Wanneer Moet Een Hond Afgemaakt Worden?

Wanneer Moet Een Hond Afgemaakt Worden
Redenen voor laten inslapen hond – Los van gezondheid kunnen er andere situaties zijn waardoor het beter kan zijn om uw hond in te laten slapen. Zo kunnen sommige honden die agressief gedrag vertonen niet (meer) geholpen worden. Als een hond dan ook nog gaat bijten, wordt deze gevaarlijk voor de omgeving.

Het gedrag van een hond kan omslaan na een verandering in de thuissituatie of gezinssamenstelling. Wat de aanleiding ook is, wanneer een hond een gevaar wordt voor de omgeving kan het, na overleg met een gedragstherapeut, soms de conclusie zijn dat het beter is om uw hond te laten inslapen.

Is uw hond incontinent of kan hij/zij de ontlasting niet meer ophouden? Bespreek dan met uw dierenarts of en hoe uw hond nog geholpen kan worden om dit probleem op te lossen of te verminderen. In sommige gevallen kunnen medicijnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat uw hond de plas beter kan ophouden.

  1. Als de dierenarts geen oplossing meer heeft, is het goed om u af te vragen of de kwaliteit van leven van uw hond nog goed genoeg is;
  2. Als uw hond in huis poept of plast, is dat niet alleen ongemakkelijk voor u;

Het zit niet in het instinct van een hond om haar ‘nest’ te bevuilen. Zij vindt het dus ook vervelend als dit gebeurt. Bespreek samen met uw dierenarts welke opties er zijn. Soms is er meer mogelijk dan u denkt, maar soms is het helaas toch beter om afscheid van uw hond te nemen.

Hoe weet ik of ik mijn hond moet laten inslapen?

Waarom moet een hond afgemaakt worden?

Herhaling voorkomen – Zorg er in de eerste plaats voor dat het bijtincident zich niet kan herhalen. Leer uw hond om een muilkorf te dragen zodat u deze om kunt doen als het mogelijk is dat uw hond in eventueel gevaarlijke situaties zal gaan komen (bijvoorbeeld tijdens het uitlaten als uw hond uitvalt naar mensen of honden, of voordat bezoek komt als uw hond daar agressief tegen zou kunnen zijn).

De muilkorf moet langzaam aangeleerd worden zodat de hond het niet vervelend vindt; hoe u dat doet leest u in ons document over ‘ Muilkorven ‘. Houd de hond aan de lijn daar waar u kunt verwachten dat uw hond in de problemen kan komen.

Voorkom de situatie waarin uw hond heeft gebeten, bijvoorbeeld door hem apart te zetten als er bezoek komt of door bepaalde handelingen te vermijden of anders aan te pakken. Ga dan op zoek naar deskundige hulp om het gedrag van uw hond bij te sturen. Wanneer uw eigen hond iemand (bijna) gebeten heeft (of ander ongewenst gedrag heeft vertoond), laat uw hond dan eerst nakijken door een dierenarts om te zien of er lichamelijk iets aan de hand kan zijn.

Blijkt uw hond gezond, schakel dan een gedragstherapeut in om het gedragsprobleem in kaart te brengen. Samen kan dan naar een oplossing gezocht worden. Dit kan onder andere inhouden dat de hond gedragstherapie en/of training moet ondergaan.

Daarnaast kan het betekenen dat u bijvoorbeeld de omstandigheden waarin de hond wordt gehouden zult moeten aanpassen. In ernstige gevallen kan uit de analyse blijken dat de hond het beste herplaatst of geëuthanaseerd kan worden. Bespreek dit dilemma open en eerlijk met de gedragstherapeut.

Deze kan u goede adviezen geven maar zolang er nog geen rechtszaak of veroordeling van de hond is, blijft het uw eigen keuze en verantwoordelijkheid. Het kan bovendien verstandig zijn om de hond eerst nog eens goed te laten nakijken door een dierenarts of veterinair gedragsspecialist om na te gaan of er geen verborgen lichamelijke oorzaken zijn die verholpen kunnen worden.

Als u besluit uw hond te herplaatsen, zijn er verschillende mogelijkheden. U kunt uw hond naar een asiel brengen zodat er gezocht kan worden naar een geschikt adres. Of wellicht kent u zelf iemand met meer tijd, geen kinderen, meer overwicht of meer speelruimte om de hond onder te brengen.

Uw gedragstherapeut kan wellicht ook advies geven aan een toekomstige eigenaar. Realiseer u wel dat het herplaatsen van een hond die gebeten heeft of de neiging heeft om agressief gedrag te laten zien, risico’s met zich meeneemt, ook als de hond daarvoor behandeld wordt.

Neem dus als oorspronkelijke eigenaar van de hond uw verantwoordelijkheid. Vertel altijd eerlijk en uitgebreid waarom u de hond wilt herplaatsen, zodat de nieuwe eigenaar weet waar hij rekening mee moet houden en er geen ongelukken gebeuren! Euthanasie is natuurlijk altijd een hele moeilijke keuze, maar onderschat de problemen die uw hond kan veroorzaken niet.

Blijf eerlijk en bekijk wat het beste is voor uw hond én zijn omgeving. Heeft u een advies voor euthanasie gekregen dan kunt u een ‘second opinion’ vragen van een veterinair gedragsspecialist  of een gediplomeerd hondengedragstherapeut die veel ervaring heeft met agressieproblemen.

Als ook deze geen mogelijkheden ziet om het gedrag nog om te buigen is euthanasie soms de enige optie. Neem in dat geval contact op met de dierenarts. Hij of zij zal met u bespreken hoe u op een waardige wijze afscheid kunt nemen van uw dier. Wanneer uw hond in beslag is genomen via een strafrechtelijke procedure, wordt hij geplaatst bij een opslaghouder.

  1. Deze moet aan bepaalde voorwaarden voldoen  om veiligheid en  welzijn van de hond te waarborgen;
  2. De hond wordt bij aankomst door een dierenarts onderzocht en moet dagelijks in een speelweide kunnen (tenzij het gedrag van de hond dat, in uitzonderingsgevallen, niet toelaat);

Het gedrag van de hond kan, na een gewenningsfase van doorgaans twee weken, worden beoordeeld door middel van een risico-assessment, waarvan een gedragstest deel uit maakt. De vaste verzorger van de hond is daarbij aanwezig en fungeert als “baas”, de hond heeft in die twee weken een band met de verzorger gevormd en de hond kan daar steun uit ontlenen.

  • In beslag genomen via de gemeente Behalve via de strafrechtelijke procedure kan een hond na een bijtincident ook in beslag worden genomen via een bestuursrechtelijke procedure op aanwijzing van de burgemeester;

Per gemeente kan de procedure verschillen, zie hierover ook het onderdeel Wetgeving. In een aantal gemeenten wordt ook een risico-assessment uitgevoerd. Honden die betrokken zijn geweest bij een ernstig bijtincident of bij meerdere minder ernstige bijtincidenten en inbeslaggenomen zijn, worden individueel beoordeeld. Voor dit risico-assessment wordt gebruik gemaakt van de volgende informatie:

  • Informatie uit het proces verbaal, of van getuigen over de aard van  plaatsgevonden bijtincident(en).
  • Medische schaderapporten over de verwondingen, opgesteld door arts of dierenarts.
  • Informatie over risico-omstandigheden in de leefomgeving van de hond, de mate van controle die de eigenaar heeft en andere aspecten die van belang zijn voor de relatie mens-hond
  • Informatie over de gezondheidstoestand van de hond (inclusief, voor zover mogelijk op basis van het onderzoek door de dierenarts, het uitsluiten van medische oorzaken van agressief gedrag en behandeling daarvan voor aanvang van de gedragstest).
  • Informatie over het gedrag van de hond bij de opslaghouder
  • Informatie uit een objectieve gedragstest gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek waarin de hond aan verschillende prikkels wordt blootgesteld.

Aan de hand van dit risico-assessment zal binnen afzienbare tijd (streeftermijn twee weken) een uitspraak worden gedaan door de beoordelaar(s). Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de kans op herhaling van bijtincidenten. Als de hond als gering riskant uit het risico-assessment komt, zal de hond zonder meer worden teruggegeven aan de eigenaar. Als er meer risico is kan de hond worden teruggegeven aan de eigenaar onder voorwaarden.

Ook kan de hond worden herplaatst onder voorwaarden als teruggave naar de eigenaar niet mogelijk of niet wenselijk is. Als de hond een groot gevaar vormt voor de samenleving, kan een advies tot euthanasie worden gegeven.

De rechter (in een strafrechtelijke procedure) of burgemeester (bestuursrechtelijke procedure) heeft uiteindelijk het laatste woord en zal beslissen of hij de aanbevelingen uit het risico-assessment opvolgt of niet. De eigenaar van de hond kan tegen het vonnis van de rechter of burgemeester in beroep gaan.

Het is dan mogelijk om op eigen kosten contra-expertise aan te vragen, eventueel kan dan ook getraind worden op bepaald gedrag. Afhankelijk van of een eigenaar in Hoger Beroep gaat kan de juridische procedure meer tijd in beslag nemen.

Voor informatie over de gang van zaken m. de inbeslagname kan men terecht bij de opdrachtgever van de procedure: de lokale gemeente of de officier van Justitie die de zaak in behandeling heeft. Mocht er geen informatie via de gemeente of officier van Justitie verkregen worden, dan kan men contact opnemen met RVO.

De duur van het traject hangt af van de snelheid van de rechtsgang en is zeer variabel per geval. Ik wil mijn hond laten euthanaseren vanwege agressief gedrag. Mag ik dit zelfstandig beslissen? Ja, dat mag.

De hond is uw bezit en u mag deze beslissing zelf nemen. Uw dierenarts is echter niet verplicht om aan uw verzoek gehoor te geven. Het advies is uiteraard altijd om de hond eerst te laten onderzoeken door een dierenarts en een hondengedragsdeskundige of door een veterinair gedragsspecialist, om na te gaan of er iets aan het gedrag gedaan kan worden.

Een veterinair gedragsspecialist is een dierenarts die gespecialiseerd is in het voorkomen, diagnosticeren en behandelen van afwijkend gedrag, inclusief agressief of angstig gedrag van dieren. Mijn dierenarts vindt mijn hond agressief en wil het dier euthanaseren.

Mag hij dit zonder mijn toestemming beslissen? Nee, dat mag niet. Uw hond is uw bezit, en u mag beslissen wat ermee gebeurt. Uw dierenarts mag u alleen adviseren. Alleen als er reden is om uw hond te verdenken van hondsdolheid (rabiës), omdat u de hond bijvoorbeeld zonder de juiste papieren uit het buitenland hebt meegenomen kan en moet de dierenarts ingrijpen.

See also:  Wanneer Tetanus Prik Hond?

Ik heb met mijn dierenarts gesproken over het gedrag van mijn hond. Mag mijn dierenarts dit melden bij de politie? Een dierenarts heeft geen wettelijk beroepsgeheim. Hij moet echter wel handelen in het belang van het dier.

In de praktijk zullen niet veel dierenartsen zomaar de politie bellen om deze reden. De politie kan er bovendien niet veel mee doen. Mijn huisarts heeft mij, of een van mijn familieleden, behandeld voor bijtwonden. Mag hij het gedrag van mijn hond melden bij de politie? Nee, een huisarts heeft wettelijk beroepsgeheim.

Kan ik zomaar mijn hond laten inslapen?

Voor veel huisdiereigenaren is het definitief afscheid moeten nemen van hun geliefde dier één van de moeilijkste dingen in de relatie met hun dier. Voor veel mensen is hun huisdier namelijk niet “zo maar” een dier, maar maakt het deel uit van het gezin. Soms gaan dieren op een natuurlijke manier dood. In andere gevallen, bijvoorbeeld als het dier ziek is, komt euthanasie in beeld. Een besluit moeten nemen over het al dan niet laten euthanaseren van een dier, brengt veel vragen met zich mee.

Euthanasie betekent in de meeste gevallen dat op verzoek het leven van een mens of een dier wordt beëindigd door de dood te bespoedigen of de mens of het dier ter dood te brengen, zodat er een einde aan het lijden van deze persoon of dit dier komt.

Een mens of dier wordt met euthanasie dus geholpen om dood te gaan met als doel om verder lijden te voorkomen. Er zijn verschillende vormen van euthanasie. Hier gaan we uit van actieve euthanasie, waarbij een dodelijk middel aan het dier wordt toegediend.

Belangrijk daarbij is dat de methode pijnloos, snel en eenvoudig is. De handeling is onomkeerbaar en moet veilig zijn voor degene die hem uitvoert. Natuurlijk moet de precieze handeling ook zijn aangepast aan de diersoort en het dier zelf.

Wanneer een dier geen dierwaardig leven meer kan leiden, is euthanasie gerechtvaardigd. De term ‘dierwaardig leven’ heeft echter geen algemene definitie. In grote lijnen kan gesteld worden dat een dier geen dierwaardig leven meer heeft als:

  • Het zelf geen initiatieven meer neemt om te bewegen, te eten en contact te hebben met andere dieren, de eigenaar en/of de omgeving;
  • Zich niet meer bewust is van afwijkend gedrag (bijvoorbeeld in eigen uitwerpselen blijft liggen);
  • Ernstige en langdurige pijn heeft die niet (voldoende) te bestrijden is.

Wees u ervan bewust dat dieren een sterke overlevingsdrang hebben en pas in een laat stadium zullen tonen dat er iets mis is. Als een dier laat zien dat het verzwakt is, is het in het wild immers duidelijk herkenbaar voor roofdieren. Meestal gaat het dus niet om duidelijke tekenen zoals pijnuitingen (bijvoorbeeld janken, piepen of mauwen), maar om (subtiele) gedragsveranderingen zoals rustiger zijn dan u van het dier gewend was.

  1. Wie eigenaar is, heeft de zeggenschap;
  2. De eigenaar beslist dus of en wanneer zijn/haar dier mag inslapen;
  3. De dierenarts is wel verplicht om de eigenaar goed en volledig te informeren;
  4. Het kan een enorme schok zijn om tijdens een consult het woord ‘euthanasie’ te horen vallen;

Daardoor lijkt het wel eens of de dierenarts niet alles heeft verteld. Als er geen spoedeisende situatie is waarbij het dier heel veel pijn heeft, en als u wel erg geschokt bent, kan het verstandig zijn om naar huis te gaan. Ten eerste kunt u dan nog even tot rust komen, en ten tweede hebt u de tijd om alles nog eens op een rijtje te zetten en afscheid te nemen van uw dier.

In principe beslist de eigenaar wanneer het moment daar is. Maar niemand mag een dier mishandelen of verwaarlozen door hem/haar bijvoorbeeld (medische) zorg te onthouden. De hond op de keukenvloer laten liggen totdat de dood spontaan intreedt, of de kat in de tuin leggen en ‘wachten tot de natuur zijn werk doet’ is dan ook strafbaar.

Zo’n situatie is erg onprettig. Als het dier niet in ernstige nood verkeert, denk er dan nog even over na. Er is misschien een reden dat de dierenarts deze mening heeft. Aan de andere kant worden er natuurlijk ook wel eens onnodige euthanasieadviezen gegeven.

Als uw dier niet overduidelijk lijdt, kunt u er nog wel even over nadenken. Misschien kunt u nog eens samen met de dierenarts de voor- en tegenargumenten doornemen. U kunt de dierenarts ook vragen of nader onderzoek (bijvoorbeeld bloedonderzoek of een röntgenfoto) zinvol is.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn om meer duidelijkheid te krijgen over de vooruitzichten van het dier of om te bepalen of op enige wijze verlichting geboden kan worden. Bedenk als u en de dierenarts van mening verschillen wel het volgende: Bij dieren weten we niet altijd zeker wanneer ze lijden.

Er zijn dieren die onder de meest vreselijke omstandigheden niets laten merken. Als uw dierenarts bijvoorbeeld een diagnose heeft gesteld van een ongeneeslijke ziekte die veel pijn veroorzaakt, hoeft dit niet altijd zichtbaar te zijn.

Het kan zijn dat uw dier een aandoening heeft die op dat moment nog in het beginstadium is. Dat geeft u misschien tijd om afscheid te nemen, maar betekent ook dat het dier op korte termijn wel pijn zal kunnen gaan lijden. Maak hierover afspraken met uw dierenarts.

  1. Misschien hebt u deze discussie met uw dierenarts vlak voor het weekend, of voor feestdagen;
  2. Als u het advies van de dierenarts niet opvolgt, bedenk dan goed hoe u gaat handelen als tijdens het weekend of feestdagen ineens een noodsituatie ontstaat;

Twijfelt u nog steeds, dan kunt u altijd een andere dierenarts om een second opinion vragen. Als de dierenarts nog mogelijkheden ziet om het dier te behandelen, dan mag hij dit in ieder geval voorstellen aan de eigenaar. Doorbehandelen is een kwestie van mogen, niet van moeten en kan alleen met goede informatie aan, en toestemming van de eigenaar.

Als de eigenaar niet bereikbaar is, ligt het anders, dan mag de dierenarts naar beste weten zelf handelen. Ja, een dierenarts hoeft niet mee te werken aan euthanasie als hij of zij vindt dat dit nog niet aan de orde is.

U bent dan vrij om een andere dierenarts te zoeken die uw verzoek wel wil inwilligen. Neem de argumenten van uw dierenarts wel serieus: wellicht is er voor uw dier een andere oplossing mogelijk. De eigenaar, of de vaste verzorger die op dat moment voor het dier zorgt.

  • In noodgevallen mag dat;
  • Een dierenarts is wettelijk verplicht om een dier de nodige hulp te verlenen;
  • Als de dierenarts een dier in de praktijk krijgt dat ernstig lijdt en waarvan geen eigenaar bekend is, mag hij/zij het dier laten inslapen om het verder lijden te besparen, of behandelen natuurlijk, als de prognose goed is;

Euthanasie, in de vorm van het toedienen van verdovende middelen door een injectie, is diergeneeskundig handelen, en mag alleen door de dierenarts gebeuren. De dierenarts moet zich houden aan de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunde. Samen met uitspraken van het Veterinair Tuchtcollege vormt dat een leidraad voor het uitvoeren van euthanasie bij dieren.

Zelf je eigen dieren doodmaken op een andere manier dan de dierenarts is niet aan te bevelen, want dat kan leiden tot ernstig lijden. De middelen waarmee de dierenarts de euthanasie uitvoert, mogen alleen door een dierenarts toegediend worden.

U kunt dus niet over deze middelen beschikken. Nee, de dierenarts is dat niet verplicht. Veel dierenartsen zijn er wel toe bereid, als hun praktijksituatie het toelaat. Sommige dierenartsen kunnen vooral in het weekend en ‘s avonds niet goed weg als ze dienst hebben.

Wordt uw dier op dat moment ernstig ziek, dan kan het zijn dat de dierenarts u toch verzoekt om naar de praktijk te komen. Tip: vraag eens aan uw dierenartsenpraktijk of euthanasie ook aan huis kan. Dat is echt geen rare vraag, en goed om te weten! Wettelijk mag u uw dier niet onnodig laten lijden.

Als het echt niet anders kan, zult u naar de dierenartsenpraktijk moeten gaan. Nogmaals: het is altijd verstandig om hierover te praten met uw eigen dierenarts op een moment dat het nog niet dringend is. Euthanasie is bedoeld als zachte dood. Als regel geldt dat de dierenarts een combinatie van een middel, een dosering en een toediening moet kiezen waarvan de dierenarts weet dat deze geen, of zo min mogelijk, opwinding bij het dier teweeg brengt, en binnen zeer korte tijd na toediening de dood zal veroorzaken.

Het dier moet voldoende worden verdoofd, en de dierenarts moet het dier observeren totdat hij zeker weet dat het dood is. Dodelijke injecties die recht in het hart worden gegeven zonder dat daar een verdovende injectie aan vooraf gaat, worden door het Veterinair Tuchtcollege afgekeurd, en worden door de meeste dierenartsen niet meer gebruikt.

Indien mogelijk (dus als er geen sprake is van acuut ernstig lijden) zal voor een euthanasie altijd een afspraak worden gemaakt. De handeling kan in de dierenartspraktijk plaatsvinden, maar sommige dierenartsen doen het ook bij u thuis. Als de euthanasie in de dierenartspraktijk plaatsvindt, zal dit veelal op een rustig moment zijn, zodat het dier, uzelf en eventueel meegekomen gezinsleden de aandacht krijgen die u verdient en u niet (lang) hoeft te wachten in de wachtkamer.

  • Directe betrokkenen (eigenaar en gezinsleden) mogen altijd bij de euthanasie aanwezig zijn als ze dat zelf willen;
  • Volwassenen die twijfelen wordt meestal aangeraden erbij aanwezig te zijn;
  • U zult ervaren dat het dier geen angst of pijn heeft;

Vaak zijn dieren ook rustiger, als u in de directe nabijheid bent of het dier zelf vasthoudt. Vaak krijgt het dier eerst een injectie in een spier om het in een roes te brengen. Na ongeveer een kwartier is het dier dan rustig en worden prikkels uit de omgeving nauwelijks meer verwerkt.

  1. Dan kan een overdosering van een narcosemiddel gegeven worden;
  2. Dit middel wordt bij voorkeur in de bloedbaan toegediend, maar bij dieren waarbij dit niet mogelijk is wordt het op een andere manier toegediend (bijvoorbeeld in de buikholte bij vogels);
See also:  Wanneer Is Hond Vruchtbaar?

Vrijwel direct of kort na het toedienen van deze injectie stopt de ademhaling en even later ook het hart. Soms geeft het dier eerst nog een diepe zucht of is er een spiertrilling zichtbaar. Vaak loopt de urine uit de blaas doordat de spieren ontspannen. Het is natuurlijk beslist niet de bedoeling, maar het kan wel voorkomen.

Zelfs al doet de dierenarts er alles aan om het dier te verdoven zodat het niets merkt, dan kan het toch gebeuren dat de verdovende injectie pijn veroorzaakt, of dat het dier tijdens de verdoving gedesoriënteerd raakt en gaat piepen of janken.

Dat is voor de eigenaar heel naar om te zien, maar betekent niet altijd dat de dierenarts iets fout heeft gedaan. Als uw dier overleden is, kunt u ervoor kiezen om het lichaam van uw dier bij de dierenarts achter te laten. Het wordt dan opgehaald ter destructie.

  1. Het is ook mogelijk om te regelen dat een dierencrematorium het lichaam bij uw dierenarts ophaalt om het te laten cremeren;
  2. U kunt het lichaam ook meenemen;
  3. Vervolgens kunt u het lichaam zelf naar het gemeentelijk verzamelpunt voor afvalverwerking brengen of laten ophalen door een dierenambulance, u kunt een crematie of begrafenis voor uw dier regelen en kleine dieren kunt u meestal ook zelf begraven;

Meer over deze praktische zaken, maar ook over de rouw die u kunt ervaren na het overlijden van een huisdier, vindt u in het Praktisch document ‘ Overlijden en rouw ‘..

Hoe weet je of een hond pijn heeft?

Honden laten niet altijd duidelijk zien dat ze pijn hebben. Pijn kan als een teken van zwakte worden gezien en trekt dan negatieve aandacht van andere roofdieren of soortgenoten. Daarom zijn honden vaak geneigd pijn te verbergen, wat het voor de eigenaar niet makkelijker maakt eventuele pijn te herkennen. Toch is het belangrijk dat u pijn bij uw hond kunt herkennen, omdat er sprake kan zijn van een onderliggende ziekte.

  • Bovendien is pijn slecht voor het welzijn van de hond;
  • Pijn is een onaangenaam gevoel dat aangeeft dat er lichamelijke schade is of dat die zou kunnen ontstaan;
  • Pijn heeft normaal gesproken de functie schade te vermijden of te verminderen en genezing te stimuleren;

Maar heftige of te lang aanhoudende pijn en de lichamelijke veranderingen die hierdoor ontstaan, zijn slecht voor het welzijn van het dier en kunnen herstel juist vertragen. Er is een verschil tussen acute pijn en chronische pijn. Acute pijn ontstaat snel, wordt vaak veroorzaakt door een lichamelijke beschadiging (trauma) en heeft een waarschuwende functie voor het dier om zichzelf te beschermen.

  1. Het is makkelijker te herkennen dan chronische pijn;
  2. Chronische pijn duurt langer dan 3-6 maanden en gaat gepaard met minder duidelijke gedragsveranderingen;
  3. Acute pijn die niet goed herkend en behandeld wordt kan overgaan in chronische pijn;

Hieronder wordt uitgelegd wat de signalen zijn van deze verschillende soorten pijn, zodat u thuis kunt inschatten of uw hond pijn heeft. Een verkort overzicht van mogelijke pijnsignalen vindt u achteraan dit artikel. Wanneer een hond met vage klachten naar de dierenarts wordt gebracht, kijkt deze altijd hoe snel de hartslag en ademhaling van het dier zijn.

  1. Een verhoogde hartslag en ademhaling kunnen duiden op acute pijn, maar ook op stress of angst;
  2. Als uit verder onderzoek niet duidelijk is of er sprake is van pijn of stress, kiest een dierenarts vaak voor pijnstilling om te onderzoeken of de ademhaling en hartslag omlaaggaan;

Als dit het geval is, zal er zeker sprake zijn van pijn. Als eigenaar kunt u de hartslag lastig zelf meten, maar wanneer u merkt dat uw hond sneller ademt dan normaal moet u extra alert zijn. Dit kan duiden op pijn, maar kan ook andere oorzaken hebben (bijvoorbeeld warmte of stress).

  • Is de hond weer in een koele omgeving of is het moment van stress voorbij en blijft de ademhaling ook na enige tijd nog snel, neem dan contact op met uw dierenarts;
  • Het gedrag speelt een belangrijke rol bij het herkennen van pijn bij dieren;

Uitingen van gedrag zijn sterk afhankelijk van onder andere omgevingsfactoren. Wanneer een dier naar de dierenarts wordt gebracht, is pijnherkenning vaak nog moeilijker dan thuis. De onbekende omgeving en onbekende mensen zorgen ervoor dat een hond zijn uitingen van pijn probeert te onderdrukken.

  • Bovendien kan de hond bij de dierenarts last hebben van stress en angst;
  • Het gedrag dat daarbij hoort, lijkt op het gedrag bij pijn;
  • Het is belangrijk dat u gedragsveranderingen die te maken kunnen hebben met pijn al thuis, in de vertrouwde omgeving, kunt herkennen zodat u aan de dierenarts kunt vertellen wat u heeft gezien;

Het gedrag dat een hond die pijn heeft laat zien, is sterk afhankelijk van de oorzaak van de pijn. Daarnaast is de verandering in het gedrag van de hond bij acute pijn vaak anders dan bij chronische pijn. Bij acute pijn verandert het gedrag in korte tijd, wat vaak snel opvalt. De volgende gedragingen kunnen wijzen op acute of chronische pijn:

  • Verwijzen naar een pijnlijke plek: wanneer een hond pijn heeft op een bepaalde plek gaat hij deze plek vaak herhaaldelijk likken, bijten of krabben. Vooral bij acute pijn wordt dat veel gezien. Daarnaast probeert hij het pijnlijke (lichaams-)deel te verstoppen. Ook kan de hond janken bij aanraking van een pijnlijke plek of zelfs proberen te happen om het pijnlijke lichaamsdeel te beschermen.
  • Veranderde houding: honden met pijn hebben de neiging een houding aan te nemen die voor hen het minst pijnlijk is. Wanneer een hond acute buikpijn heeft, kan hij bijvoorbeeld met zijn voorpoten doorgezakt op de grond liggen, waarbij zijn kont in de lucht blijft. Dit kan een poging zijn tot verlichting van buikpijn. Honden met chronische pijn vermijden vaak bepaalde houdingen.
  • Veranderde interactie met mensen: honden die pijn hebben, reageren anders op mensen dan normaal. Sommige honden willen bijvoorbeeld niet meer aangeraakt worden, terwijl anderen juist aandacht opzoeken en steun zoeken. Zeker bij chronische pijn is het meest opvallende probleem doorgaans het veranderde gedrag naar mensen toe.
  • Gapen, uitrekken en uitschudden: honden die pijn hebben gapen minder vaak, rekken zich minder uit en ook uitschudden doen ze minder.
  • Verandering in beweeglijkheid: een hond met pijn kan veranderingen laten zien in de manier van voortbeweging of bewegelijkheid. Ze lopen bijvoorbeeld kreupel of lopen stijver dan voorheen. Bij chronische pijn zijn er vaak subtielere veranderingen in dagelijkse bezigheden zoals gaan meer gaan liggen, moeilijker gaan zitten en weer overeind komen of minder graag willen springen (bijvoorbeeld weigeren om de auto in te springen).
  • Voedsel: honden met pijn hebben soms een verminderde eetlust en kunnen zelfs afvallen.
  • Janken: soms kan een hond zo’n pijn hebben dat hij ervan gaat janken. Hoewel dit een voor de hand liggende uiting van pijn is, wordt dit regelmatig bestempeld als aandacht zoeken en wordt de pijn niet herkend.

Naast bovenstaande gedragingen komen de volgende gedragsveranderingen voor bij chronische pijn:

  • Energie: veranderingen in energieniveau, vrolijkheid, speelsheid en conditie. De hond wil bijvoorbeeld niet meer wandelen of hij wil wel spelen, maar het lijkt alsof hij geremd wordt.
  • Veranderingen in humeur en houding: een hond met chronische pijn kan hier een slecht humeur van krijgen. Zo wordt hij bijvoorbeeld angstig, verandert de alertheid, trekt hij zich terug, geeft hij een droevige indruk, heeft hij een verminderd zelfvertrouwen en komt onzeker over, neemt hij een ineengedoken houding aan, is hij sloom of minder sociaal.
  • Agressie: chronische pijn kan een oorzaak zijn van agressie. Het is belangrijk te beseffen dat chronische pijn zelden de enige oorzaak is van de agressie. Het kan agressief gedrag wel erger maken en pijn moet daarom altijd eerst uitgesloten worden wanneer er sprake is van probleemgedrag.
  • Signalen van ongemak: het regelmatig maken van geluiden als grommen of janken, verandering in lichamelijke verzorging, een depressieve indruk maken, veranderde reactie op mensen of andere honden (een hond kan steun gaan zoeken bij u, of zich juist gaan verstoppen of terugtrekken).
  • Uiterlijke veranderingen: bij langdurige chronische pijn kan de spiermassa afnemen, bijvoorbeeld doordat een lichaamsdeel niet of weinig gebruikt wordt. Ook kan door verminderde verzorging of minder eten de vacht van het dier een minder verzorgde indruk maken.
  • Slaapproblemen: meer of juist slechter slapen.

Elke hond heeft een bepaalde aanleg, een eigen persoonlijkheid en eigen ervaringen, waardoor elke hond andere pijnsignalen laat zien en anders reageert op pijn. Het is daarom belangrijk om altijd te vergelijken met het normale gedrag van uw hond voordat er problemen waren: wanneer het gedrag afwijkt kan er sprake zijn van pijn. Om pijnherkenning bij honden makkelijker te maken, zijn er allerlei onderzoeken gedaan naar het gebruik van schalen waarbij pijn beoordeeld wordt met een cijfer tussen de 0 en 10 of tussen de 0 en 100.

  1. Chronische pijn is moeilijker te herkennen;
  2. De subtiele gedragsveranderingen zijn vaak alleen herkenbaar voor de mensen die de hond door en door kennen;
  3. Omdat bij chronische pijn het gedrag heel langzaam verandert en niet gekoppeld is aan bijvoorbeeld een verhoogde hartslag, is de herkenning van chronische pijn bijna geheel afhankelijk van pijnherkenning door u als eigenaar;
See also:  Hoe Krijg Je Een Hond In Slaap?

Op deze manier wordt beoordeeld of er pijn aanwezig is en zo ja hoe erg de pijn is die het dier ervaart. Een pijnschaal die thuis gebruikt kan worden door eigenaren is de ‘Canine Acute Pain Scale’ van de Colorado State University. Dit is een zogenaamde samengestelde pijnschaal waarin gedrag, houding en gedragsveranderingen samengevoegd zijn.

Deze pijnschaal is ook thuis makkelijk te gebruiken. Hierbij geven bepaalde schetsen de houding van de hond weer en kan een keuze gemaakt worden uit verschillende gedragingen die al dan niet vertoond worden.

Daaruit komt vervolgens een score tussen de 0 en 4, waarbij 4 staat voor ernstige pijn. De pijnschaal vindt u via deze link: http://www. vasg. org/pdfs/CSU_Acute_Pain_Scale_Canine. pdf. Er is veel verschil tussen honden in zowel uiterlijk als gedrag; bespreek daarom met uw dierenarts of dit meetinstrument ook voor uw dier bruikbaar is.

Soms is het moeilijk om gedrag dat te maken heeft met pijn te onderscheiden van andere gedragingen, zoals bijvoorbeeld angst of stress. Gedragingen die een hond kan laten zien als hij stress ervaart zijn bijvoorbeeld verdedigende agressie, herhaaldelijk slikken, hijgen, ontwijken, verstoppen, ijsberen, rusteloosheid, contact zoeken met een mens of andere hond, janken, kwijlen, platte oren, lage staart, voedsel weigeren en lippen likken.

Verschillende van deze stresssignalen kunnen ook waargenomen worden bij een hond met pijn, zoals hijgen, rusteloosheid, ijsberen, janken of contact zoeken. Het is belangrijk om een hond die stresssignalen laat zien goed te observeren om te zien of er misschien ook sprake kan zijn van pijn.

Let bijvoorbeeld op of de hond verwijst naar een pijnlijke plek of lichaamsdeel. Daarnaast kan de pijnervaring voor de hond verergeren wanneer hij tegelijkertijd andere stress ervaart. Om stress te verminderen bij een hond met pijn kan de eigenaar rustig bij het dier gaan zitten, zorgen voor zo min mogelijk geluiden, honden en katten gescheiden houden en een donkere omgeving creëren.

Wat je niet moet doen als je een uitvallende hond hebt (7 adviezen)

Honden kunnen ons niet zeggen of en hoeveel pijn ze hebben. De hierboven beschreven gedragingen zijn aanwijzingen voor pijn, maar dit zijn vaak indirecte aanwijzingen. Pijn veroorzaakt stress en soms ook angst, maar ook andere oorzaken dan pijn kunnen stress en angst veroorzaken.

In overleg met uw dierenarts kan besloten worden om ook bij twijfel een diagnostische pijnbehandeling te starten en na drie tot vier weken het gedrag opnieuw te beoordelen. Wanneer de hond duidelijke verbetering laat zien met de ingestelde pijnstilling, is het zeer aannemelijk gemaakt dat pijn inderdaad een onderliggende oorzaak van de problemen is.

Verbetert het gedrag niet, dan zijn er zeer waarschijnlijk andere oorzaken dan pijn. Het is belangrijk dat pijn bij uw hond behandeld wordt. Neem daarom contact op met de dierenarts als u denkt dat uw hond pijn heeft. Deze kan het dier onderzoeken om de oorzaak te achterhalen, maar kan bovendien pijnstillers geven die geschikt zijn voor honden.

Gebruik nooit (zonder voorafgaand overleg met uw dierenarts) pijnstillers die voor mensen bedoeld zijn, deze zijn in veel gevallen giftig voor dieren! Als u op de hoogte bent van veelvoorkomende ziektes en aandoeningen die de oorzaak kunnen zijn van pijn bij honden, kunt u sneller en makkelijker pijnsignalen bij uw hond opmerken.

Hierdoor worden pijnlijke aandoeningen eerder ontdekt zodat ze behandeld kunnen worden. De hond hoeft minder lang met een ziekte of aandoening rond te lopen en lijdt daardoor minder. Het blijft altijd belangrijk contact op te nemen met een dierenarts wanneer u pijnsignalen waarneemt.

  • Hieronder volgen enkele voorbeelden van ziekten die pijn veroorzaken;
  • Artrose bij honden is een veelvoorkomende gewrichtsaandoening en één van de belangrijkste oorzaken van chronische pijn;
  • Het komt regelmatig voor bij oudere honden, maar kan soms ook al vanaf jonge leeftijd optreden;

Artrose heeft effect op de meest beweeglijke gewrichten en ontwikkelt zich langzaam waardoor het moeilijk te herkennen is. Kenmerken van artrose zijn verminderde beweeglijkheid, verminderde activiteit en andere veranderingen in gedrag zoals stijfheid, kreupel lopen, tegenzin om te lopen of verminderde speelsheid.

Artrose komt vaker voor in oudere en zwaardere honden, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Wanneer een hond één van deze veranderingen in gedrag of bewegelijkheid laat zien, kunt u het beste contact opnemen met dierenarts.

Voor oudere honden is het normaal dat ze wat stijver en minder beweeglijk worden. Het gebeurt echter regelmatig dat daarnaast ook artrose speelt die onopgemerkt blijft, waardoor de hond onnodig chronisch pijn heeft. Kanker is één van de belangrijkste doodsoorzaken bij honden.

Geschat wordt dat één op de vier honden overlijdt aan kanker. Kanker kan pijn veroorzaken. De intensiteit van kankerpijn is afhankelijk van een aantal factoren: de plek van bijvoorbeeld een tumor, de duur en het soort kanker.

Kankerpijn begint meestal als een acute milde pijn die over kan gaan in, soms ernstige, chronische pijn. Daarnaast kunnen kankerpatiënten doorbraakpijn ervaren. Dit zijn plotselinge, kortdurende aanvallen van extreme pijn die spontaan of door beweging ontstaan.

  1. Het blijkt dat kankerpatiënten vrijwel altijd chronische pijn ervaren;
  2. Aangezien kankerpijn moeilijk te herkennen is, letten dierenartsen over het algemeen vaak op begeleidende verschijnselen die op kanker kunnen wijzen;

Een aantal voorbeelden zijn: verhoogde eetlust maar desondanks gewichtsverlies, pogingen doen om druk op de poten te verlichten, buikpijn die kan leiden tot braken of staan met een gebolde rug. Gebitsproblemen bij de hond worden vaak over het hoofd gezien en kunnen de oorzaak zijn van pijn.

Sommige honden laten niet graag hun bek openen waardoor het herkennen van een slecht gebit moeilijker wordt. Het is aan te raden honden al van jongs af aan te laten wennen aan het openen van hun bek en daarbij het gebit te inspecteren.

Als een hond last heeft van zijn gebit kan hij terughoudend zijn om dingen op te pakken, ergens op te kauwen of te slikken. Hij kan dan voedsel of speeltjes uit de mond laten vallen. Daarnaast kan een hond met gebitsproblemen last hebben van een trillende kaak, klapperende tanden of kwijlen.

Bovendien is een slechte adem vaak het gevolg van problemen met het gebit of het tandvlees. Ga bij dergelijke symptomen naar de dierenarts om het gebit te laten controleren. Zie ook het document ‘ Gebitsverzorging bij de hond ‘.

Syringomyelie is een zeer pijnlijke aandoening aan het ruggenmerg. Deze aandoening komt relatief vaak voor bij een aantal rassen, waaronder de Cavalier King Charles Spaniël , de Chihuahua en de Dwergkeeshond. Naast minder energie hebben en neerslachtig overkomen zijn de pijnsignalen die een hond met syringomyelie vertoont vrij typisch.

  • Erg opvallend is het aanhoudend krabben aan één kant van de schouder of nek (achter het oor) waarbij de huid vaak niet aangeraakt wordt;
  • Daarnaast kan de hond ook overgevoelig zijn voor aanraking aan één kant van het hoofd, de nek of de schouder;

Het beste is natuurlijk om pijnklachten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit is helaas niet altijd mogelijk, maar sommige aandoeningen kunnen door middel van een goede verzorging van uw hond voorkomen worden of milder verlopen. Meer informatie over een goede verzorging voor een gezonde hond is te vinden in het document ” Houd uw hond gezond! “. Lichaamsfuncties

  • Snelle hartslag en ademhaling
  • Minder of niet eten; afvallen

Gedragsveranderingen:

  • Verwijzen naar een pijnlijke plek: bijten, krabben, likken
  • Janken of agressie bij aanraken van een pijnlijke plek
  • Rusteloosheid
  • Veranderde houding
  • Vermijden van bepaalde houdingen
  • Veranderde interactie met mensen; terugtrekken of juist steun vragen
  • Minder gapen, uitrekken en uitschudden
  • Verandering in beweeglijkheid; kreupel, stijf
  • Vermijden van bepaalde bewegingen, zoals niet willen springen, wandelen, zitten
  • Janken; Regelmatig grommende of jankende geluiden maken
  • Veranderingen in energieniveau, vrolijkheid, speelsheid en conditie
  • Veranderingen in humeur en houding, depressieve indruk maken
  • Agressie
  • Verandering in lichamelijke verzorging,
  • Veranderde reactie op mensen of andere honden
  • Uiterlijke veranderingen: afgenomen spiermassa, slechter uitziende vacht
  • Slaapproblemen

Hoelang duurt het om een hond te laten inslapen?

Wat gebeurt er tijdens de euthanasie? – Honden worden eerst met een injectie in slaap gebracht, dit kan op 2 manieren. Het mooiste is via een braunule, een slangetje in het bloedvat, deze wordt dan van te voren geplaatst samen met een assistente. Helaas lukt dit bij oudere honden niet altijd, dan wordt deze injectie in een spier in de rug gegeven.

  1. In de spier voelt uw hond de injectie nog wel;
  2. Via de braunule werkt de injectie binnen 1 minuut, via de rugspier duurt het ongeveer 10 minuten voordat deze injectie werkt, uw hond valt dan heel diep in slaap, zo diep dat hij buiten bewustzijn raakt;

U hebt dan nog alle tijd om afscheid te nemen, u kunt uw hond op schoot nemen of naast uw hem/haar op de grond gaan zitten. Uw hond voelt op dat moment alleen dat hij steeds dieper in slaap valt. Als uw hond uiteindelijk heel diep slaapt, geven we via de braunule of via een bloedvat van een voorpoot als de braunule plaatsen eerder niet is gelukt, een injectie met een grote dosis van een zwaar slaapmiddel.

In sommige gevallen zal een assistente daarbij helpen door het bloedvat te stuwen. Meestal stopt het hart dan binnen enkele seconden met kloppen, soms gaan er een paar minuten overheen, uw dier merkt hier niets meer van.

Voor alle dieren is het prettig als het baasje erbij is, zeker tot het moment waarop ze in slaap gevallen zijn. Het is niet eng om te zien, dus ook kinderen kunnen aanwezig zijn. Vaak zal het ook hun kunnen helpen bij het verwerken van het verlies als ze de zekerheid hebben dat hun huisdier en vriend rustig is ingeslapen.