Wanneer Komt Een Hond In De Puberteit?

Wanneer Komt Een Hond In De Puberteit
Vanaf een maand of 5 begint uw pup in de puberteit te komen. Net als bij mensen ondergaat uw hond dan een hele reeks veranderingen die hormonaal bepaald zijn. Reuen raken erg geïnteresseerd in teefjes en teefjes kunnen voor de eerste keer loops worden. Het gedrag en de gehoorzaamheid van uw hond veranderen vaak ook.

  1. Het is dan ook belangrijk ervoor te zorgen dat de basisoefeningen al vóór de puberteit goed aangeleerd zijn, bijvoorbeeld door een puppycursus te volgen waar met een positieve methode getraind wordt, en te weten wat u ongeveer kunt verwachten in deze periode;

In de puberteit wordt uw teefje voor het eerst loops. Bij grote rassen gebeurt dit meestal later dan bij kleine rassen. De loopsheid kan gedragsveranderingen met zich meebrengen. Welke dit zijn, is niet helemaal te voorspellen, wel kunt u zien dat het eraan begint te komen als uw teefje ineens veel vaker kleine plasjes doet.

Daarin kunnen andere honden ruiken dat ze loops gaat worden. De eerste dag van de loopsheid is de eerste dag dat u bloed vindt. Dit is echter bij de ene hond duidelijker dan bij de andere, sommige teven zijn zo schoon op zichzelf dat u vrijwel niks merkt.

Wel kunt u zien dat de uitwendige geslachtsdelen gaan opzwellen. Vaak wordt uw teefje onrustig. Geïnteresseerde reuen snauwt ze nog weg. Na een paar dagen tot twee weken lijkt het bloeden af te nemen. De uitvloeiing wordt vaak wat wateriger en bruingeler van kleur en veel mensen denken dan dat het ergste voorbij is.

Niets is echter minder waar. Uw teef is er nu helemaal klaar voor om gedekt te worden, zal reuen nu toelaten en haar staart voor hen opzij houden. Die periode kan ook weer enkele dagen tot twee weken duren.

Daarna is er een periode van gemiddeld twee maanden waarin het lichaam weer terugkeert naar een rusttoestand. De teef wil dan niet meer gedekt worden en de uitvloeiing verdwijnt. Houd uw teef aan de lijn vanaf de eerste voortekenen van de loopsheid totdat u merkt dat zij reuen weer afwijst, ze geen uitvloeiing meer heeft en de geslachtsdelen niet meer gezwollen zijn, ook al luistert ze nog zo goed.

Soms wint de natuur het van de gehoorzaamheid. Wandel ook niet door een losloopgebied, voor u het weet wordt u gevolgd door alle reuen uit de buurt. Meer informatie over loopsheid leest u in ons document ‘ Loopsheid bij de hond ‘.

Reuen kunnen erg beïnvloed worden door de loopsheid van teefjes uit de buurt. Zeker jonge reuen raken er nog wel eens helemaal van slag van. Ze eten niet meer, ze slapen slecht, zijn onrustig en willen alleen maar naar buiten. De bal is niet meer interessant, het enige dat telt zijn de plasjes van de loopse teefjes.

  1. Na het ruiken of soms zelfs oplikken ziet u ze zelfs wel eens klappertanden;
  2. Ze willen het teefje dekken! Soms ziet u een gedragsverandering ten opzichte van andere jonge honden waarmee uw hond eerst bevriend was;

In eerste instantie konden ze samen fantastisch spelen. Op deze leeftijd kan het spel echter steeds fanatieker worden en uiteindelijk uitmonden in ruzie. Een hond die volwassen wordt, is de sociale grenzen aan het uitproberen en andere dingen beginnen belangrijker te worden.

Vooral reuen kunnen soms minder goed met andere reuen overweg. Hoewel dit gedrag niet ongewoon is, zult u er uiteraard wel voor moeten zorgen dat uw hond geen vechtersbaas wordt. Daarbij helpt het als u voordat de puberteit aanbreekt de basisoefeningen al goed getraind heeft.

Zorg er ook voor dat u een goede band met uw hond heeft en dat hij altijd met plezier naar u toe komt als hij wordt geroepen. Aandachtsoefeningen en oefeningen met hierkomen zijn belangrijk om uw hond uit situaties te halen die uit de hand dreigen te lopen.

Soms gaat spelen in het begin goed, maar als het langer duurt kan het alsnog op ruzie uitlopen. Haal uw hond al uit een situatie voordat de opwinding te hoog oploopt door hem naar u toe te roepen met spel of wat lekkers.

U laat hem dus even kort spelen en neemt hem dan mee terwijl u hem iets anders leuks te doen geeft. Gelukkig zijn er ook veel honden die het wel altijd en overal met de meeste andere honden goed kunnen vinden. De puberteit is de periode waarin de rek in de sociale regels wordt uitgeprobeerd en een wereld vol geuren voor uw hond open gaat.

  1. In deze periode luisteren de meeste honden minder goed naar u, want alles wat onbekend is, is veel interessanter;
  2. Sommige honden proberen de baas te gaan spelen over andere honden;
  3. Andere proberen uw regels uit en kijken hoe ver ze kunnen gaan;

In het begin van de puberteit kunnen sommige honden ook juist onzeker worden of schrikken van dingen die ze al kenden. Ook zijn ze soms zo afgeleid door hun omgeving en de hormonen die door hun lichaam razen dat ze verzoeken waar ze eerst goed op reageerden nu ineens vergeten lijken te zijn.

Dat wil doorgaans niet zeggen dat ze u met opzet negeren: het betekent vooral dat de puberteit ook voor hén een hele verwarrende tijd is! Dat betekent echter niet dat u alles maar goed moet vinden, want u moet voorkomen dat er ongewenst gedrag ontstaat dat u daarna weer met veel moeite moet afleren.

Het is daarom belangrijk om structuur te bieden, consequent en duidelijk te blijven en niet toe te staan dat de hond uw grenzen steeds verder oprekt. Ga gewoon door met het op een positieve manier trainen van de basisoefeningen zoals hierkomen, aandachtsoefeningen, zitten, liggen en het loslaten van voorwerpen.

Let daarnaast op dat u niet steeds op de initiatieven van uw hond ingaat: natuurlijk mag uw hond best aangeven wat hij wil, maar als zijn begeleider bent u degene die kan overzien of zijn acties wel gewenst zijn.

Blijf dus de huisregels die u uw hond heeft geleerd, handhaven. Juist nu zijn hormonen opspelen en hem misschien onzeker of overmoedig maken, heeft de hond behoefte aan veel structuur en moet hij weten waar hij aan toe is. Een goede hondenschool kan u helpen het gedrag van de hond te begrijpen en het pubergedrag in goede banen te leiden.

Een oefening die vaak veel minder goed gaat in de puberteit is het op verzoek terugkomen. Merkt u dat uw hond de neiging krijgt om uw roepen te negeren, houd hem dan liever aan de lijn, zeker op plekken met veel afleiding of in de buurt van verkeer.

U voorkomt zo dat u de controle verliest. Bovendien krijgt hij zo niet de gelegenheid om te leren dat het leuk is om er vandoor te gaan in plaats van naar u terug te komen. Train daarnaast veel met het hierkomen terwijl uw hond aan de lijn is, wissel de normale beloningen af met voer dat uw hond extra lekker vindt of gebruik zijn favoriete speelgoed, zoals een bal.

See also:  Hoe Train Je Een Hond Om Alleen Te Zijn?

Zorg dat u dit op een positieve manier oefent: zo blijft hij onthouden dat naar u toe komen hem iets fijns oplevert. Roep altijd met een vriendelijke stem en beloon als de hond naar u toe komt. Doet hij er wat langer over, mopper dan niet als hij er eenmaal is want daardoor twijfelt hij een volgende keer waarschijnlijk nog langer voor hij bij u komt! In de puberteit kunnen spelletjes waarbij het op een krachtmeting aankomt soms lastiger worden.

De hond wordt sterker en soms ook feller en winnen wordt belangrijker. Veel honden vinden het leuk om te “touwtrekken” en dagen u uit met hun flostouw. Op zich is dit helemaal geen probleem, zolang het maar bij spel blijft, alles gecontroleerd blijft en de hond netjes op uw signaal los laat.

  • Dit laatste is een belangrijke oefening om te blijven oefenen; ruil daarbij regelmatig het voorwerp om voor een voertje en zorg dat het geen competitie wordt;
  • Bij sommige honden wordt zo’n spelletje echter te wild en soms gaat spel over in agressie;

U kunt dat zien aan de manier waarop de hond het speeltje vast heeft. Als de tanden bedekt zijn, bijt de hond uit spel. Laat uw hond zijn voortanden of zelfs zijn hele gebit zien als hij het speeltje vast heeft, dan is het verstandig het spel onmiddellijk te stoppen.

  1. Grommen hoeft niet altijd slecht te zijn;
  2. Als de grom wat hoger en een beetje afwisselend van toon is, is het een zogenaamde spelgrom;
  3. Gromt uw hond echter heel diep op dezelfde toonhoogte, dan is het spel voor de hond geen spel meer;

Ook nu geldt dat het beter is direct het spel te stoppen. Merkt u dat uw hond bij trekspelletjes te wild wordt, de krachtmeting te serieus neemt of dat uw hond te sterk voor u wordt, doe dan liever andere spelletjes waarbij u met uw hond samenwerkt, zoals zoekspelletjes, apporteren of denkwerk.

In de puberteit kan een hond gaan merken dat hij, nu hij groter en sterker wordt, anderen beter de baas kan en zijn zin kan doorzetten. Hij kan bijvoorbeeld zijn speelgoed of zijn mand meer gaan verdedigen.

Binnen een gezin kan dit soms problemen geven met jongere kinderen. Het is daarom belangrijk dat u in de buurt blijft om alles in goede banen te leiden. Ga er niet zomaar vanuit dat als een hond als jonge pup goed met de kinderen kon omgaan, dit nog steeds goed gaat als de hond gaat puberen.

  • Leer uw kind om uw hond met rust te laten als hij eet of slaapt en om hem niet steeds allerlei commando’s te geven;
  • Het is niet verstandig om de hond door jonge kinderen te laten uitlaten;
  • De hond wordt steeds sterker en de kinderen kunnen hem minder snel de baas, zeker als het een grotere hond is;

Ook is in de puberteit de kans wat groter dat de hond ruzie krijgt met andere honden. In zo’n geval kan het gevaarlijk zijn als kinderen tussenbeide willen komen. Overigens is ook buiten de puberteit het uitgangspunt om jonge kinderen nooit alleen de hond te laten uitlaten.

De veranderingen in het gedrag van uw hond kunnen soms een reden zijn om castratie te overwegen. Vooral bij reuen wordt castratie vaak gezien als een oplossing voor ongewenst gedrag. Castratie is echter lang niet altijd een goede manier om het gedrag van uw hond te beïnvloeden want gedrag wordt door allerlei factoren bepaald, niet alleen door de aansturing via geslachtshormonen.

Alleen ongewenst gedrag dat echt door hormonen beïnvloed wordt, zoals bij reuen het weglopen bij het ruiken van loopse teven of bij teefjes probleemgedrag dat duidelijk te maken heeft met loopsheid of schijnzwangerschap, zal meestal afnemen na castratie.

Soms kan een castratie echter ook ongewenste gedragseffecten hebben. Bovendien kan castratie ook invloed hebben op de gezondheid van uw hond. Castratie wordt uiteraard ook ingezet om ongewenste nestjes te voorkomen en soms om medische redenen, dat laatste vooral bij teefjes.

Overweegt u om uw hond te laten castreren, overleg dat dan goed met uw dierenarts en, als u vooral het gedrag wilt beïnvloeden, liefst ook met een hondengedragstherapeut. Bij twijfel kan bij een reu eerst een chemische castratie worden toegepast om te kijken wat het effect is op zijn gedrag.

  1. Bij de Praktische informatie over ‘ Castratie of ‘sterilisatie’ van uw hond ‘ leest u meer over dit onderwerp;
  2. Honden zijn echt uitgerijpt op een leeftijd van 1,5 tot 2,5 jaar, waarbij de ontwikkeling bij reuen langer duurt dan bij teven;

Ook zijn er rasverschillen mogelijk..

Welke leeftijd wordt een hond rustiger?

Conclusie – Een puppy of jonge hond vol met energie die heel erg druk doet kan soms iets teveel van het goede zijn. Zelfs voor de meest toegewijde hondenliefhebbers. Het belangrijkste om in gedachte te houden is dat een actieve hond een gezonde hond is.

Dat is in ieder geval een mooi gegeven. Routine, training, voldoende beweging en de hond mentaal uitdagen zijn allemaal dingen die je door de drukke periode van je jonge hond kunnen krijgen. Uiteindelijk zal jouw hond rustiger worden.

Wanneer dit moment is verschilt enorm per hond. Zo kan het zijn dat je hond al iets rustiger wordt bij een leeftijd tussen de 6 en 9 maanden. Wanneer je hond volwassen is, dit is tussen de 1 en 2 jaar, zie je vaak dat de grote hoeveelheid puppy energie is verdwenen..

See also:  Hoe Vaak Geef Je Een Hond Eten?

Wat kan een hond van 8 maanden?

Net zoals een mens komt een jonge hond ook in de puberteit en hierdoor ontstaan er veranderingen in het gedrag. Meestal begint het rond de leeftijd van 8 maanden. Er vindt een toename plaats van geslachtshormonen en de hond wordt seksueel volwassen. De hond gaat op zoek naar grenzen en hij zal zelf bepaalde beslissingen gaan nemen. In deze periode luistert hij minder goed en kan hij rijgedrag vertonen.

Hoe kun je zien of je hond gelukkig is?

Wanneer Komt Een Hond In De Puberteit Een hond kan jou helaas niet vertellen dat hij gelukkig is. Toch kun je aan de lichaamstaal van een hond duidelijk zien wanneer hij gelukkig is, namelijk als hij oogcontact met je zoekt en blij kwispelt. Dit is echter een momentopname. Wij noemen dit dan ook eerder ‘blij’ dan ‘gelukkig. ‘ Gelukkig zijn is volgens ons een emotie over de lange termijn.

  1. In deze blog proberen wij te beschrijven of je kunt merken wanneer een hond gelukkig is op de lange termijn en hoe je ervoor kunt zorgen dat je jouw hond gelukkig maakt en houdt;
  2. Een gelukkige hond is volgens ons te herkennen aan gezond gedrag;

Gezond gedrag betekent volgens ons dat de emoties van de hond in balans zijn. De hond vertoond geen onverklaarbare momenten van extreme agressie, angst of onzekerheid. Ook vertoont de hond geen langdurige hyperactiviteit. Dit betekent overigens niet dat je hond zich niet een keer mag misdragen.

Hoe lang mag je een hond negeren?

Negeren ongewenst gedrag falend beleid Populair advies laat eigenaren met hun problemen zitten Het is modern om je hondenschool te presenteren als één die positief traint en ongewenst gedrag negeert. “Wij werken niet met straf” is een kwaliteitskenmerk op websites en in folders.

  • Straf is uit, al jaren;
  • Sterker nog, straf is not done;
  • Zó not done dat er niet over gesproken wordt en artikelen niet gepubliceerd;
  • Dat is begrijpelijk want er is in de hondenwereld buitensporig en clementieloos met straf gewerkt;

Voor alles was het een goede aanpak. Vaak werd gestraft vanuit irritatie omdat de hond niet goed luisterde, dan kreeg hij een knauw met een slipketting. Als een hond een oefening niet goed uitvoerde of halverwege iets anders ging doen, werd dat niet gezien als een trainingsprobleem maar als gebrek aan respect voor de autoriteit van de baas.

  • Dan wordt veel gedrag al snel als dominantie van de hond gezien;
  • Als je zicht op het leven zo in elkaar zit is het begrijpelijk dat je dan moet ingrijpen;
  • Eigenlijk gaat het in die situaties alleen om het ego van de baas;

Rond de jaren 90 van de vorige eeuw ontstond in de honden-trainingswereld een algemeen voelen dat straf negatief is. Straf beschadigt het dier, de relatie en zet de deuren voor leren dicht. Daardoor ontstond weerstand tegen straffen, maar zoals dat zo wel vaker gaat, is de balans sindsdien volkomen de andere kant op geslagen.

  1. We zijn met de moderne positieve hondenscholen terecht gekomen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw waar je het kind de ruimte moest geven om zich zonder remmingen of straf te ontplooien;
  2. Als je als hondentrainer aangeeft dat je straf toepast, ben je gelijk een outcast;

Straf is synoniem geworden voor harde aanpak, voor slipketting, voor geweld. Van daaruit bekeken lijkt het heel begrijpelijk dat scholen aangeven uitsluitend positief te trainen. Het bekt immers lekker en mensen vinden straf toch al een akelig onderwerp. Dan lijkt negeren een handige oplossing, want dan kun je straf vermijden.

  • Goed voor de hond en goed voor de school;
  • Uitdoven van gedrag In mijn opleiding leerde ik het al: negeren zorgt er voor dat het genegeerde gedrag eerst in heftigheid toeneemt;
  • Dat lijkt logisch;
  • Als een dier steeds aandacht krijgt met dwingend gedrag, dan zal hij harder gaan pushen als hij genegeerd wordt;

Hij is er vast van overtuigt dat hij tóch contakt krijgt wanneer hij maar extra stevig aandringt. Dat heeft het verleden hem wel geleerd. Dat stevig aandringen kan het dier dan wel een tijd volhouden. Na een tijd blijkt dat hij evenwel toch geen contact krijgt ondanks zijn veel heftigere aandringen, het negeren houdt stand.

Dan zal het gedrag snel in heftigheid afnemen tot beneden het niveau waarmee het aanving. Het gedrag sterft dan uit. Zo verteld, lijkt negeren een gewenst effect te hebben: het ongewenste gedrag wordt minder en sterft uit.

Dat is wetenschappelijk bewezen in vele onderzoeken naar diergedrag. Er zijn echter een aantal mitsen en maren. Bijvoorbeeld, de tijd dat het heftigere gedrag na aanvang van negeren aanhoud, kan wel heel lang duren. Zo lang dat ieder normaal mens al lang heeft opgegeven.

Daarnaast werkt deze techniek goed in gecontroleerde laboratorium omstandigheden waar onderzoek plaatsvond naar diergedrag. Daar heeft de onderzoeker immers alles onder controle. En heel belangrijk, hij was zelf niet emotioneel betrokken bij ongewenst gedrag van het dier.

Met andere woorden, het dier werd wel genegeerd, maar de onderzoeker hoefde het zelf niet te doen om voor hem ongewenst gedrag te doen uitdoven. Een hondeneigenaar is wél onderwerp van grote stress als hij gaat negeren en lang moet volhouden. Die zit er emotioneel midden in.

Hij geeft voortijdig op omdat de omstandigheden ongunstig zijn en het te lang duurt eer het gedrag uitdooft. Daardoor heb je het gevoel dat het niet werkt. En je bezoek staat ook nog in de deuropening te wachten… Opvoeden versus trainen Natuurlijk is positief trainen of opvoeden is een nobel streven.

Natuurlijk wil je niet met een harde aanpak je hond trainen. Het is tenslotte je schatje, zo niet je kind. Opvoeden is een moeilijke taak. Veel moeilijker dan de standaard oefeningen die je op een reguliere hondenclub leert. Trainen is relatief eenvoudig, opvoeden niet.

Opvoeden vraagt om een visie waar je heen wilt met je hond, om doordacht beleid en weloverwogen keuzes. Opvoeden is ook het leren stellen van grenzen. Voorheen noemden we dat straf. Toen had straf de functie van corrigeren van ongehoorzaamheid.

See also:  Wat Kost Echo Hond?

Trekken aan de lijn? Straf! Niet snel gaan zitten? Straf! Dat gaf straf een negatieve klank. Binnen de opvoeding echter heeft staf – beter gezegd het stellen van grenzen- de functie van het afbakenen van de sociale grenzen van hoe je met elkaar als groepsleden omgaat.

  • Grenzen stellen is binnen opvoeden een must;
  • Immers niet elk gedrag wat je hond graag wil onderzoeken is later gewenst;
  • Voorkomen of afleiden is lang niet altijd een effectieve aanpak;
  • Vooral niet als het ongewenste gedrag onbedoeld beloond werd;

En dat komt nog al eens voor. Opvoeden is dus ook voor een deel het opleggen van beperkingen en sturend optreden wanneer een jonge hond zijn mogelijkheden onderzoekt. Geef één vinger… Negeren van ongewenst gedrag is echter bij veel ongewenst gedrag een volkomen absurde aanpak.

Stel je voor dat je kind van 4 op straat loopt met een broodmes. Negeer je dat? Afleiden? Of als je zoontje je elke dag tegen je benen schopt of scheldwoorden gebruikt. Gaat dat vanzelf over? Natuurlijk niet, ik hoef het niet verder uit te leggen.

Wat de effecten zijn van grenzeloos opvoeden kunnen we meer dan genoeg zien in de huidige maatschappij. Tolerantie moet niet gelden voor gedrag dat de sociale samenhang verstoort! Waar dat wel gebeurt gaat het mis. Als de tolerantie te groot is accepteert het kind (lees ook hond, vise versa) op een gegeven moment geen autoriteit meer.

  • Alles mocht toch! “…dus waar bemoei JIJ je mee???…Ik ben de autoriteit!”;
  • En als een kleiner vergrijp geen problemen gaf, waarom zou een groter dat dan wel doen? Tolerantie ten opzichten van beginnend ongewenst gedrag is een vrijbrief om verder te gaan op de ingeslagen weg;

Er zijn immers geen consequenties. Een spreekwoord zegt: “geeft één vinger, en hij pakt de hele hand”. Wetenschappelijk onderzoek heeft jaren geleden al aangetoond dat wanneer je beginnend ongewenst gedrag toestaat (ruitje intikken van een auto) dat dit tot gevolg heeft dat het gedrag steeds extremer wordt (hele auto gesloopt in 24 uur).

Dat heeft geleidt tot de ontwikkeling van zero-tolerance beleid, weet u nog? Als je op een acceptabele en sociaal verantwoorde manier als groepsleden met elkaar wilt omgaan, moet je duidelijk maken wat wel en niet kan.

Je moet aangeven waar de grenzen van je sociale functioneren liggen. Kinderen en honden hebben grenzen nodig en vragen daar om. Zo leert de hond hoe je op een acceptabele wijze met elkaar omgaat en hoe je als groep prettig samenleeft. Binnen die grenzen kun je op een positieve manier en zonder harde correcties opvoeden.

  • Opluchting en besluiteloosheid Er zijn nog enkele belangrijke redenen waarom negeren in de dagelijkse praktijk niet werkt;
  • Stel, er komt bezoek aan de voordeur en de hond raakt opgewonden;
  • Dat komt nogal eens voor;

Logisch ook, want de bel hoeft maar te gaan en je springt op om naar de deur te lopen. Zo wordt de bel de voorbode voor opwinding. Zie die interne opwinding van de hond maar als druk in een stoomketel. Door het springen en blaffen krijgt de hond een uitlaatklep voor die druk c.

  1. opwinding;
  2. Als de druk door het uiten van springen en blaffen verlaagt, ervaart hij opluchting;
  3. En opluchting is belonend;
  4. Als je je hond dan negeert gaat hij gewoon door met springen en blaffen! Dat heet zelfbelonend gedrag;

Veel gedrag wat mensen als ongewenst beschouwen is zelfbelonend. Je kunt dus negeren totdat je een ons weegt, de hond boeit het niet. Stel dat je bezig bent het blaffen en springen te negeren. Dan zal de hond je ‘niets doen’ ervaren als besluiteloosheid, als falen van leiderschap! “Moet je pappa zien zeg, die weet niet wat ‘ie met me aan moet als ik belachelijk sta te doen…”.

Falend beleid Hondenscholen en trainers die voorstaan dat ze positief trainen en ongewenst gedrag negeren doen dat omdat ze straf willen omzeilen. Dat is te waarderen. Ze verwarren echter ouderwetse straf voor ongehoorzaamheid met het stellen van grenzen binnen het sociale gebeuren van de groep.

Negeren is voor deze trainers psychologisch gezien een super oplossing, ze hoeven nl. NIETS te doen! Gevolg is wel dat de cursist met de ellende blijft zitten! Ook de cursist ervaart het gebrek aan hulp van de instructeur of docent als falend beleid. Hij voelt zich terecht enorm in de steek gelaten door het advies dat je ongewenst gedrag moet negeren.

Hoe luistert een hond weer naar zijn baas?

Oefenen aan de lange lijn – Als je hond binnen is gewend aan hier homen, oefen dit dan ook buiten aan de lange lijn. Neem snoepjes mee en speelgoed. Vraag eerst de aandacht van je hond door vrolijk zijn naam te roepen. Heb je aandacht, roep dan het commando.

Hoe lang blijft een pup bijten?

Wanneer stopt je pup met bijten en happen? – Tijdens het wisselen van het melkgebit kan de pup juist nog iets meer gaan bijten. Maar wees gerust: het gaat over! Na het wisselen van het melkgebit (met maximaal 7 maanden) stopt het happen en bijten over het algemeen.

Met de online puppycursus van Tinki leer je van experts hoe je bijtgedrag kunt afleren. Bekijk het hier. Bijten om te onderzoeken of laat je hond ander gedrag zien? Met het bijten van een pup bedoelen wij in dit geval het zachtjes bijten om dingen te onderzoeken.

Als je hond (harder) bijt, hierbij gromt en ander gedrag laat zien waar je je niet prettig bij voelt is het verstandig om hulp in te schakelen van bijvoorbeeld een hondenschool of gedragstherapeut. Zij kunnen zien of je pup normaal gedrag vertoond of dat er wellicht iets anders aan de hand is.

Hoe krijg je een rustige hond?

Aaien is veiliger dan echt knuffelen in stressvolle situaties; Werk in huis met kalmerende geluiden zoals klassieke muziek, honden kalmeren hiervan; Overweeg een thundershirt als je hond bang is voor onweer, autorijden of vuurwerk; Praat over angst en stress met een gedragsdeskundige.