Wanneer Laat Je Je Hond Inslapen?

Wanneer Laat Je Je Hond Inslapen
Hond inslapen bij ziekte – Uw hond kan bijvoorbeeld ongeneeslijk ziek zijn. Als uw hond hiervan als gevolg geen kwaliteit van leven meer heeft en veel pijn heeft, kan het beter zijn voor uw hond om deze in te laten slapen. In sommige gevallen is het menselijker om uw hond in te laten slapen dan hem pijn te laten lijden.

Kan je zomaar je hond in laten slapen?

Voor veel huisdiereigenaren is het definitief afscheid moeten nemen van hun geliefde dier één van de moeilijkste dingen in de relatie met hun dier. Voor veel mensen is hun huisdier namelijk niet “zo maar” een dier, maar maakt het deel uit van het gezin. Soms gaan dieren op een natuurlijke manier dood. In andere gevallen, bijvoorbeeld als het dier ziek is, komt euthanasie in beeld. Een besluit moeten nemen over het al dan niet laten euthanaseren van een dier, brengt veel vragen met zich mee.

Euthanasie betekent in de meeste gevallen dat op verzoek het leven van een mens of een dier wordt beëindigd door de dood te bespoedigen of de mens of het dier ter dood te brengen, zodat er een einde aan het lijden van deze persoon of dit dier komt.

Een mens of dier wordt met euthanasie dus geholpen om dood te gaan met als doel om verder lijden te voorkomen. Er zijn verschillende vormen van euthanasie. Hier gaan we uit van actieve euthanasie, waarbij een dodelijk middel aan het dier wordt toegediend.

Belangrijk daarbij is dat de methode pijnloos, snel en eenvoudig is. De handeling is onomkeerbaar en moet veilig zijn voor degene die hem uitvoert. Natuurlijk moet de precieze handeling ook zijn aangepast aan de diersoort en het dier zelf.

Wanneer een dier geen dierwaardig leven meer kan leiden, is euthanasie gerechtvaardigd. De term ‘dierwaardig leven’ heeft echter geen algemene definitie. In grote lijnen kan gesteld worden dat een dier geen dierwaardig leven meer heeft als:

  • Het zelf geen initiatieven meer neemt om te bewegen, te eten en contact te hebben met andere dieren, de eigenaar en/of de omgeving;
  • Zich niet meer bewust is van afwijkend gedrag (bijvoorbeeld in eigen uitwerpselen blijft liggen);
  • Ernstige en langdurige pijn heeft die niet (voldoende) te bestrijden is.

Wees u ervan bewust dat dieren een sterke overlevingsdrang hebben en pas in een laat stadium zullen tonen dat er iets mis is. Als een dier laat zien dat het verzwakt is, is het in het wild immers duidelijk herkenbaar voor roofdieren. Meestal gaat het dus niet om duidelijke tekenen zoals pijnuitingen (bijvoorbeeld janken, piepen of mauwen), maar om (subtiele) gedragsveranderingen zoals rustiger zijn dan u van het dier gewend was.

Wie eigenaar is, heeft de zeggenschap. De eigenaar beslist dus of en wanneer zijn/haar dier mag inslapen. De dierenarts is wel verplicht om de eigenaar goed en volledig te informeren. Het kan een enorme schok zijn om tijdens een consult het woord ‘euthanasie’ te horen vallen.

Daardoor lijkt het wel eens of de dierenarts niet alles heeft verteld. Als er geen spoedeisende situatie is waarbij het dier heel veel pijn heeft, en als u wel erg geschokt bent, kan het verstandig zijn om naar huis te gaan. Ten eerste kunt u dan nog even tot rust komen, en ten tweede hebt u de tijd om alles nog eens op een rijtje te zetten en afscheid te nemen van uw dier.

  1. In principe beslist de eigenaar wanneer het moment daar is;
  2. Maar niemand mag een dier mishandelen of verwaarlozen door hem/haar bijvoorbeeld (medische) zorg te onthouden;
  3. De hond op de keukenvloer laten liggen totdat de dood spontaan intreedt, of de kat in de tuin leggen en ‘wachten tot de natuur zijn werk doet’ is dan ook strafbaar;

Zo’n situatie is erg onprettig. Als het dier niet in ernstige nood verkeert, denk er dan nog even over na. Er is misschien een reden dat de dierenarts deze mening heeft. Aan de andere kant worden er natuurlijk ook wel eens onnodige euthanasieadviezen gegeven.

Als uw dier niet overduidelijk lijdt, kunt u er nog wel even over nadenken. Misschien kunt u nog eens samen met de dierenarts de voor- en tegenargumenten doornemen. U kunt de dierenarts ook vragen of nader onderzoek (bijvoorbeeld bloedonderzoek of een röntgenfoto) zinvol is.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn om meer duidelijkheid te krijgen over de vooruitzichten van het dier of om te bepalen of op enige wijze verlichting geboden kan worden. Bedenk als u en de dierenarts van mening verschillen wel het volgende: Bij dieren weten we niet altijd zeker wanneer ze lijden.

  • Er zijn dieren die onder de meest vreselijke omstandigheden niets laten merken;
  • Als uw dierenarts bijvoorbeeld een diagnose heeft gesteld van een ongeneeslijke ziekte die veel pijn veroorzaakt, hoeft dit niet altijd zichtbaar te zijn;

Het kan zijn dat uw dier een aandoening heeft die op dat moment nog in het beginstadium is. Dat geeft u misschien tijd om afscheid te nemen, maar betekent ook dat het dier op korte termijn wel pijn zal kunnen gaan lijden. Maak hierover afspraken met uw dierenarts.

  • Misschien hebt u deze discussie met uw dierenarts vlak voor het weekend, of voor feestdagen;
  • Als u het advies van de dierenarts niet opvolgt, bedenk dan goed hoe u gaat handelen als tijdens het weekend of feestdagen ineens een noodsituatie ontstaat;

Twijfelt u nog steeds, dan kunt u altijd een andere dierenarts om een second opinion vragen. Als de dierenarts nog mogelijkheden ziet om het dier te behandelen, dan mag hij dit in ieder geval voorstellen aan de eigenaar. Doorbehandelen is een kwestie van mogen, niet van moeten en kan alleen met goede informatie aan, en toestemming van de eigenaar.

Als de eigenaar niet bereikbaar is, ligt het anders, dan mag de dierenarts naar beste weten zelf handelen. Ja, een dierenarts hoeft niet mee te werken aan euthanasie als hij of zij vindt dat dit nog niet aan de orde is.

U bent dan vrij om een andere dierenarts te zoeken die uw verzoek wel wil inwilligen. Neem de argumenten van uw dierenarts wel serieus: wellicht is er voor uw dier een andere oplossing mogelijk. De eigenaar, of de vaste verzorger die op dat moment voor het dier zorgt.

In noodgevallen mag dat. Een dierenarts is wettelijk verplicht om een dier de nodige hulp te verlenen. Als de dierenarts een dier in de praktijk krijgt dat ernstig lijdt en waarvan geen eigenaar bekend is, mag hij/zij het dier laten inslapen om het verder lijden te besparen, of behandelen natuurlijk, als de prognose goed is.

Euthanasie, in de vorm van het toedienen van verdovende middelen door een injectie, is diergeneeskundig handelen, en mag alleen door de dierenarts gebeuren. De dierenarts moet zich houden aan de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunde. Samen met uitspraken van het Veterinair Tuchtcollege vormt dat een leidraad voor het uitvoeren van euthanasie bij dieren.

  1. Zelf je eigen dieren doodmaken op een andere manier dan de dierenarts is niet aan te bevelen, want dat kan leiden tot ernstig lijden;
  2. De middelen waarmee de dierenarts de euthanasie uitvoert, mogen alleen door een dierenarts toegediend worden;

U kunt dus niet over deze middelen beschikken. Nee, de dierenarts is dat niet verplicht. Veel dierenartsen zijn er wel toe bereid, als hun praktijksituatie het toelaat. Sommige dierenartsen kunnen vooral in het weekend en ‘s avonds niet goed weg als ze dienst hebben.

  1. Wordt uw dier op dat moment ernstig ziek, dan kan het zijn dat de dierenarts u toch verzoekt om naar de praktijk te komen;
  2. Tip: vraag eens aan uw dierenartsenpraktijk of euthanasie ook aan huis kan;
  3. Dat is echt geen rare vraag, en goed om te weten! Wettelijk mag u uw dier niet onnodig laten lijden;

Als het echt niet anders kan, zult u naar de dierenartsenpraktijk moeten gaan. Nogmaals: het is altijd verstandig om hierover te praten met uw eigen dierenarts op een moment dat het nog niet dringend is. Euthanasie is bedoeld als zachte dood. Als regel geldt dat de dierenarts een combinatie van een middel, een dosering en een toediening moet kiezen waarvan de dierenarts weet dat deze geen, of zo min mogelijk, opwinding bij het dier teweeg brengt, en binnen zeer korte tijd na toediening de dood zal veroorzaken.

Het dier moet voldoende worden verdoofd, en de dierenarts moet het dier observeren totdat hij zeker weet dat het dood is. Dodelijke injecties die recht in het hart worden gegeven zonder dat daar een verdovende injectie aan vooraf gaat, worden door het Veterinair Tuchtcollege afgekeurd, en worden door de meeste dierenartsen niet meer gebruikt.

Indien mogelijk (dus als er geen sprake is van acuut ernstig lijden) zal voor een euthanasie altijd een afspraak worden gemaakt. De handeling kan in de dierenartspraktijk plaatsvinden, maar sommige dierenartsen doen het ook bij u thuis. Als de euthanasie in de dierenartspraktijk plaatsvindt, zal dit veelal op een rustig moment zijn, zodat het dier, uzelf en eventueel meegekomen gezinsleden de aandacht krijgen die u verdient en u niet (lang) hoeft te wachten in de wachtkamer.

  1. Directe betrokkenen (eigenaar en gezinsleden) mogen altijd bij de euthanasie aanwezig zijn als ze dat zelf willen;
  2. Volwassenen die twijfelen wordt meestal aangeraden erbij aanwezig te zijn;
  3. U zult ervaren dat het dier geen angst of pijn heeft;

Vaak zijn dieren ook rustiger, als u in de directe nabijheid bent of het dier zelf vasthoudt. Vaak krijgt het dier eerst een injectie in een spier om het in een roes te brengen. Na ongeveer een kwartier is het dier dan rustig en worden prikkels uit de omgeving nauwelijks meer verwerkt.

Dan kan een overdosering van een narcosemiddel gegeven worden. Dit middel wordt bij voorkeur in de bloedbaan toegediend, maar bij dieren waarbij dit niet mogelijk is wordt het op een andere manier toegediend (bijvoorbeeld in de buikholte bij vogels).

Vrijwel direct of kort na het toedienen van deze injectie stopt de ademhaling en even later ook het hart. Soms geeft het dier eerst nog een diepe zucht of is er een spiertrilling zichtbaar. Vaak loopt de urine uit de blaas doordat de spieren ontspannen. Het is natuurlijk beslist niet de bedoeling, maar het kan wel voorkomen.

  1. Zelfs al doet de dierenarts er alles aan om het dier te verdoven zodat het niets merkt, dan kan het toch gebeuren dat de verdovende injectie pijn veroorzaakt, of dat het dier tijdens de verdoving gedesoriënteerd raakt en gaat piepen of janken;
See also:  Hoe Kun Je Merken Dat Je Hond Zwanger Is?

Dat is voor de eigenaar heel naar om te zien, maar betekent niet altijd dat de dierenarts iets fout heeft gedaan. Als uw dier overleden is, kunt u ervoor kiezen om het lichaam van uw dier bij de dierenarts achter te laten. Het wordt dan opgehaald ter destructie.

Het is ook mogelijk om te regelen dat een dierencrematorium het lichaam bij uw dierenarts ophaalt om het te laten cremeren. U kunt het lichaam ook meenemen. Vervolgens kunt u het lichaam zelf naar het gemeentelijk verzamelpunt voor afvalverwerking brengen of laten ophalen door een dierenambulance, u kunt een crematie of begrafenis voor uw dier regelen en kleine dieren kunt u meestal ook zelf begraven.

Meer over deze praktische zaken, maar ook over de rouw die u kunt ervaren na het overlijden van een huisdier, vindt u in het Praktisch document ‘ Overlijden en rouw ‘..

Wat voelt een hond bij inslapen?

Wat gaat de dierenarts doen? – Honden en katten krijgen eerst een injectie met een slaapmiddel, net zoals wanneer een dier geopereerd moet worden. Deze injectie kan door middel van een infuus in de poot gegeven worden, waarna het slaapmiddel direct in het bloedvat komt.

  • Hierdoor valt het dier al binnen enkele minuten in slaap;
  • Soms kiest een dierenarts ervoor deze eerste injectie in de spier te geven, meestal in de rug of de achterpoot;
  • Omdat het middel in dat geval eerst nog in het bloed opgenomen moet worden, duurt het in slaap vallen iets langer, ongeveer tien minuten;

Deze tijd kun je als baasje gebruiken om nog afscheid te nemen, maar beter is het om afscheid te nemen voor het dier het slaapmiddel krijgt. De injectie in de spier heeft namelijk ook nadelen. Het is daarom verstandig om met de dierenarts te bespreken wat de mogelijkheden zijn en wat dat voor het dier betekent.

Zodra de eerste injectie volledig werkt, is het dier in een zodanig diepe slaap dat deze buiten bewustzijn is. Hij of zij merkt vanaf dat moment niets meer van de euthanasie. Om het dier tot overlijden te brengen zal de dierenarts vervolgens een tweede injectie geven.

Deze injectie herken je aan een felrode of blauwe kleur en bevat een zeer hoge dosis van een slaapmiddel. Als er eerder een infuus geplaatst was, zal de dierenarts dit middel door hetzelfde infuus geven. Ook is het mogelijk deze injectie zonder infuus direct in het bloedvat te spuiten.

  • Bij katten en kleine honden kan er bovendien voor gekozen worden de injectie rechtstreeks in de buikholte of het hart te zetten;
  • Het is te begrijpen dat dit laatste een beetje eng klinkt, maar jouw dier voelt daar helemaal niets van;

Ongeacht de locatie zal het hart binnen enkele minuten na de injectie stoppen met kloppen, het dier is dan overleden.

Hoeveel kost het om mijn hond in te laten slapen?

Hoeveel kost het om je hond te laten inslapen? – De kosten voor het in laten slapen van een hond variëren per dierenarts. Over het algemeen kost inslapen bij de dierenarts rond de € 100,-. Je hond thuis laten inslapen is wat duurder, en ook de nooddienst kan duurder uitvallen. © Africa Studio / stock. adobe. com Houd je viervoeter vast tijdens jullie laatste stap samen. Zo wordt het wat draaglijker voor je hond en jezelf..

Hoe weet je of een hond pijn heeft?

Honden laten niet altijd duidelijk zien dat ze pijn hebben. Pijn kan als een teken van zwakte worden gezien en trekt dan negatieve aandacht van andere roofdieren of soortgenoten. Daarom zijn honden vaak geneigd pijn te verbergen, wat het voor de eigenaar niet makkelijker maakt eventuele pijn te herkennen. Toch is het belangrijk dat u pijn bij uw hond kunt herkennen, omdat er sprake kan zijn van een onderliggende ziekte.

Bovendien is pijn slecht voor het welzijn van de hond. Pijn is een onaangenaam gevoel dat aangeeft dat er lichamelijke schade is of dat die zou kunnen ontstaan. Pijn heeft normaal gesproken de functie schade te vermijden of te verminderen en genezing te stimuleren.

PetTalk – Piet Hellemans over de oude hond en afscheid nemen

Maar heftige of te lang aanhoudende pijn en de lichamelijke veranderingen die hierdoor ontstaan, zijn slecht voor het welzijn van het dier en kunnen herstel juist vertragen. Er is een verschil tussen acute pijn en chronische pijn. Acute pijn ontstaat snel, wordt vaak veroorzaakt door een lichamelijke beschadiging (trauma) en heeft een waarschuwende functie voor het dier om zichzelf te beschermen.

Het is makkelijker te herkennen dan chronische pijn. Chronische pijn duurt langer dan 3-6 maanden en gaat gepaard met minder duidelijke gedragsveranderingen. Acute pijn die niet goed herkend en behandeld wordt kan overgaan in chronische pijn.

Hieronder wordt uitgelegd wat de signalen zijn van deze verschillende soorten pijn, zodat u thuis kunt inschatten of uw hond pijn heeft. Een verkort overzicht van mogelijke pijnsignalen vindt u achteraan dit artikel. Wanneer een hond met vage klachten naar de dierenarts wordt gebracht, kijkt deze altijd hoe snel de hartslag en ademhaling van het dier zijn.

  • Een verhoogde hartslag en ademhaling kunnen duiden op acute pijn, maar ook op stress of angst;
  • Als uit verder onderzoek niet duidelijk is of er sprake is van pijn of stress, kiest een dierenarts vaak voor pijnstilling om te onderzoeken of de ademhaling en hartslag omlaaggaan;

Als dit het geval is, zal er zeker sprake zijn van pijn. Als eigenaar kunt u de hartslag lastig zelf meten, maar wanneer u merkt dat uw hond sneller ademt dan normaal moet u extra alert zijn. Dit kan duiden op pijn, maar kan ook andere oorzaken hebben (bijvoorbeeld warmte of stress).

  1. Is de hond weer in een koele omgeving of is het moment van stress voorbij en blijft de ademhaling ook na enige tijd nog snel, neem dan contact op met uw dierenarts;
  2. Het gedrag speelt een belangrijke rol bij het herkennen van pijn bij dieren;

Uitingen van gedrag zijn sterk afhankelijk van onder andere omgevingsfactoren. Wanneer een dier naar de dierenarts wordt gebracht, is pijnherkenning vaak nog moeilijker dan thuis. De onbekende omgeving en onbekende mensen zorgen ervoor dat een hond zijn uitingen van pijn probeert te onderdrukken.

Bovendien kan de hond bij de dierenarts last hebben van stress en angst. Het gedrag dat daarbij hoort, lijkt op het gedrag bij pijn. Het is belangrijk dat u gedragsveranderingen die te maken kunnen hebben met pijn al thuis, in de vertrouwde omgeving, kunt herkennen zodat u aan de dierenarts kunt vertellen wat u heeft gezien.

Het gedrag dat een hond die pijn heeft laat zien, is sterk afhankelijk van de oorzaak van de pijn. Daarnaast is de verandering in het gedrag van de hond bij acute pijn vaak anders dan bij chronische pijn. Bij acute pijn verandert het gedrag in korte tijd, wat vaak snel opvalt. De volgende gedragingen kunnen wijzen op acute of chronische pijn:

  • Verwijzen naar een pijnlijke plek: wanneer een hond pijn heeft op een bepaalde plek gaat hij deze plek vaak herhaaldelijk likken, bijten of krabben. Vooral bij acute pijn wordt dat veel gezien. Daarnaast probeert hij het pijnlijke (lichaams-)deel te verstoppen. Ook kan de hond janken bij aanraking van een pijnlijke plek of zelfs proberen te happen om het pijnlijke lichaamsdeel te beschermen.
  • Veranderde houding: honden met pijn hebben de neiging een houding aan te nemen die voor hen het minst pijnlijk is. Wanneer een hond acute buikpijn heeft, kan hij bijvoorbeeld met zijn voorpoten doorgezakt op de grond liggen, waarbij zijn kont in de lucht blijft. Dit kan een poging zijn tot verlichting van buikpijn. Honden met chronische pijn vermijden vaak bepaalde houdingen.
  • Veranderde interactie met mensen: honden die pijn hebben, reageren anders op mensen dan normaal. Sommige honden willen bijvoorbeeld niet meer aangeraakt worden, terwijl anderen juist aandacht opzoeken en steun zoeken. Zeker bij chronische pijn is het meest opvallende probleem doorgaans het veranderde gedrag naar mensen toe.
  • Gapen, uitrekken en uitschudden: honden die pijn hebben gapen minder vaak, rekken zich minder uit en ook uitschudden doen ze minder.
  • Verandering in beweeglijkheid: een hond met pijn kan veranderingen laten zien in de manier van voortbeweging of bewegelijkheid. Ze lopen bijvoorbeeld kreupel of lopen stijver dan voorheen. Bij chronische pijn zijn er vaak subtielere veranderingen in dagelijkse bezigheden zoals gaan meer gaan liggen, moeilijker gaan zitten en weer overeind komen of minder graag willen springen (bijvoorbeeld weigeren om de auto in te springen).
  • Voedsel: honden met pijn hebben soms een verminderde eetlust en kunnen zelfs afvallen.
  • Janken: soms kan een hond zo’n pijn hebben dat hij ervan gaat janken. Hoewel dit een voor de hand liggende uiting van pijn is, wordt dit regelmatig bestempeld als aandacht zoeken en wordt de pijn niet herkend.

Naast bovenstaande gedragingen komen de volgende gedragsveranderingen voor bij chronische pijn:

  • Energie: veranderingen in energieniveau, vrolijkheid, speelsheid en conditie. De hond wil bijvoorbeeld niet meer wandelen of hij wil wel spelen, maar het lijkt alsof hij geremd wordt.
  • Veranderingen in humeur en houding: een hond met chronische pijn kan hier een slecht humeur van krijgen. Zo wordt hij bijvoorbeeld angstig, verandert de alertheid, trekt hij zich terug, geeft hij een droevige indruk, heeft hij een verminderd zelfvertrouwen en komt onzeker over, neemt hij een ineengedoken houding aan, is hij sloom of minder sociaal.
  • Agressie: chronische pijn kan een oorzaak zijn van agressie. Het is belangrijk te beseffen dat chronische pijn zelden de enige oorzaak is van de agressie. Het kan agressief gedrag wel erger maken en pijn moet daarom altijd eerst uitgesloten worden wanneer er sprake is van probleemgedrag.
  • Signalen van ongemak: het regelmatig maken van geluiden als grommen of janken, verandering in lichamelijke verzorging, een depressieve indruk maken, veranderde reactie op mensen of andere honden (een hond kan steun gaan zoeken bij u, of zich juist gaan verstoppen of terugtrekken).
  • Uiterlijke veranderingen: bij langdurige chronische pijn kan de spiermassa afnemen, bijvoorbeeld doordat een lichaamsdeel niet of weinig gebruikt wordt. Ook kan door verminderde verzorging of minder eten de vacht van het dier een minder verzorgde indruk maken.
  • Slaapproblemen: meer of juist slechter slapen.
See also:  Hyperventilatie Hond Wat Te Doen?

Elke hond heeft een bepaalde aanleg, een eigen persoonlijkheid en eigen ervaringen, waardoor elke hond andere pijnsignalen laat zien en anders reageert op pijn. Het is daarom belangrijk om altijd te vergelijken met het normale gedrag van uw hond voordat er problemen waren: wanneer het gedrag afwijkt kan er sprake zijn van pijn. Om pijnherkenning bij honden makkelijker te maken, zijn er allerlei onderzoeken gedaan naar het gebruik van schalen waarbij pijn beoordeeld wordt met een cijfer tussen de 0 en 10 of tussen de 0 en 100.

  1. Chronische pijn is moeilijker te herkennen;
  2. De subtiele gedragsveranderingen zijn vaak alleen herkenbaar voor de mensen die de hond door en door kennen;
  3. Omdat bij chronische pijn het gedrag heel langzaam verandert en niet gekoppeld is aan bijvoorbeeld een verhoogde hartslag, is de herkenning van chronische pijn bijna geheel afhankelijk van pijnherkenning door u als eigenaar;

Op deze manier wordt beoordeeld of er pijn aanwezig is en zo ja hoe erg de pijn is die het dier ervaart. Een pijnschaal die thuis gebruikt kan worden door eigenaren is de ‘Canine Acute Pain Scale’ van de Colorado State University. Dit is een zogenaamde samengestelde pijnschaal waarin gedrag, houding en gedragsveranderingen samengevoegd zijn.

  1. Deze pijnschaal is ook thuis makkelijk te gebruiken;
  2. Hierbij geven bepaalde schetsen de houding van de hond weer en kan een keuze gemaakt worden uit verschillende gedragingen die al dan niet vertoond worden;

Daaruit komt vervolgens een score tussen de 0 en 4, waarbij 4 staat voor ernstige pijn. De pijnschaal vindt u via deze link: http://www. vasg. org/pdfs/CSU_Acute_Pain_Scale_Canine. pdf. Er is veel verschil tussen honden in zowel uiterlijk als gedrag; bespreek daarom met uw dierenarts of dit meetinstrument ook voor uw dier bruikbaar is.

Soms is het moeilijk om gedrag dat te maken heeft met pijn te onderscheiden van andere gedragingen, zoals bijvoorbeeld angst of stress. Gedragingen die een hond kan laten zien als hij stress ervaart zijn bijvoorbeeld verdedigende agressie, herhaaldelijk slikken, hijgen, ontwijken, verstoppen, ijsberen, rusteloosheid, contact zoeken met een mens of andere hond, janken, kwijlen, platte oren, lage staart, voedsel weigeren en lippen likken.

Verschillende van deze stresssignalen kunnen ook waargenomen worden bij een hond met pijn, zoals hijgen, rusteloosheid, ijsberen, janken of contact zoeken. Het is belangrijk om een hond die stresssignalen laat zien goed te observeren om te zien of er misschien ook sprake kan zijn van pijn.

Let bijvoorbeeld op of de hond verwijst naar een pijnlijke plek of lichaamsdeel. Daarnaast kan de pijnervaring voor de hond verergeren wanneer hij tegelijkertijd andere stress ervaart. Om stress te verminderen bij een hond met pijn kan de eigenaar rustig bij het dier gaan zitten, zorgen voor zo min mogelijk geluiden, honden en katten gescheiden houden en een donkere omgeving creëren.

Honden kunnen ons niet zeggen of en hoeveel pijn ze hebben. De hierboven beschreven gedragingen zijn aanwijzingen voor pijn, maar dit zijn vaak indirecte aanwijzingen. Pijn veroorzaakt stress en soms ook angst, maar ook andere oorzaken dan pijn kunnen stress en angst veroorzaken.

In overleg met uw dierenarts kan besloten worden om ook bij twijfel een diagnostische pijnbehandeling te starten en na drie tot vier weken het gedrag opnieuw te beoordelen. Wanneer de hond duidelijke verbetering laat zien met de ingestelde pijnstilling, is het zeer aannemelijk gemaakt dat pijn inderdaad een onderliggende oorzaak van de problemen is.

Verbetert het gedrag niet, dan zijn er zeer waarschijnlijk andere oorzaken dan pijn. Het is belangrijk dat pijn bij uw hond behandeld wordt. Neem daarom contact op met de dierenarts als u denkt dat uw hond pijn heeft. Deze kan het dier onderzoeken om de oorzaak te achterhalen, maar kan bovendien pijnstillers geven die geschikt zijn voor honden.

Gebruik nooit (zonder voorafgaand overleg met uw dierenarts) pijnstillers die voor mensen bedoeld zijn, deze zijn in veel gevallen giftig voor dieren! Als u op de hoogte bent van veelvoorkomende ziektes en aandoeningen die de oorzaak kunnen zijn van pijn bij honden, kunt u sneller en makkelijker pijnsignalen bij uw hond opmerken.

Hierdoor worden pijnlijke aandoeningen eerder ontdekt zodat ze behandeld kunnen worden. De hond hoeft minder lang met een ziekte of aandoening rond te lopen en lijdt daardoor minder. Het blijft altijd belangrijk contact op te nemen met een dierenarts wanneer u pijnsignalen waarneemt.

Hieronder volgen enkele voorbeelden van ziekten die pijn veroorzaken. Artrose bij honden is een veelvoorkomende gewrichtsaandoening en één van de belangrijkste oorzaken van chronische pijn. Het komt regelmatig voor bij oudere honden, maar kan soms ook al vanaf jonge leeftijd optreden.

Artrose heeft effect op de meest beweeglijke gewrichten en ontwikkelt zich langzaam waardoor het moeilijk te herkennen is. Kenmerken van artrose zijn verminderde beweeglijkheid, verminderde activiteit en andere veranderingen in gedrag zoals stijfheid, kreupel lopen, tegenzin om te lopen of verminderde speelsheid.

  • Artrose komt vaker voor in oudere en zwaardere honden, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn;
  • Wanneer een hond één van deze veranderingen in gedrag of bewegelijkheid laat zien, kunt u het beste contact opnemen met dierenarts;

Voor oudere honden is het normaal dat ze wat stijver en minder beweeglijk worden. Het gebeurt echter regelmatig dat daarnaast ook artrose speelt die onopgemerkt blijft, waardoor de hond onnodig chronisch pijn heeft. Kanker is één van de belangrijkste doodsoorzaken bij honden.

Geschat wordt dat één op de vier honden overlijdt aan kanker. Kanker kan pijn veroorzaken. De intensiteit van kankerpijn is afhankelijk van een aantal factoren: de plek van bijvoorbeeld een tumor, de duur en het soort kanker.

Kankerpijn begint meestal als een acute milde pijn die over kan gaan in, soms ernstige, chronische pijn. Daarnaast kunnen kankerpatiënten doorbraakpijn ervaren. Dit zijn plotselinge, kortdurende aanvallen van extreme pijn die spontaan of door beweging ontstaan.

Het blijkt dat kankerpatiënten vrijwel altijd chronische pijn ervaren. Aangezien kankerpijn moeilijk te herkennen is, letten dierenartsen over het algemeen vaak op begeleidende verschijnselen die op kanker kunnen wijzen.

Een aantal voorbeelden zijn: verhoogde eetlust maar desondanks gewichtsverlies, pogingen doen om druk op de poten te verlichten, buikpijn die kan leiden tot braken of staan met een gebolde rug. Gebitsproblemen bij de hond worden vaak over het hoofd gezien en kunnen de oorzaak zijn van pijn.

Sommige honden laten niet graag hun bek openen waardoor het herkennen van een slecht gebit moeilijker wordt. Het is aan te raden honden al van jongs af aan te laten wennen aan het openen van hun bek en daarbij het gebit te inspecteren.

Als een hond last heeft van zijn gebit kan hij terughoudend zijn om dingen op te pakken, ergens op te kauwen of te slikken. Hij kan dan voedsel of speeltjes uit de mond laten vallen. Daarnaast kan een hond met gebitsproblemen last hebben van een trillende kaak, klapperende tanden of kwijlen.

Bovendien is een slechte adem vaak het gevolg van problemen met het gebit of het tandvlees. Ga bij dergelijke symptomen naar de dierenarts om het gebit te laten controleren. Zie ook het document ‘ Gebitsverzorging bij de hond ‘.

Syringomyelie is een zeer pijnlijke aandoening aan het ruggenmerg. Deze aandoening komt relatief vaak voor bij een aantal rassen, waaronder de Cavalier King Charles Spaniël , de Chihuahua en de Dwergkeeshond. Naast minder energie hebben en neerslachtig overkomen zijn de pijnsignalen die een hond met syringomyelie vertoont vrij typisch.

Erg opvallend is het aanhoudend krabben aan één kant van de schouder of nek (achter het oor) waarbij de huid vaak niet aangeraakt wordt. Daarnaast kan de hond ook overgevoelig zijn voor aanraking aan één kant van het hoofd, de nek of de schouder.

Het beste is natuurlijk om pijnklachten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit is helaas niet altijd mogelijk, maar sommige aandoeningen kunnen door middel van een goede verzorging van uw hond voorkomen worden of milder verlopen. Meer informatie over een goede verzorging voor een gezonde hond is te vinden in het document ” Houd uw hond gezond! “. Lichaamsfuncties

  • Snelle hartslag en ademhaling
  • Minder of niet eten; afvallen

Gedragsveranderingen:

  • Verwijzen naar een pijnlijke plek: bijten, krabben, likken
  • Janken of agressie bij aanraken van een pijnlijke plek
  • Rusteloosheid
  • Veranderde houding
  • Vermijden van bepaalde houdingen
  • Veranderde interactie met mensen; terugtrekken of juist steun vragen
  • Minder gapen, uitrekken en uitschudden
  • Verandering in beweeglijkheid; kreupel, stijf
  • Vermijden van bepaalde bewegingen, zoals niet willen springen, wandelen, zitten
  • Janken; Regelmatig grommende of jankende geluiden maken
  • Veranderingen in energieniveau, vrolijkheid, speelsheid en conditie
  • Veranderingen in humeur en houding, depressieve indruk maken
  • Agressie
  • Verandering in lichamelijke verzorging,
  • Veranderde reactie op mensen of andere honden
  • Uiterlijke veranderingen: afgenomen spiermassa, slechter uitziende vacht
  • Slaapproblemen

Hoe kun je het beste afscheid nemen van een hond?

Goed afscheid nemen is belangrijk – Als de hond eenmaal overleden is moeten alle gezinsleden, inclusief de andere dieren in huis, de gelegenheid krijgen om afscheid te nemen van het overleden dier. Vaak is het prettig om de hond in zijn/haar eigen mandje op een centrale plek in de woonkamer neer te zetten.

Iedereen kan dan zelf, op zijn eigen moment en op zijn eigen manier afscheid nemen. Als volwassene bepaal je zelf hoe je afscheid wil nemen, dat is heel persoonlijk. Vooral als je zelf niet bij de euthanasie aanwezig bent geweest,  is het goed om alsnog afscheid te nemen van het overleden dier.

Voor kleine kinderen, jonger dan 7 jaar, is het woord “dood” niet per se duidelijk. Het is dan ook belangrijk om het kind goed uit te leggen dat “dood” betekent dat het dier nooit meer levend wordt. Dat je nooit meer met het dier kan spelen of knuffelen als het dier eenmaal weg is.

  1. Er zijn verschillende boekjes voor kinderen over dit onderwerp, die kunnen helpen bij het bespreken van het overlijden van een huisdier;
  2. Samen een fotoboekje van het dier maken, om samen in te kijken en aan het dier te denken, kan heel fijn zijn om te doen;
See also:  Hoe Lang Kan Hond Zonder Drinken?

Als je het dier zelf kunt begraven is dat voor kinderen het duidelijkst. Ze weten waar het dier is en kunnen ook naar het grafje gaan als ze daar behoefte aan hebben. Ook kunnen ze dingetjes maken voor het dier, die mee kunnen in het grafje. Tegenwoordig zijn er hele mooie producten (o.

Wat gebeurd er met een hond na het inslapen?

Hoe werkt het? – Wanneer een overleden huisdier wordt aangeboden (bij de dierenarts of bij de gemeente) dan worden daar de dode dieren verzameld. Vervolgens zullen de overleden dieren worden opgehaald. Dit gebeurt door de destructor. In Nederland is er één bedrijf die een vergunning heeft voor de verwerking van dode dieren en dierlijk afval.

  1. Dat is Rendac in Son;
  2. Het overleden huisdier komt in een grote vrachtwagen terecht tussen andere dode dieren, dierkadavers en slachtafval;
  3. Aangekomen bij de destructor zullen de dode dieren worden verwerkt;

Dit gebeurt doormiddel van breken, pasteuriseren en steriliseren. Vervolgens wordt de massa ingedampt, gedroogd en gescheiden in meel en vetten. Deze dienen dan als (bio)brandstof. Dit alles gebeurt op industriële schaal met grote schredders en machines.

Waar gaan de meeste honden dood aan?

Hartproblemen – Hartaandoeningen zijn de grootste oorzaak van plotselinge dood bij honden. Bloedstolsels, abnormale hartritmes, cardiomyopathie kunnen allemaal plotselinge dood veroorzaken. Het is belangrijk om de hond routinematig door een dierenarts te laten controleren, zelfs als er geen tekenen van ziekte zijn.

Wat doet een hond met pijn?

Eventuele signalen van pijn bij honden: –

  • Een vocale reactie zoals janken, blaffen of grommen, bijvoorbeeld bij aanraking of bij het omdoen van halsband of tuig.
  • Hijgen.
  • Trillen of bibberen.
  • Verhoogde hartslag en ademhaling.
  • (verandering in) Beweging.
  • (verandering in) Houding.
  • (verandering in) Gedrag.
  • (verandering in) Uiterlijk.
  • (verandering in) Geur.

Heeft een hond pijn als hij hijgt?

Hijgen en pijn / ziekte – Pijn en ziekte kunnen gepaard gaan met hijgen. Uw hond kan bij pijn en ziekte niets zeggen, maar als uw hond goed eet, normaal drinkt, graag rent en speelt en een normaal uithoudingsvermogen heeft, is uw hond (waarschijnlijk) gezond.

Waarom hond niet in bed?

Contra: waarom moet ik mijn hond niet in bed laten slapen? – Een van de belangrijkste redenen om je hond niet in bed te laten slapen is hygiëne. Afgezien van hondenhaar in bed, brengt hij ook vuil mee in je bed. Dit kun je natuurlijk tegengaan door het beddengoed simpelweg vaker te verschonen.

Waarom mag je een hond niet wakker maken?

Is het verstandig je hond wakker te maken als ze droomt? – Het is lastig om te zien als een ander het zwaar heeft. En dat geldt zeker ook voor jouw dierbare hond. Maar, als het je lukt, is het beter om haar niet wakker te maken Zelfs niet als ze huilt of gromt.

  1. Jouw hond zou kunnen schrikken als je haar uit haar REM slaap wakker maakt en zou je per ongeluk kunnen bijten of krabben;
  2. Dat kan vooral voor kinderen gevaarlijk zijn;
  3. Maar er is nog een andere reden waarom je geen slapende honden wakker moet maken;

Men moet geen slapende honden wakker maken.

Hoe krijg je een hond in slaap?

28-08-2020 Heb jij een hond die maar niet wilt slapen overdag of die rusteloos lijkt? Dit is iets wat nog best vaak voorkomt. Vaak houdt dit in dat je hond te weinig slaap krijgt en overprikkeld is. Een volwassen hond heeft ongeveer 16-18 uur slaap op een dag nodig. Een puppy heeft 20 uur slaap op een dag nodig. Vaak is het enige advies wat dan gegeven wordt: ‘Je hond heeft rust nodig.

‘ Dit is ook zeker waar. Een rusteloze hond krijg je enkel weer rustig door hem te laten slapen. Waar je dit bij een mens gewoon kan uitleggen is dat voor een hond een ander verhaal. Voor de hond werk ik zelf met een niet aandachtssignaal.

Lees in dit artikel wat ik daarmee bedoel en hoe je die kan aanleren. Een niet aandachtssignaal is eigenlijk precies wat het zegt. Een signaal die ervoor zorgt dat je hond weet dat hij vanaf dat moment geen aandacht meer krijgt. Een hond die helemaal geen aandacht meer krijgt zal op een gegeven moment gaan slapen.

Zelfs de honden die overdag heel druk of rusteloos zijn zullen ‘s nachts slapen. De simpele reden hiervoor is dat ze geen aandacht meer krijgen. Er valt ‘s nachts in Nederland (mits je niet in een uitgaansgebied woont) niet zoveel te beleven.

Een andere oorzaak kan zijn dat je hond zo moe is van zijn actieve dag leven, dat hij vanzelf omvalt van de slaap. Een niet aandachtssignaal is voor vele dingen handig. Denk hierbij aan het bedelen langs de tafel, je hond op zijn plaats laten liggen als er visite komt, als je moet schoonmaken, als je hond rust nodig heeft en als je even weg moet.

  1. Maar dan de vraag hoe leer je het aan;
  2. Dit kan je op verschillende manieren doen;
  3. Je kan je hond naar zijn plaats sturen –> geef een cue zoals ‘even rust’ –> en vervolgens negeren;
  4. Zodra de oefening klaar is geef je een ‘vrij’ of ‘klaar’, zodat je hond weet dat de aandacht loze periode voorbij is;

Na verloop van tijd zal je hond de link leggen tussen de cue en het vervolg. Dit is een proces waar je zeer consequent moet blijven en die het makkelijkst aan te leren is als je een bench gebruikt. Je kan dan het poortje dicht doen, waardoor je hond ook niet steeds van zijn plaats weg kan lopen.

Gebruik je geen bench, maar een mand? Dan zal je iedere keer dat je hond van zijn plaats komt hem weer terug naar zijn plaats moeten begeleiden. Zodra je hond weer op zijn plaats ligt geef je hem opnieuw de cue voor geen aandacht en ga je weer verder waar je mee bezig bent.

Houdt er rekening mee dat dit proces lang duurt en dat je in eerste instantie meer heen en weer loopt, dan zit. Hoe meer je oefent, hoe beter het zal gaan. Wat je ook kan doen is je hond afleiden met bijvoorbeeld een gevulde kong. Hier is hij even mee bezig en dat geeft jou mooi een klein tijdje rust.

De stappen worden dan: Stuur je hond naar zijn plaats –> geef een cue zoals ‘even rust’ –> en vervolgens geef je hem zijn gevulde kong. Zodra de oefening klaar is geef je een ‘vrij’ of ‘klaar’, zodat je hond weet dat de aandacht loze periode voorbij is.

In eerste instantie beëindig je de oefening als de hond klaar is met zijn kong. Hierdoor zet je je hond op voor succes. Hij is mooi even afgeleid, waarna je hem weer vrijgeeft. Gaat dit goed, dan geef je de ‘vrij’ of ‘klaar’ pas een aantal seconde nadat je hond klaar is met zijn kong.

Gaat dat goed, dan wacht je weer wat langer met de ‘klaar’ of ‘vrij’. Hierdoor bouw je de oefening als het ware op totdat je hond in staat is om gedurende de periode die jij wilt op zijn plaats te blijven liggen.

Let hierbij goed op dat je cue voor je hulp (in dit geval de kong) komt. Geef je eerst de kong en zeg je daarna de cue dan kom je bij je hond niet meer binnen. Hij is dan al zo gefocust op het lekkers in de kong dat hij je niet meer hoort. Zodra je hond begrijpt wat de bedoeling is kan je de kong weglaten of als ritueel erin houden.

  1. Het is voor je hond een leuk spel, waarmee je hem een plezier doet;
  2. Wees bij het niet aandachtsignaal duidelijk en consequent;
  3. Op het moment dat je de cue geeft en vervolgens de aandacht van je hond gaat trekken, dan snapt hij niet meer wat je van hem wilt;

Hierdoor zal hij juist drukker worden. Dit komt dan puur door de onduidelijkheid. Om deze reden raad ik dan ook een bench aan of een andere kamer waar hij alleen kan blijven. Het is voor je hond dan duidelijk wat er gaat gebeuren, waardoor hij makkelijker kan ontspannen en kan slapen.

  1. Een grote voorwaarde is dat de plek waar je dit oefent ook echt de plek van je hond is;
  2. Dit houdt in dat hij hier ongestoord kan liggen;
  3. Ook als hij daaruit zichzelf kan liggen;
  4. Daarom heb ik het ook steeds over zijn plaats;

De plaats van een hond moet zijn veilige haven zijn en dat betekend dat er niemand anders dan jouw hond mag komen. Heb je nu een hond die ontzettend druk is of heel afgeleid lijkt? Weet je niet meer wat je hieraan kan doen? Neem dan contact met mij op en dan zal ik samen met jou kijken naar de mogelijkheden.

Je kan contact opnemen via: de mail op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch op 06-83441346 Dit artikel is geschreven door Natasja van den Hout, eigenaar van Hondencentrum Heeft een staartje.

Het artikel delen via social media wordt zeer op prijs gesteld, mits er een bronvermelding bij zit..

Is slapen met je hond gezond?

Rauw vlees – Naast alle potentiële ziekteverwekkers die je huisdier van buiten mee naar binnen neemt – denk aan poepbacteriën in de vacht of parasieteneitjes tussen de kussentjes van de poten – is er nog een risico: rauw vlees. Sommige huisdierbezitters geven hun hond of kat rauw vlees, vaak vanuit de overtuiging dat dat gezond zou zijn omdat dieren in het wild ook rauw vlees eten.

  1. Uit onderzoek blijkt echter dat rauw vlees een bron van bacteriën is – denk daarbij aan salmonella en colibacteriën;
  2. De hond of kat hoeft daar zelf niet eens ziek van te worden, maar hij kan wel een ziekmakende bacterie overbrengen, bijvoorbeeld door je in het gezicht te likken of – jawel! – door bij je in bed te slapen;

Heb jij ook een goede vraag? Stuur ons een mail..