dan niet over kan gaan.

Gaat de klacht niet of niet in voldoende mate over dan kan vervolgonderzoek gewenst zijn. Bijvoorbeeld het maken van een röntgenfoto of een echo. Er kan dan bijvoorbeeld aan het licht komen dat er afwijkingen aan een gewricht zijn zoals artrose. Dat kan voor de dierenarts in kwestie aanleiding zijn om langdurige pijnstilling voor te stellen en/of chirurgisch in te grijpen.

Ook in onze kliniek wordt veelvuldig de reguliere weg bewandeld. Maar daarnaast trachten we oog te houden voor een meer holistische aanpak, waarbij we dus naar het dier als geheel kijken. Ook wij houden de mogelijkheid open om terug te grijpen op chirurgie en/of langdurige pijnstilling met tabletten.

Maar daarnaast maken we veelvuldig gebruik van supplementen. In geval van gewrichtsaandoeningen hebben we enkele supplementen samengesteld op basis van natuurlijke grondstoffen waarvan in de afgelopen decennia bewezen is dat ze een ondersteunende werking hebben bij het herstel van de gewrichten en/of verder verval van het gewricht beperken.

Vaak bevatten de toegepaste supplementen geneeskrachtige kruiden. Deze aanpak leidt er vaak toe dat behandeling met pijnstillers, dan wel chirurgisch ingrijpen niet, of minder snel nodig is. Getracht wordt dus bij de holistische aanpak, het lichaam te ondersteunen en de optimale omstandigheden te scheppen voor het lichaam om te kunnen herstellen.

Naast fytotherapie (genezing met planten) hoort ook de orthomoleculaire benadering (o. vitamines, sporenelementen en mineralen) tot de holistische aanpak. Waar nodig wordt tevens gebruik gemaakt van (complex) homeopathie. Kortom, alle wegen die kunnen bijdragen tot het herstel van het lichaam worden bij de holistische benadering benut.

Wat is Titeren kat?

Titerbepaling bij katten – Het titeren houdt in dat de mate van bescherming tegen ziektes gemeten kan worden in het bloed van het individuele dier. De titer is eigenlijk een maat voor het aantal antilichamen in het bloed. Dit kan per ziekte worden bepaald.

  1. Tegenwoordig zijn er tests op de markt waardoor wij de titer per dier op de praktijk kunnen bepalen;
  2. Voor de hond hebben wij deze testen standaard op voorraad, voor de kat niet;
  3. Bij de kat zijn er wat voor- en nadelen te noemen van titeren;

Technisch gezien is het een vrij makkelijke opgave om bloed te prikken bij de kat, maar de meeste katten vinden dit toch een beetje spannend. Een ander nadeel bij de kat is dat de hoogte van de antilichamen in het bloed niet correleert met de mate van bescherming die de kat heeft.

Hoe lang is een Titerbepaling geldig?

Beschermingsduur. Als uit de titerbepaling blijkt dat er voldoende anti stoffen zijn aangemaakt, is er een minimale beschermingsduur van 15 jaar.

Hoe gaat Titeren?

De laatste jaren zijn er steeds meer mensen die hun huisdier minder willen vaccineren en daarom kiezen voor titeren. In sommige gevallen is dat een prima oplossing, in andere situaties is titeren geen goede optie. Hieronder wordt uitgelegd hoe vaccinatie werkt, hoe titeren werkt, hoe die twee samenwerken en wat er wel en niet mogelijk is. Antilichamen zijn stoffen die het lichaam aanmaakt om daarmee ziekteverwekkers te bestrijden.

Als een dier (of mens) geïnfecteerd raakt met een virus of bacterie, wordt dat opgemerkt door het afweersysteem en dit begint antilichamen aan te maken. Die hechten zich aan de ziekteverwekker en schakelen hem uit.

Die reactie kost tijd want het afweersysteem moet eerst bepalen wat voor soort antilichamen er gemaakt moeten worden, en als er niet snel genoeg veel antilichamen worden gemaakt kan de ziekteverwekker de overhand krijgen en wordt het dier ziek. Als het afweersysteem uiteindelijk overwint en het dier weer herstelt, heeft het daarna nog een bepaalde tijd antilichamen in het bloed.

  1. Om ziekteverwekkers voor te zijn, kunnen we vaccineren;
  2. In een vaccin zitten meestal verzwakte of dode ziekteverwekkers die daardoor niet langer schadelijk zijn voor het lichaam: het dier wordt er niet ziek van;

Maar ze worden wél door het afweersysteem herkend omdat ze dezelfde vorm hebben als de originele ziekteverwekker, en daarom worden er toch antilichamen aangemaakt. Die kunnen een hele tijd in het bloed blijven, in afwachting van een nieuwe infectie. Als er dan een nieuwe aanval van zo’n ziekteverwekker komt, kan het afweersysteem direct reageren en de indringer uitschakelen.

  • Zo voorkomt vaccineren dat het dier ziek wordt;
  • Uiteindelijk verdwijnen de antilichamen langzaam uit het bloed;
  • Dat gaat niet altijd even snel: sommige antilichamen blijven veel langer in het bloed dan andere, en bij het ene dier verdwijnen ze sneller dan bij het andere dier;

Als de hoeveelheid antilichamen laag wordt, krijgen ziekteverwekkers weer de kans om het dier ziek te maken. Om te zorgen dat de hoeveelheid antilichamen hoog genoeg blijft, moet er dus op tijd opnieuw gevaccineerd worden zodat er weer nieuwe antilichamen worden gemaakt.

  • Daarom zijn er vaccinatieschema’s opgesteld;
  • Vaccinaties worden vooral gegeven tegen infectieziektes die gevaarlijk zijn en waarvan de kans groot is dat het dier er aan dood gaat of veel klachten aan overhoudt;

Voorbeelden zijn parvo bij honden, kattenziekte bij katten of RHD bij konijnen. ‘Titeren’ is een term die gebruikt wordt voor het doen van een titerbepaling: het bepalen van de hoeveelheid antilichamen die er in het bloed zitten tegen een bepaalde ziekte.

  1. Het gaat dus om een bloedtest en daarvoor moet bloed worden afgenomen;
  2. Als we weten hoeveel antilichamen tegen een bepaalde ziekteverwekker er in het bloed zitten, weten we of een dier voldoende beschermd is tegen een aanval door die ziekteverwekker;

Is de hoeveelheid antilichamen hoog, dan kan het dier meteen reageren en de aanvaller uitschakelen. Is de hoeveelheid laag, dan kan het dier ziek worden bij contact met de ziekteverwekker. Dat geldt overigens niet voor alle infectieziekten: er zijn ook ziekten waarbij de hoeveelheid antilichamen geen goede maat is om te kijken of een dier immuun is voor die ziekte.

  • Titeren heeft dan geen zin;
  • Vaccinatieschema’s zijn door fabrikanten zo opgesteld dat vrijwel zeker is dat de hoeveelheid antilichamen in het bloed hoog genoeg blijft om een dier goed te beschermen;
  • Maar zoals gezegd: hoe lang antilichamen in het bloed blijven, kan ook per dier verschillen;

Fabrikanten moeten zekerheid geven voor grote groepen dieren: daarom zijn de schema’s zo opgesteld dat het ook goed gaat voor dieren waarbij de antilichamen sneller verdwijnen dan bij andere dieren. De bijsluiter zegt bijvoorbeeld dat elke 3 jaar opnieuw gevaccineerd moet worden, omdat er dieren zijn die na 3 jaar te weinig antilichamen over hebben om nog beschermd te zijn.

  • Maar er zijn ook dieren waarbij de antilichamen langzamer verdwijnen;
  • Die dieren hebben ook ruim na die 3 jaar nog genoeg antilichamen in hun bloed om goed beschermd te zijn;
  • Soms blijven ze nog wel een paar jaar langer beschermd;

Die dieren zouden dus niet opnieuw gevaccineerd hoeven te worden tegen die bepaalde ziekteverwekker. Het kan overigens geen kwaad het dier dan toch te vaccineren, tenzij het dier erg veel last heeft van bijwerkingen of van een verlaagde weerstand. Om te weten of een dier nog voldoende antilichamen in zijn bloed heeft, en of het herhalen van de vaccinatie dus wel of niet nodig is, kan een titertest worden gedaan.

Is het aantal antilichamen nog hoog genoeg, dan kan besloten worden om nog niet te vaccineren en na een bepaalde tijd weer een titertest te doen om te zien of er nog genoeg antilichamen zijn. Is het aantal antilichamen laag, dan moet er opnieuw gevaccineerd worden zodat het dier weer goed beschermd is.

See also:  Op Welke Leeftijd Hond Steriliseren?

Vaccineren en titeren werken dus samen om te zorgen dat een dier goed beschermd blijft. Titeren is geen alternatief waardoor vaccineren niet meer hoeft, maar is een check om te weten wanneer vaccinatie weer nodig is. Er is maar een beperkt aantal ziektes bij huisdieren waarvoor betrouwbare titertests bestaan om de afweer te meten.

De hoeveelheid antistoffen zegt niet altijd iets over hoe goed een dier beschermd is: dat hangt af van de ziekteverwekker. Voor honden bestaan er titertests voor hondenziekte, hepatitis en parvo. Antilichamen tegen de ziekte van Weil verdwijnen altijd vrij snel uit het bloed, daarom moet tegen deze ziekte jaarlijks worden gevaccineerd en heeft titeren geen zin.

Voor katten is er alleen een titertest voor kattenziekte. Met die test kan weliswaar ook de hoeveelheid antilichamen tegen niesziekte bepaald worden maar die blijkt niet genoeg informatie te geven over bescherming en kan dus niet gebruikt worden om te bepalen of er vaccinatie nodig is.

  • Voor de konijnenziektes myxomatose en RHD bestaan er geen titertests;
  • Titeren zorgt ervoor dat er niet gevaccineerd wordt als het nog niet nodig is;
  • Dat is een voordeel, vooral als uw dier gevoelig is voor bijwerkingen of een verminderde weerstand heeft;

Om een titerbepaling te doen, moet er bloed worden afgenomen bij uw dier. Dat duurt langer dan een vaccinatie en er moet wat vacht worden weggeschoren. Dat kan een nadeel zijn omdat het meer stress geeft. Als er uit de titerbepaling blijkt dat de hoeveelheid antilichamen laag is, moet er alsnog gevaccineerd worden.

  • Dat zijn voor uw dier dus twee behandelingen en soms twee bezoeken aan de dierenarts, dus twee keer stress;
  • Het laten doen van een titerbepaling kost natuurlijk geld, en als er een vaccinatie nodig blijkt te zijn heeft u dus dubbele kosten: voor het titeren en voor het vaccineren;

Titeren is ingewikkelder: er moet steeds op basis van de gemeten hoeveelheid antilichamen worden bepaald wanneer er weer opnieuw getiterd moet worden of dat er gevaccineerd moet worden. Bij echt hoge of lage hoeveelheden antilichamen is die beslissing vrij goed te nemen, maar ligt de hoeveelheid antilichamen in het tussengebied dan kan dit een moeilijkere overweging zijn.

  • De hoogte van de titer zegt niet met zekerheid iets over hoe lang de bescherming nog zal aanhouden;
  • Als u vaccineert volgens het entschema weet u dat uw dier steeds voldoende beschermd is;
  • Regelmatig willen mensen ook bij puppy’s en kittens titeren in plaats van vaccineren;

Bij hen ligt het ingewikkelder. Jonge dieren krijgen van hun moeder antilichamen mee in hun bloed die hen de eerste tijd tegen ziektes beschermen. Dat heten ‘maternale antilichamen’. Die dus zijn niet gemaakt door hun eigen afweersysteem. Ze verdwijnen tijdens de eerste paar levensmaanden uit het bloed.

Maar niet elke pup of kitten heeft evenveel antilichamen meegekregen van moeder en bij de ene pup of kitten verdwijnen ze sneller dan bij de andere. Daardoor kan de ene pup met 8 weken nog best veel antilichamen in zijn bloed hebben tegen sommige ziektes, maar is de andere pup die dan al bijna kwijt.

Het eigen afweersysteem van de pup of het kitten moet nog worden geactiveerd om zelf antilichamen te gaan maken. Daarvoor krijgen ze de puppy- of kittenentingen. Maar het eigen afweersysteem wordt pas actief als er niet meer zoveel maternale antilichamen zijn.

Want zo lang die nog in het bloed zitten, pakken zij meteen de (onschadelijke) ziekteverwekkers uit het vaccin aan, en krijgt het eigen afweersysteem van pup of kitten geen kans. Pas als de hoeveelheid maternale antilichamen laag is, gaat het eigen afweersysteem van pup of kitten aan de gang om antilichamen te maken.

Het is niet te voorspellen wanneer de hoeveelheid maternale antilichamen bij elke individuele pup of kitten laag genoeg is om het eigen afweersysteem actief te maken. Bij het ene dier is dat al op een leeftijd van 6-7 weken, bij de andere pas na een week of 12.

Daarom krijgen pups en kittens meerdere vaccinaties na elkaar. Bij de pups die al na een week of 7 de maternale antilichamen kwijt zijn, slaat de eerste vaccinatie al aan, maar bij pups die dan nog een voorraad maternale antilichamen hebben, doet die vaccinatie nog niks.

Om te bepalen hoeveel maternale antilichamen de pup heeft en of het dus al zin heeft om te vaccineren, zou u kunnen titeren. Een nadeel is dat u dat dan vaak moet laten doen: elke 2 tot 3 weken vanaf een leeftijd van ongeveer 6 weken. Dat betekent dat de dierenarts steeds bloed moet afnemen, en dat is voor zo’n jong dier best belastend.

Ook is het nog niet helemaal duidelijk bij welke hoeveelheid maternale antistoffen een vaccinatie zal aanslaan. En als zo’n jong dier zo’n ziekte krijgt, is de kans dat hij het overleeft niet groot. Om deze redenen wordt aanbevolen om pups en kittens de standaard reeks vaccinaties te geven.

Op het moment dat de maternale antilichamen bijna weg zijn, moet u de pup of het kitten gaan vaccineren, anders gaat hij geen eigen antilichamen aanmaken en is hij niet beschermd. Eventueel kan dan vanaf een leeftijd van zo’n 18 tot 20 weken nog eens een titertest worden gedaan om te zien of de vaccinatie goed is aangeslagen en het dier dus goed beschermd is.

Zo niet dan moet opnieuw gevaccineerd worden en dan kan daarna weer een titerbepaling worden gedaan om te zien of de vaccinatie nu wel is aangeslagen. Volgens het entschema moet er op een leeftijd van 6 maanden tot een jaar opnieuw gevaccineerd worden.

Als ervoor wordt gekozen om op dat moment te titeren in plaats van direct te vaccineren dan moet elk jaar getiterd worden om na te gaan wanneer de eerstvolgende herhalingsvaccinatie nodig is. Als op een leeftijd van 6 maanden tot 1 jaar een herhalingsvaccinatie wordt gegeven, hoeft daarna echter pas na 3 jaar weer getiterd of gevaccineerd te worden.

Als de hond of kat op een leeftijd van 6 – 12 maanden een herhalingsvaccinatie gehad heeft, kan daarna na 3 jaar een titerbepaling worden gedaan. Het dier is dan 3,5 – 4 jaar oud. Is de titer hoog, dan kan er weer 3 jaar gewacht worden voor er weer getiterd wordt.

Het dier is dan 6,5 – 7 jaar oud. Is de titer dan nog steeds hoog, dan kan nog een keer 3 jaar gewacht worden met de titerbepaling. Is bij een van de titerbepalingen de titer te laag, dan moet opnieuw gevaccineerd worden. Een bezoek aan de dierenarts is nog wel jaarlijks nodig voor de gezondheidscontrole en daarnaast voor vaccinaties tegen de ziekte van Weil bij de hond, eventueel tegen niesziekte bij de kat en overige vaccinaties op maat, afhankelijk van de omstandigheden van uw dier.

  1. Er wordt aangenomen dat bij oudere dieren ook het afweersysteem veroudert en dan minder goed werkt;
  2. Wilt u titeren in plaats van volgens schema vaccineren, dan wordt bij honden ouder dan 10 jaar en bij katten ouder dan 15 jaar aanbevolen dit jaarlijks te doen;

Elke hond, kat of fret die de grens over gaat, moet verplicht een geldige vaccinatie hebben tegen hondsdolheid. Een titerbepaling is daarvoor niet toegestaan. Wilt u reizen met uw dier, dan zult u zich dus aan het vaccinatieschema moeten houden en bijtijds opnieuw laten vaccineren.

  1. Als uw dier naar een pension gaat, is in principe vaccinatie tegen besmettelijke ziektes verplicht;
  2. Pensions mogen alleen een titertest accepteren als bewijs van bescherming tegen ziektes als daar een dierenartsverklaring bij wordt geleverd die het afwijken van het vaccinatieschema volgens de bijsluiter voldoende onderbouwt;

Of pensions titeren accepteren, mogen ze zelf beslissen. Vraag dat dus na als u boekt voor uw dier en overleg het met uw dierenarts. Samengevat kunt u om uw dier goed te beschermen tegen besmettelijke ziektes dus kiezen uit:

  • Vaccineren binnen het entschema.
  • Vaccineren, daarna titeren en pas bij een te lage titer opnieuw vaccineren.

Tegen sommige aandoeningen moet altijd jaarlijks gevaccineerd worden en zijn titerbepalingen niet mogelijk. Bij reizen over de grens moet gevaccineerd worden tegen rabiës, een titerbepaling is daarvoor niet geldig..

Hoe lang duurt een titer test?

Betaalwijze – Nadat er gecontroleerd is of de GGD Zeeland in het bezit is van jouw uitslag, ontvang je een bevestiging per mail. Dit duurt 3 tot 5 werkdagen. In deze mail bevindt zich een link waarmee je direct wordt doorgelinkt naar een iDeal pagina om de betaling van € 16,50 aan ons te voldoen.

Wat is een goede Titerbepaling?

Wat houdt zo’n titerbepaling nu precies in? – De titer van antilichamen in het bloed is de verdunning van dit bloed, waarbij deze antilichamen nog aantoonbaar zijn. Het bloed wordt dus verdund en indien er bij de hoogste verdunning nog steeds antilichamen worden aangetoond, dan is dit een hoge titer.

  1. Indien er bij een lage verdunning antilichamen worden aangetoond, dan is dit een lage titer;
  2. Wat belangrijk is om te weten, is dat niet de hoogte van de titers belangrijk zijn, maar slechts de aanwezigheid van antilichamen;

Het heeft geen enkele zin om een hond te vaccineren die nog antilichamen heeft welke ontstaan zijn na een vorige vaccinatie. De titers zullen niet verhoogd worden. In een dergelijk geval is er dan sprake van onnodig en/of overbodig vaccineren. Er zijn een aantal mogelijkheden om titers te bepalen. Dit kan in een laboratorium gebeuren door middel van een virus neutralisatie- of hemagglutinatie inhibitie test. Er bestaat ook een test die de dierenarts zelf kan uitvoeren. Deze test heet VacciCheck en wordt door de WSAVA gezien als een betrouwbare test met een goede voorspellende waarde. VacciCheck is een ELISA-test die antilichamen (antistoffen) in het bloed meet tegen infectieuze hepatitis, parvo en distemper (hondenziekte) bij de hond en panleukopenie (kattenziekte), herpes en calici (niesziekte) bij de kat. ELISA is de afkorting van Enzyme-linked ImmunoSorbent Assay. Het is een test (assay) waarin een antistof reageert (immuno) op een antigeen (bijvoorbeeld parvovirus) dat gebonden is aan een plastic oppervlak (sorbent). Om die reactie meetbaar te maken, wordt een enzym gebruikt (enzyme-linked) dat een kleurreactie kan opwekken.

  1. Het voordeel van de VacciCheck  titertest is dat er maar een druppeltje bloed nodig is en dat de uitslag na 23 minuten bekend is;
  2. Het is niet belastend voor het dier en minder pijnlijk dan een vaccinatie;

De uitslag wordt getoond op een wit plastic stripje met daarop maximaal 4 grijze stippen waarvan de bovenste de positieve referentie stip is. Deze geeft, ongeacht de kleur, altijd dezelfde waarde aan (3). Daarna volgen de stippen voor de ziekten waarop we testen.

  • Indien de stippen dezelfde kleur hebben of donkerder zijn dan deze referentie stip, betekent dit dat de titers positief zijn;
  • Een tint lichter dan de referentie stip is zwak positief, de rest is negatief;

De waarden gaan van 0 t/m 6. 0 en 1 is negatief, 2 is zwak positief, 3 en 4 is positief, 5 en 6 is hoog positief. Voor elke ziekte kan er dus een andere titer worden gemeten en afhankelijk van de hoogte van de titer moet er wel of niet zoveel mogelijk op maat worden gevaccineerd.