Welke Maat Bench Voor Welke Hond?

Welke Maat Bench Voor Welke Hond
Rekenvoorbeeld – Je hond is vanaf de grond gemeten 45 cm hoog. De lengte van de rug is 50 cm. Om de breedte van de bench vast te kunnen stellen vermenigvuldig je de ruglengte met 1,25 (50 cm x 1,25 = 62,5 cm). De juiste bench is dus 62,5 cm breed en 45 cm diep.

Welke bench heb ik nodig?

De ruglengte bepaalt de lengte van de bench en moet voor een juiste berekening met 25% verhoogd worden. Dus heeft jouw hond, gemeten vanaf net achter de kop en tot de staartaanzet een ruglengte van 60 cm dan verhoog je 60cm met 25% = 75 cm. De ruglengte van de hond bepaalt de lengte van de bench.

Hoe groot moet een bench zijn voor een Kooiker?

De bench moet dus een diepte hebben van 75 cm. Heb je een pup en weet je niet hoe groot je Golden Retriever wordt, dan kun je het beste de standaard bench maat voor een Golden Retriever aanhouden. Dit is 106 cm lang bij 71 cm breed en 81 cm hoog.

Kan een bench te groot zijn?

De juiste maat bench – Gebruik altijd de maat bench die geschikt is voor het ras van jouw pup. Je pup moet, op het moment dat hij volwassen is, nog in de bench kunnen liggen, staan en ronddraaien. De bench moet niet te groot zijn. Zeker voor pups van grote hondenrassen is de bench in eerste instantie vaak veel te groot.

Hoe lang mag een hond in een bench zitten?

Een bench kan een heel handig hulpmiddel zijn bij de opvoeding van een hond. Hij moet echter wel op de juiste manier gebruikt en op een positieve manier aangeleerd worden, anders ontstaan er problemen. De hond moet de bench als een fijne, veilige rustplek gaan zien. Het doel is om de hond zo te trainen dat de bench uiteindelijk open kan blijven en dat hij het fijn vindt om in de bench te zijn.

Overmatig gebruik van een bench om een hond in op te sluiten kan leiden tot angst, stress en verveling en heeft een negatief effect op zijn welzijn. Een bench is een klein verblijf dat afgesloten kan worden.

Een bench kan onder andere tijdelijk worden ingezet bij pups, bijvoorbeeld bij zindelijkheidstraining of om ervoor te zorgen dat een pup geen ongewenst gedrag aanleert als u even niet op hem kunt letten. Ook is een bench als tijdelijke maatregel te gebruiken bij volwassen honden, zoals bij honden die slopen, overprikkeld zijn of honden die agressie vertonen, bijvoorbeeld bij visite.

Naast het gebruik van de bench zal er dan training of gedragstherapie moeten worden gegeven zodat het ongewenste gedrag vervangen wordt door ander, gewenst gedrag en preventieve opsluiting in de bench niet meer nodig is.

Een bench kan bovendien soms nodig zijn om te zorgen dat een hond rust neemt na bijvoorbeeld een verwonding of operatie. In zo’n geval is het gunstig als de hond eerder al gewend is aan een bench. Een open bench kan prima dienst blijven doen als slaap- of rustplek, op voorwaarde dat de hond de bench een prettige plek vindt.

Er wordt wel eens gesteld dat de hond (als afstammeling van de wolf) een holendier zou zijn en dat de bench daarom een natuurlijke vervanging van zo’n hol is waar hij zich van nature prettig in voelt. Dit klopt echter niet.

Wolven gebruiken weliswaar een hol om hun pups in te krijgen en hen daar veilig te houden als ze nog erg jong zijn, maar zo’n hol is niet afgesloten: de jongen kunnen wel vrij in en uit lopen en gebruiken het hol als uitvalsbasis. Na een week of tien verblijven ze niet meer in het hol maar zijn ze overdag in groepjes in de openlucht. In een afgesloten ruimte zitten, zoals in een gesloten bench, is dus geen ‘natuurlijke situatie’! Er bestaan meerdere typen hondenbenches:

  • Een draadkooi van metaal
  • Een kunststof (transport-) kennel, die grotendeels dichte wanden heeft met luchtgaten en met een draadmetalen deur aan de voorzijde (ook gebruikt voor transport per vliegtuig)
  • Een stevige reiskennel met dikke metalen balken (bedoeld voor transport in de auto)
  • Reiskennels van stof (bijvoorbeeld voor op vakantie)

Voor gebruik in huis worden de eerste twee het meest gebruikt. Bij een draadkooi model is het belangrijk dat de bench stevig is en dat de tralies niet te ver uit elkaar staan, zodat de hond er geen lichaamsdelen doorheen kan steken en klem kan komen te zitten. Een tralieafstand van 2,5 tot 7,5 cm is het beste; kies voor kleine hondjes liefst de kleinste tralieafstand.

  • Wolven zoeken om te rusten liefst een open plek uit waar ze goed uitzicht op de omgeving hebben;
  • Bij slecht weer zoeken ze beschutting onder bijvoorbeeld bomen;
  • De afmeting van een huiskamerbench moet zo zijn dat een volwassen hond er rechtop in kan staan en kan zitten, er gemakkelijk in kan liggen (zowel languit als in elkaar gerold) en zich goed kan omdraaien;

Wordt een bench gebruikt tijdens zindelijkheidstraining voor een pup, dan is een bench op volwassen maat te groot. De pup kan dan de bench gaan opdelen in een gedeelte om te slapen en een gedeelte om zijn behoeften te doen. Om dat te voorkomen kunt u tijdelijk een schot in de bench plaatsen om de ruimte te verkleinen.

U kunt ook eerst een kleinere bench kopen, eventueel tweedehands, of misschien kunt u een bench lenen zo lang uw pup nog klein is. Let wel op dat uw pup tijdens de groei steeds voldoende ruimte heeft. In een bench die alleen voor autotransport bedoeld is, is languit liggen vaak minder goed mogelijk.

Tijdens autotransport gaat het echter om een zeer tijdelijk verblijf en bovendien is bij een aanrijding een te grote ruimte minder veilig, omdat de hond dan een eind door de bench heen geslingerd kan worden. De hond moet in de bench wel kunnen zitten en liggen en zich kunnen omdraaien.

Laat tijdens langere autoritten de hond wel regelmatig zijn benen strekken. Honden zijn sociale dieren en willen bij hun groep zijn. Zet de bench in een deel van het huis waar u zelf veel bent: niet in een garage of bijkeuken, maar bijvoorbeeld op een rustige plek van de woonkamer of keuken.

Heeft een hond zelf al een favoriete slaapplaats dan kunt u de bench daar neerzetten. Zet hem niet in de directe zon, naast de verwarming of naast geluidsapparatuur en niet op de tocht. Bij een draadkooi model is het prettig als de bench langs een muur of in een hoek staat zodat de hond beschutting heeft.

  • Sommige honden vinden het fijn als er ook iets op de bovenkant ligt, bijvoorbeeld een deken;
  • Zorg wel voor voldoende frisse lucht;
  • De bench moet een fijne, veilige rustplek zijn voor de hond;
  • Leg er een comfortabele ondergrond in, zoals een kleedje of kussen of eventueel een stevige rubberen mat;

Kies liefst materiaal dat gewassen kan worden: neem bijvoorbeeld een kussen waar u de hoes vanaf kunt halen. Zorg er altijd voor dat uw hond vers drinkwater tot zijn beschikking heeft in de bench. Zet liever geen voer in de bench (behalve eventueel onder toezicht tijdens het aanleren), want dan kan het ligkleed snel vies worden.

  • Normaal gesproken zou een hond niet zo lang in de bench moeten blijven dat hij alweer toe is aan de volgende maaltijd;
  • Zou het incidenteel toch eens nodig zijn dat de hond langer in de bench blijft, zorg er dan voor dat er ook voer aanwezig is;

Doe water en voer liefst in zware stenen bakken of in bakken die u vast kunt maken aan de bench, zodat ze niet worden omgegooid. Beter is om de bench in zo’n geval in een (puppy-)ren of een hond-veilig kamertje te zetten met de deur open, zodat de hond meer ruimte heeft om zijn benen te strekken.

U kunt daar dan ook een drinkbak en wat voer neerzetten. Geef de hond wat veilig speelgoed zodat hij iets te doen heeft. Een bench is bedoeld om één dier tegelijk in te zetten. Twee dieren die samen in de bench zitten, zouden ruzie kunnen krijgen.

Omdat ze elkaar niet kunnen ontwijken, kunnen dan gevechten ontstaan. Doe nooit zomaar een hond in de bench met het deurtje dicht. De bench moet eerst worden aangeleerd als een prettige, veilige plaats. Dat moet u stap voor stap aanpakken, zowel bij een pup als bij een volwassen hond.

Daarbij breidt u de tijd die de hond in de bench doorbrengt langzaam steeds verder uit. Zet eerst de bench open in de kamer en leg er een fijn kleedje en een favoriet speeltje in. Laat de hond zelf beslissen of hij de bench in wil gaan om hem te verkennen.

U kunt dat stimuleren door er af en toe een brokje of een speeltje in te gooien dat de hond dan kan gaan halen. In het begin kunt u ook het voerbakje van de hond in de bench zetten. Bij een hond die niet goed durft, kunt u eerst voertjes naast en voor de bench strooien.

Een volgende stap is dan om ze net in de deuropening van de bench te leggen, en daarna steeds verder achterin. Dat kunt u ook met het voerbakje doen. Beloon met uw stem als de hond de bench in gaat en geef er met vriendelijke stem een commando bij (zoals ‘plaats’), zodat de hond dat gaat koppelen aan het in de bench gaan.

Dwing de hond niet om in de bench te blijven als hij er weer uit wil lopen. Een pup kunt u, als hij ergens anders in slaap valt, rustig oppakken en in de bench neerleggen. Kies voor de benchtraining een moment waarop de hond heeft gewandeld, getraind of gespeeld, aandacht heeft gehad en zijn behoeften heeft gedaan, zodat de kans groot is dat hij er aan toe is om rustig te gaan liggen.

  1. Pas als de hond gemakkelijk uit zichzelf de bench inloopt, kunt u het deurtje heel even dicht doen;
  2. Geef de hond een snoepje door de tralies en doe daarna het deurtje weer open;
  3. Gaat dat goed dan kunt u het deurtje steeds iets langer dicht laten;

Blijf er nog wel bij. Geef de hond iets om op te kluiven of een voerspeeltje waar hij wat langer mee bezig is. Wissel tijdens het opbouwen van de duur van het benchverblijf de steeds iets langere periodes af met af en toe een korte periode tussendoor. Open de bench steeds weer voordat de hond het vervelend gaat vinden en gaat piepen, blaffen of krabben.

  • Pas als de hond rustig in de bench gaat liggen en zich daar op zijn gemak voelt, kunt u heel even de kamer verlaten;
  • Als uw hond in de bench begint te blaffen of piepen, dan betekent dat vaak dat u hem er langer in heeft laten zitten dan hij aan kan;

Het is belangrijk dat u dit gedrag voorkomt. Als de hond toch is gaan blaffen, laat hem er dan niet meteen uit. Hij zou dan leren dat blaffen een goede manier is om uit de bench te komen. Wacht even af tot hij stil is en laat hem er dan uit. Duurt dat lang of lijkt de hond in paniek te raken, leidt hem dan af door bijvoorbeeld een geluid te maken dat zijn aandacht trekt (maar waar hij niet van schrikt; denk bijvoorbeeld aan een piepspeeltje).

Zodra hij dan even stopt met blaffen doet u het deurtje open. Een hond of pup die echt in paniek is, moet u niet in de bench laten zitten. Ga de volgende keer een paar stappen terug met oefenen en bouw het nog rustiger op.

Voorkom dat de hond een negatief gevoel bij de bench krijgt. Moet u langer weg dan de hond heeft aangeleerd, stop hem dan niet in de bench maar regel een oppas of doe de hond eventueel in een hond-veilige kleine kamer. Ook een transportbench voor in de auto moet voor de hond een fijne plek worden.

  • Leer dat net zo aan als een huiskamerbench: stap voor stap, eerst gewoon in huis, daarna pas in de auto;
  • Als de hond de bench eenmaal is gaan zien als een prettige plek om rustig te gaan liggen, kunt u hem gebruiken op momenten dat u de hond even niet in de gaten kunt houden;

Ook kan de bench gebruikt worden om de hond in te laten slapen als u het nog niet aan durft om hem ‘s nachts los te laten in de kamer. De bench moet echter niet gebruikt worden om de hond hele dagen in te huisvesten, bijvoorbeeld als de eigenaar gaat werken: een bench is een tijdelijk hulpmiddel.

Hoe lang een hond in de bench kan blijven zonder dat zijn welzijn ernstig benadeeld wordt, verschilt per individuele hond. Een goede richtlijn is om een volwassen hond overdag niet langer dan vier uur achter elkaar in de bench te laten: dit zou liefst niet dagelijks moeten voorkomen.

See also:  Hoe Vaak Per Dag Moet Een Hond Uitgelaten Worden?

Voor een pup die zijn plas nog niet lang kan ophouden is dat zeker al veel te lang. ‘s Nachts, als de hond slaapt, kan het verblijf in de bench wat langer duren. Voordat de hond in de bench wordt gezet, moet hij goed uitgelaten worden zodat hij zijn energie kwijt kan.

  • Ook moet hij voldoende aandacht hebben gehad, bijvoorbeeld door met hem te spelen;
  • En natuurlijk moet hij de kans gekregen hebben om zijn behoeften te doen;
  • Ook na zijn verblijf in de bench moet hij weer voldoende beweging en gerichte aandacht krijgen;

Ga voor een gemiddelde volwassen hond uit van zo’n twee uur per dag uitlaten, verdeeld over tenminste vier wandelingen. Actieve, energieke honden hebben echter aanzienlijk meer beweging nodig! Let bij het gebruik van een bench op de volgende voorwaarden:

  • Laat een hond in de bench geen halsband dragen, hij zou ermee kunnen blijven hangen.
  • Zet de hond niet in de bench als hij juist behoefte heeft aan actie, want dan zal hij proberen er uit te komen.
  • Gebruik de bench niet als plek om de hond voor straf naartoe te sturen. De bench krijgt zo een negatieve lading.
  • Straf de hond nooit als hij in zijn bench zit, dat maakt dat hij de bench een nare plek gaat vinden.
  • Zet de bench niet in een afgelegen ruimte zoals een kelder of schuur, waar de hond geen sociaal contact kan leggen en verwijderd is van zijn gezin.
  • Laat de hond niet langer in de bench dan hij zijn behoeften kan ophouden, anders leert hij in de bench te plassen of poepen. Bovendien is het voor een hond vervelend als hij zijn behoeften moet doen in of dichtbij zijn slaapplek.
  • Zorg dat de hond rust heeft als hij in de bench ligt.
  • Zorg dat kinderen de hond niet kunnen plagen in de bench en dat kleine kinderen niet in of bij de bench komen en bijvoorbeeld een handje door de tralies steken.
  • Gebruik de bench niet als een blijvende oplossing bij gedragsproblemen maar probeer het gedrag te veranderen, eventueel met hulp van een gediplomeerd gedragstherapeut.

Bij een verstandig gebruik heeft een bench duidelijke voordelen:

  • Een bench kan helpen bij zindelijkheidstraining omdat een hond zijn slaapplek zo lang mogelijk schoon zal houden.
  • Als u even niet op hem kunt letten, kan de bench ervoor zorgen dat de hond geen dingen doet die u niet wilt, zoals slopen of op dingen kauwen, en u hoeft hem dus ook niet steeds te corrigeren.
  • De bench kan dienen om bij agressieproblemen de hond op riskante momenten veilig weg te houden van bijvoorbeeld bezoek of kinderen.
  • De bench kan helpen uw hond zelf veilig te houden, bijvoorbeeld doordat hij niet bij gevaarlijke voorwerpen kan als u aan het klussen bent.

Veel in een gesloten bench moeten zitten heeft echter ook grote nadelen:

  • De bench beperkt de vrijheid van de hond om zich te verplaatsen en te bewegen.
  • De bench beperkt sociaal contact, wat voor een groepsdier als de hond een belangrijke behoefte is.
  • De bench beperkt de interactie met de omgeving, wat zeker in geval van een pup zijn socialisatiemogelijkheden verkleint. De hond heeft minder gelegenheid om te leren zich aan te passen aan allerlei zaken in zijn omgeving. Dat kan gedragsproblemen zoals angst en agressie veroorzaken.
  • Een hond die lang wordt opgesloten kan daarna overactief gedrag vertonen, alsof hij wil ‘goedmaken’ wat hij al die tijd gemist heeft. Door de opluchting van het ‘vrij zijn’ en ook door het herstelde contact met zijn gezin wordt dat drukke gedrag beloond, waardoor het steeds terugkeert als de hond uit de bench wordt gehaald.
  • In een bench heeft de hond geen controle over wat er gebeurt, wat een stressfactor kan zijn. Zeker als er iets gebeurt waar hij bang voor is, kan dat tot paniek leiden omdat hij zichzelf niet in veiligheid kan brengen. Vaak en langdurig geen controle hebben over wat er gebeurt kan ook leiden tot stress, met als gevolg gedragsproblemen zoals stereotiep gedrag of een hond die sloom en depressief wordt.
  • Bij een bench die niet stevig genoeg is kan een hond die in paniek uit de bench probeert te ontsnappen zichzelf flink verwonden.
  • Een hond die teveel in de bench zit, krijgt vaak te weinig beweging en te weinig aandacht. Dat vermindert zijn welzijn en zijn gezondheid.
  • Bestaande problemen zoals verlatingsangst, blaffen of onzindelijkheid kunnen bij verkeerd gebruik van de bench verergeren.

Bij een hond die heel veel in de bench wordt opgesloten, bestaat de kans dat hij ‘gehecht raakt ‘ aan zijn bench omdat die plek hem een veilig gevoel geeft terwijl hij tegelijkertijd te weinig contact met zijn eigenaar heeft om van hem/haar dat veilige gevoel te krijgen. Daardoor ontwikkelt er geen goede band tussen hond en eigenaar. Vaak verslechtert de stemming van een hond die teveel in de bench moet zitten en er kunnen gedragsproblemen ontstaan. Hij kan prikkelbaar worden en snel geïrriteerd zijn als iemand hem stoort.

Honden die veel worden opgesloten reageren regelmatig snel agressief op aanraking en leren niet goed om hun impulsen te onderdrukken. Dat komt waarschijnlijk doordat ze niet de kans krijgen om daarmee veel te oefenen, zoals honden die gewoon los tussen hun gezin in de huiskamer leven, zo sociaal gedrag oefenen en leren omgaan met allerlei prikkels en veranderingen.

Ook als een hond als pup wel goed gesocialiseerd is, kan te lang of te vaak in de bench moeten zitten ervoor zorgen dat de socialisatie deels teruggedraaid wordt. Overmatig gebruik van een bench kan dus allerlei gedragsproblemen geven en vermindert het welzijn van de hond omdat niet aan zijn soorteigen behoeften (sociaal contact, voldoende beweging) wordt voldaan en hij geen controle meer heeft over wat er gebeurt, wat stress geeft.

  • Bovenstaande nadelen gelden overigens grotendeels ook voor opsluiting in andere kleine ruimtes waarbij de hond gescheiden wordt van zijn gezin en zijn omgeving;
  • Gebruikt u een bench omdat uw hond ongewenst gedrag vertoont als u hem los in de kamer laat? Realiseer u dan dat dit alleen een tijdelijke oplossing is;

Voor de langere termijn geeft de terugkerende opsluiting, zeker als dat vaak en langdurig is, alleen maar meer problemen. Ga dus trainen om het ongewenste gedrag te veranderen in ander, gewenst gedrag. U kunt daarvoor het beste de hulp inroepen van een hondengedragstherapeut of hondenschool.

Welke maat bench voor Australian Shepherd?

Beste Sabrine, als je de bench alleen wilt gebruiken tijdens de puppytijd voor het zindelijk maken van de hond, dan adviseren we deze niet te groot te nemen dus dan is de XS voldoende. Wil je de bench ook gebruiken als reisbench en veilig onderkomen voor de hond als hij volgroeid is, dan is maat S een betere keuze.

Welke maat bench voor Golden Retriever pup?

Welke maat bench? – Benches worden in verschillende maten verkocht. Groter betekent bij hondenbenches niet per se beter. Is de bench namelijk te groot dan zal je hond het ene uiteinde van de bench gebruiken om te slapen en de andere om zijn behoeften te doen.

Een te kleine bench zal je Golden Retriever het gevoel geven dat hij opgesloten zit. Wanneer dit gebeurt zul je zien dat je hond niet graag meer de bench in gaat. Je kunt berekenen hoe groot de bench moet zijn door de schofthoogte en ruglengte op te meten.

Maak een rekensommetje door de ruglengte met 25% te vermenigvuldigen. Is de ruglengte bijvoorbeeld 60 cm dan is de som 60 cm x 1. 25 = 75 cm. De bench moet dus een diepte hebben van 75 cm. Heb je een pup en weet je niet hoe groot je Golden Retriever wordt, dan kun je het beste de standaard bench maat voor een Golden Retriever aanhouden.

Welke bench voor Kooiker?

Hoe bereken ik de juiste maat van een hondenbench? – Bij het kopen van een hondenbench is het belangrijk om een bench in de juiste maat te kopen. Het dier moet genoeg bewegingsvrijheid hebben om te kunnen staan, draaien en liggen. Een te kleine bench is oncomfortabel, maar een té grote bench kan juist weer averechts werken bij het zindelijk maken van de de pup.

  • In het geval je een bench gaat kopen voor een hond die zijn volwassen gewicht al heeft bereikt, kun je de lengte en hoogte van de hond opmeten;
  • Bij de lengte neem je het puntje van zijn neus tot de aanzet van de staart;

Bij de hoogte meet je van de grond tot het puntje van zijn neus (recht naar boven). Sommige honden zijn hoger wanneer ze zitten, meet de hoogte daarom zowel staand als zittend op. Bij de uitkomst tel je uiteindelijk nog 15 cm op. Dit is de minimale grootte van de hondenbench. Over het algemeen kun je onderstaande afmetingen aanhouden:

  • Hondenbench maat XS ( ongeveer 56 x 30 x 37 cm): zeer kleine honden , Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat S ( ongeveer 62 x 44 x 50 cm): kleine honden, 5-10 kg, zoals een maltezer, boomer, shih tzu. teckel. Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat M ( ongeveer 76 x 46 x 51 cm): middel grote honden, 10-15 kg, zoals een Franse bulldog, schnauzer, kooikerhondje. Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat L ( ongeveer 92 x 57 x 64 cm): grote honden, 15-25 kg, zoals een cocker spaniel, heidewachtel, border collie. Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat XL ( ongeveer 107 x 69 x 76 cm): zeer grote honden, 25-40 kg, zoals een labrador, Duitse herder, boxer. Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat XXL ( ongeveer 121 x 74 x 81 cm): extreem grote honden, >40 kg, zoals een newfoundlander, sint bernhard, Ierse wolfshond. Klik hier voor een overzicht.

Bij twijfel tussen 2 maten raad ik aan om altijd de grootste maat te nemen. Bij pups is het altijd handig om de bench met een speciaal (tijdelijk) tussenschot/benchverdeler te verkleinen. Dit is om te voorkomen dat de pup zijn behoefte in de bench zal doen. .

Hoe groot moet een bench zijn voor een Mechelse herder?

Benchmaat 107 centimeter voor grote honden Buiten de reeds aangehaalde rassen kan een dergelijke bench ook worden gebruikt voor een Ierse Setter, een Labrador Retriever en een Mechelse Herder.

Welke maat bench voor Stabij?

jQuery(function($) ); $(‘input’). each(function() ); $(‘#nav’). each(function() ); $(‘. chzn-container-single. chzn-single’). each(function() ); } }); –>  De Bench Specialist Ook voor jouw Friese Stabij hebben wij meerdere benches in ons assortiment die uitstekend passen bij het formaat van jouw hond. Bij ons kun je kiezen uit heel veel verschillende soorten en maten benches. Hier kun je jouw Friese Stabij rustig en op een veilige manier laten overnachten. Deze benches hebben een hele goede prijs- kwaliteit verhouding. Indicatie: Welke maat bench moet ik nemen? Lengte – afmeting puntje van de neus tot puntje van de staart + minimaal 15 cm Hoogte – afmeting bovenkant van de kop tot onderkant poten + minimaal 15 cm Breedte – minimaal 75% van de hoogte van de hond, iets meer is altijd aangenamer.

Hoe lang hond snachts in bench?

Overdag als je lang weg bent is het niet handig om je hond in de bench te laten omdat hij overdag ook moet eten en drinken. ‘ s Nachts daarin tegen is het wel handig je hond in de bench te doen i. zijn en jou nachtrust. Maar de tijd dat je hond maximaal in de bench mag zitten is 6 tot 8 uur.

Hoelang puppy snachts in bench?

Zorg wel dat je er de eerste tijd ‘ s nachts nog even een keer uitgaat om hem zijn behoefte te laten doen. Laat hem dit doen en besteed verder niet te veel aandacht aan je pup. Vanaf dat ze een week of tien zijn kunnen de meeste pups de nacht al doorslapen.

Is het zielig om een hond in de bench te doen?

We krijgen regelmatig de vraag of het zielig is om een hond in een bench te doen. We kunnen daar een kort antwoord op geven! Nee, een hond in de bench is niet zielig, mits het goed aangeleerd is én je een goede sterke hondenbench hebt. Het grote probleem is dat alles altijd maar goedkoper moet, waardoor de kwaliteit van een bench te wensen overlaat.

  • Door besparing op het materiaal (eigenlijk niets meer dan dik ijzerdraad) en zoveel mogelijk zijden van de bench open te laten, kan een draadbench heel voordelig geproduceerd worden in China;
  • De concurrentie is zo groot op internet dat de kwaliteit en dikte van het ijzerdraad steeds dunner wordt met alle gevolgen van dien;

Een goedkope bench is ronduit gevaarlijk én het probleem dat steeds meer mensen problemen krijgen dat de hond niet in de bench wil. Er gebeuren veel ongelukken met een goedkope bench waar we zelf ook mee te maken hebben gehad. .

Hoe groot moet de bench zijn?

Rekenvoorbeeld – Je hond is vanaf de grond gemeten 45 cm hoog. De lengte van de rug is 50 cm. Om de breedte van de bench vast te kunnen stellen vermenigvuldig je de ruglengte met 1,25 (50 cm x 1,25 = 62,5 cm). De juiste bench is dus 62,5 cm breed en 45 cm diep.

See also:  Waarom Smakt Mijn Hond?

Kan een hond 9 uur alleen zijn?

Honden zijn van nature graag bij hun groepsgenoten. Onze huishonden moeten echter regelmatig alleen thuis blijven. Voor een paar uur is dat meestal geen probleem, maar het moet de hond wel eerst aangeleerd worden. Hij moet het vertrouwen krijgen dat u altijd weer terug zult komen. Besteedt u hier te weinig aandacht aan, dan is de kans groter dat uw hond angst voor alleen zijn ontwikkelt.

Hij kan dan bijvoorbeeld gaan blaffen, het huis slopen of onzindelijk worden als u hem te lang alleen laat. Angst om alleen te zijn is heel vervelend, zowel voor de hond als voor u. Het is niet altijd te voorkomen, maar u maakt de kans dat uw hond angst ontwikkelt zo klein mogelijk als u hem stap voor stap aanleert om alleen thuis te blijven.

Heeft u een pup, begin dan op jonge leeftijd al met oefenen. Ook als u een nieuwe volwassen hond heeft, is het verstandig om voorzichtig te bekijken of de hond wel of niet alleen kan zijn. Ook al kon de hond in zijn vorige huis wel goed alleen thuis zijn, alleen blijven in een nieuwe omgeving brengt altijd meer stress met zich mee.

De hond zal eerst bij u moeten wennen dus bouw het alleen blijven altijd langzaam op. Bij een hond die niet alleen kan blijven zonder angstig te worden, gaat het vaak om de aanwezigheid van mensen in het algemeen.

In dat geval is een oppas voldoende om de hond rustig te houden. Er zijn echter ook honden die zo gehecht zijn aan één bepaald persoon dat ze er niet tegen kunnen als ze van die persoon (of enkele specifieke geliefde personen) gescheiden zijn. In zo’n geval helpt een oppas dus niet! De laatste vorm is in feite échte ‘verlatingsangst’; de eerste is ‘angst om alleen te zijn’.

Beide vormen worden bij honden echter vaak verlatingsangst (of in het Engels ‘separation anxiety’) genoemd en die term zullen we hier ook gebruiken. Geen enkele hond vindt het leuk om lang alleen te moeten zijn.

Honden hebben sociaal contact en beweging nodig en natuurlijk moeten ze ook regelmatig hun behoefte kunnen doen. Een richtlijn is om volwassen honden niet langer dan 4 tot maximaal (en niet elke dag) 6 uur achter elkaar alleen te laten. Hoe lang voor uw hond mogelijk is, verschilt per individu.

  1. Moet u toch eens langer weg, schakel dan een oppas of uitlaatservice in;
  2. Pups hebben veel contact en toezicht nodig en kunnen niet lang alleen zijn, 4 uur is voor hen veel te lang;
  3. Als u een pup in huis neemt, moet u er dus rekening mee houden dat u zeker het eerste half jaar niet lang van huis kunt! Er is veel verschil in hoe vervelend honden het vinden om alleen te moeten blijven;

Erfelijke aanleg speelt een rol. Uit sommige onderzoeken komen verschillen in gevoeligheid tussen rassen; zo is er een onderzoek waarbij Cocker Spaniels, Schnauzers en Teckels gevoeliger dan gemiddeld leken te zijn en in een ander onderzoek werden ook Engelse Springer Spaniels en Golden Retrievers genoemd.

  • Er zijn echter ook onderzoeken waarin geen verschil tussen rassen werd gezien;
  • Ook binnen een ras kunnen er foklijnen zijn waarin de honden meer moeite hebben met alleen blijven en een grotere kans hebben om verlatingsangst te ontwikkelen;

Honden die van een rescue organisatie komen zijn vaak extra gevoelig. Dit kan komen doordat ze als pup geen veilige hechting hadden met het moederdier, bijvoorbeeld door slechte omstandigheden tijdens het leven op straat of jong verlies van hun moeder. Mogelijk kunnen deze pups daardoor in hun latere leven hechtingsproblemen krijgen, zoals overmatig gebonden zijn aan een of enkele personen.

Dat kan overigens ook gelden voor asielhonden. Bij plaatsing vormen zij vaak snel een sterke band en zijn dan extra gevoelig voor het (tijdelijk) verbreken daarvan. Daarnaast kunnen opgedane ervaringen invloed hebben op het ontwikkelen van angst voor alleen zijn.

Kijk dus altijd naar uw hond en hoe deze reageert. De training moet hierop afgestemd worden. Die training houdt in dat u heel geleidelijk het alleen blijven moet gaan introduceren en aanleren. Bij de ene hond zult u veel sneller door de stappen kunnen gaan dan bij de andere.

De in dit artikel beschreven opbouw geldt voor honden die nog niet geleerd hebben om alleen te blijven, zoals pups, en die nog niet bang zijn om alleen te zijn. Bij het leren om alleen te zijn is het heel belangrijk dat u de oefening langzaam opbouwt.

Het is namelijk de bedoeling dat de hond het vertrouwen krijgt én houdt dat u altijd terugkomt en dat het niet nodig is om nerveus te worden. Heeft u te veel haast en laat u de hond te lang alleen, dan zal hij zich onrustig gaan voelen en kan stress zich gaan opbouwen.

Dat vervelende gevoel dat hij dan heeft, zal hij gaan koppelen aan het alleen zijn. Het gevolg is dat hij voortaan steeds als hij alleen moet blijven, ook al is het maar even, dat gevoel weer krijgt. Hij is het vertrouwen kwijt dat u snel weer terugkomt.

Dit moet u voorkomen omdat het erg moeilijk is om dat vertrouwen weer terug te krijgen, u moet dan helemaal opnieuw beginnen met oefenen! Overhaast het dus niet, laat de hond het tempo bepalen. Ook al lijkt het langzaam te gaan, u bereikt zo uw uiteindelijke doel sneller.

Begin niet met oefenen om alleen te blijven op momenten dat uw hond vol energie zit. Kies eerder de momenten uit dat hij moe is van het wandelen of spelen. Hij zal dan veel sneller rustig blijven liggen op zijn eigen plek.

Natuurlijk is het ook verstandig als de hond voor het oefenen zijn behoeften heeft kunnen doen. Een eerste voorbereiding voor het alleen thuis blijven is om ervoor te zorgen dat uw hond zelfstandig is. Voor honden die constant achter hun eigenaar aanlopen in huis en eraan gewend zijn dat de baas altijd in de buurt is, is het contrast erg groot als de baas even weg moet.

  1. Leer de hond dus om ook terwijl u thuis bezig bent, rustig in de kamer of op zijn eigen plek te blijven liggen in plaats van u te volgen;
  2. Dit oefent u eerst terwijl u in dezelfde kamer bent, daarna kunt u ook een paar tellen de kamer verlaten;

Zorg dat de hond iets te doen heeft, bijvoorbeeld dat er speelgoed ligt waar hij veilig op kan kauwen. Als dit goed gaat, dan kunt u voorzichtig de tijd dat u de kamer uit bent wat opbouwen. Hoe snel dat kan, ligt aan de reactie van uw hond. Maak de tijd eerst langer met stapjes van een paar seconden; kunt u zonder problemen een minuut wegblijven dan kunt u de stappen wat groter gaan maken (bijvoorbeeld met stapjes van 10-20 seconden tegelijk).

  • Hoe langer u weg kunt blijven, hoe groter u de stappen kunt maken, maar kijk naar uw hond om te bepalen wat voor hem haalbaar is;
  • Zorg er hierbij voor dat u de tijd niet alleen maar steeds langer maakt maar kom tussendoor ook regelmatig weer snel terug;

Geef bij de oefeningen in huis geen aandacht aan de hond. Let op: misschien slaapt uw hond beneden in de huiskamer en gaat dat prima. Dat betekent echter niet dat hij overdag ook zo lang alleen kan blijven! Het naar bed gaan is voor de hond een hele duidelijke context en veel honden hebben snel in de gaten dat u niet echt weg bent.

Bovendien zijn ze dan moe en al snel wennen ze eraan dat dit een dagelijks terugkerend ritueel is. Het is heel anders voor hem als u overdag weggaat. Heeft u een pup of een nieuwe hond waarvan u bang bent dat hij dingen kapot zal maken of dingen doet die niet mogen als u even weg bent? Dan kunt u overwegen hem in een bench of andere veilige ruimte te zetten tijdens de oefeningen.

U moet hem dat echter wel eerst aanleren! Daarover leest u meer in het artikel over ‘ Een hondenbench gebruiken ‘. Als u de hond rustig een tijdje alleen kunt laten terwijl u elders in huis bent zonder dat hij zich daar druk om maakt, kunt u beginnen met oefeningen waarbij u ook echt het huis verlaat.

Bouw ook dit voorzichtig op: eerst doet u alleen de voordeur open en weer dicht, later stapt u heel even naar buiten. Zorg ervoor dat u altijd terug bent voordat de hond nerveus begint te worden! Maak de tijd dat u weg bent steeds een paar tellen langer, maar bouw tussendoor ook weer steeds kortere oefeningen in die de hond gemakkelijk aankan (zodat het niet zo is dat elke volgende oefening langer is dan de vorige).

Kunt u eenmaal een minuut wegblijven dan kunt u iets grotere stappen gaan nemen. Vergeet niet om ook dan regelmatig oefeningen te doen waarbij u al na korte tijd terug bent. Let op: de hond mag niet leren voorspellen wanneer u langer en wanneer u korter weg bent.

Als u tijdens het oefenen bijvoorbeeld steeds na 3 langere oefeningen 1 korte oefening inplant, dan gaat hij het patroon herkennen. Probeer dat dus zo onvoorspelbaar mogelijk af te wisselen. Eindig een oefensessie wel steeds met de langste oefening.

Mocht die langste oefening onverhoopt toch niet helemaal goed gaan (wat u natuurlijk probeert te voorkomen door rustig op te bouwen), doe dan nog een kortere oefening die zeker goed gaat zodat u de training positief kunt afsluiten. Ga niet te snel door naar lange oefeningen maar oefen voldoende met minder lange oefeningen zodat de basis er goed in zit.

Gaat het goed, oefen dan ook met een zo realistisch mogelijk vertrek. Als u van huis gaat om naar uw werk te gaan of een boodschap te doen, zult u vaak een paar dingen doen zoals uw sleutels pakken, schoenen aandoen, een tas pakken en uw jas aantrekken.

Honden leren vaak dat dit voorspelt dat u weggaat, en een hond die niet goed alleen kan zijn zal al nerveus worden als hij deze voorbereidingen ziet. Oefen ze daarom mee: bedenk wat u doet voor vertrek en ga één voor één deze vertreksignalen opnemen in het oefenen, zodat uw hond meteen leert dat ook dit heel gewoon is.

  • Maak de tijd dat u weg bent tijdens het oefenen met deze extra vertreksignalen de eerste keren weer korter dan waar u gebleven was;
  • Dus kon u 10 seconden naar buiten, maar neemt u nu voor het eerst uw tas mee? Blijf dan dit keer bijvoorbeeld maar 3 seconden weg en bouw dat weer langzaam op;

Neem niet uitgebreid afscheid door bijvoorbeeld de hond te knuffelen: het is de bedoeling van de oefeningen dat uw tijdelijke afwezigheid voor de hond een ‘saaie’ gebeurtenis is. Neem dus rustig en kort afscheid. Het kan helpen als u op het moment dat u weggaat een vaste, korte zin zegt, bijvoorbeeld: ‘tot straks’.

  • De hond leert dan tijdens de oefening dat als u dat zegt, u weliswaar even weg bent maar ook dat u op tijd weer terug bent;
  • Het wordt voor de hond uiteindelijk een signaal dat hij zich veilig kan blijven voelen;

U moet dan wel zeker weten dat u op tijd terug bent, dus voordat de hond nerveus wordt! Ga nooit ‘stiekem’ weg, bijvoorbeeld als de hond slaapt of doordat u hem afleidt met voer. Bij uw terugkomst kunt u de hond begroeten, maar doe dat rustig en kort, bijvoorbeeld door hem gewoon gedag te zeggen met een rustige, vriendelijke stem.

U hoeft hem dus niet helemaal te negeren. Ga hem echter niet uitgebreid knuffelen, dat kunt u later doen als hij helemaal kalm is. Om geluiden van buiten te maskeren wordt wel eens gebruik gemaakt van het aanzetten van de radio of een andere geluidsbron.

Dat kan handig zijn als u een hond heeft die snel blaft als hij iets hoort, maar pas wel op. Het komt regelmatig voor dat honden met verlatingsangst ook bang zijn voor geluiden. Angst voor geluiden tijdens het alleen zijn kan de angst voor het alleen zijn ook versterken.

Van een radio of televisie weet u niet zeker welke geluiden er voorbij zullen komen. Een plotseling geluid van bijvoorbeeld een reclame of geluidsfragment tijdens een nieuwsbericht kan uw hond juist extra angstig maken.

Wilt u geluiden afspelen tijdens uw aanwezigheid, kies dan liever voor een geluidsbron waarvan u zeker weet dat het de hond niet onrustig maakt. Reageert uw hond niet sterk op geluiden van buiten, dan hoeft u ook geen muziek of ander geluid aan te zetten als u gaat oefenen met het alleen blijven.

  1. Er zijn veel verschillende gedragingen die uw hond kan laten zien als hij verlatingsangst heeft;
  2. Veel honden zullen janken, blaffen of piepen;
  3. Ook komt geregeld voor dat honden gaan slopen, vaak bij plaatsen waar u bent weggegaan zoals krabben aan de deur of vloer maar ook wel andere voorwerpen of meubilair;
See also:  hoe drinkt een hond?

In huis plassen of poepen kan ook een uiting van stress zijn. Andere tekenen van stress zijn bijvoorbeeld onrust, hijgen, bek aflikken, gapen, steeds van positie wisselen (staan, zitten, liggen), overmatig kwijlen en soms overgeven, zwetende voetzolen hebben of ineens haar verliezen.

  1. Vrij veel honden die verlatingsangst hebben, willen niet eten als ze alleen zijn;
  2. Er zijn echter ook honden die juist wél eten op momenten van stress;
  3. Het komt ook regelmatig voor dat honden eerst hun voer opeten maar zodra dat op is alsnog enorm gestrest raken door het alleen zijn;

Niet eten is dus vaak (niet altijd) een teken van stress; wél eten wil niet zeggen dat er niets aan de hand is! Honden met verlatingsangst volgen vaak hun eigenaar in huis, waar deze ook gaat. Omgekeerd is het niet zo, dat alle honden die de eigenaar in huis volgen ook slecht tegen alleen zijn kunnen.

  • Honden met verlatingsangst zijn vaak ontzettend blij als de eigenaar terugkomt en het kan enkele minuten duren tot ze weer gekalmeerd zijn;
  • Sommige dingen zijn opvallend zodra u thuiskomt, zoals plasjes, krassen op uw deur van nagels of een natte vacht door het kwijlen;

Sporen van uitbraakpogingen, zoals krassen, gesloopte deurposten en soms zelfs afgebroken en bloedende nagels zijn signalen dat de hond echt in paniek is en probeert te vluchten. Maar als uw hond vooral blaft en onrustig heen en weer loopt in huis, kunt u dat gemakkelijk missen.

Soms is het geblaf al gestopt omdat de hond uw auto de straat in hoort rijden en denkt u dat de hond er geen problemen mee heeft, tot u van de buren hoort dat hij tekeer is gegaan. Het is belangrijk dat u tijdens het oefenen goed in de gaten houdt of het echt wel goed gaat.

Als uw hond toch nerveus begint te worden, kan dat uitlopen op verlatingsangst. Let daarom goed op of u tekenen van onrust ziet bij uw hond. U kunt een filmcamera laten lopen als u oefent. Zo zult u het horen als hij blaft of zachtjes piept of zien als hij stresssignalen laat zien zoals onrustig heen en weer lopen of veel hijgen.

  1. Heeft u geen camera dan kan een voicerecorder een aantal van deze signalen ook opvangen;
  2. U kunt ook een webcam of de camera van een mobiele telefoon gebruiken zodat u de hond via een andere mobiele telefoon kunt bekijken terwijl u oefent, bijvoorbeeld via software voor online meetings;

Op die manier kunt u direct reageren op wat u ziet en de oefening afbreken als u ziet dat de hond nerveus wordt. Let op: het is niet de bedoeling dat u via zo’n verbinding tegen uw hond praat terwijl u er niet bent! Zet de microfoon aan de kant van de hond uit zodat hij u en uw omgeving niet kan horen.

  1. Hij moet immers wennen aan het alleen blijven, zonder enige vorm van uw aanwezigheid;
  2. Bovendien bestaat er een kans dat het averechts werkt en de hond juist extra naar u op zoek gaat;
  3. In sommige gevallen blijkt de reden waarom een hond blaft als hij alleen is niet te zijn dat hij angstig is, maar blaft hij omdat hij erg waaks is en steeds voorbijgangers ziet of hoort;

En er zijn ook honden die bijvoorbeeld gaan slopen uit verveling als ze te lang alleen zijn, of die in huis plassen omdat ze nog niet goed zindelijk zijn of om medische redenen of wellicht omdat ze te weinig zijn uitgelaten. Ook daarom is het van belang om bij dergelijke signalen het gedrag tijdens uw afwezigheid te filmen, zodat u kunt zien of er meer tekenen van stress en angst aanwezig zijn of dat er misschien andere redenen zijn waarom het alleen blijven niet goed gaat. Tijdens de hele training zijn er twee belangrijke dingen om op te letten:

  1. Laat uw hond nooit langer alleen dan hij aankan! Kom dus altijd op tijd terug. Dat betekent dat u niet ineens een uur kunt gaan winkelen als uw hond pas tien minuten alleen was gebleven in de training. De kans is dan groot dat hij alsnog bang wordt en dan moet u weer helemaal van voor af aan beginnen bij een paar tellen alleen. Waarschijnlijk wordt de training zelfs moeilijker omdat de hond nu de ervaring heeft dat alleen blijven hem een angstige ervaring oplevert.
  2. Straf de hond nooit voor zijn gedrag als hij toch eens is gaan blaffen, plassen of slopen. Het gedrag ontstaat immers vanuit spanning, angst of zelfs paniek, en als u hem gaat straffen wordt dat alleen maar erger omdat de situatie er voor hem nog vervelender van wordt. Angst verdwijnt niet door de hond ervoor te straffen. De hond kan er bovendien niets aan doen dat hij zich zo naar voelt: u wél, namelijk door hem niet langer alleen te laten dan hij aankan.

Als uw hond problemen heeft met het leren om alleen thuis te blijven of als hij al verlatingsangst vertoont, kan dit verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:

  • Erfelijke aanleg
  • Het is de hond nooit goed aangeleerd om alleen te blijven
  • De hond heeft het wel geleerd en het ging goed, maar daarna hoefde hij een hele tijd nooit alleen thuis te blijven waardoor hij dit verleerde. Toen dit wel weer nodig was, is het niet opnieuw opgebouwd (denk aan situaties na vakanties of na ziekte of werkloosheid van de baas).
  • De hond heeft iets engs of vervelends meegemaakt toen hij alleen was (bijvoorbeeld onweer of inbraak).
  • Er is een plotselinge verandering van omstandigheden, bijvoorbeeld er is iemand uit het huishouden weggegaan door scheiding, uit huis gaan van kinderen of door overlijden. Of de hond is herplaatst, of u bent verhuisd.
  • Oudere honden kunnen ineens problemen gaan krijgen met het alleen blijven, doordat er veranderingen in de hersenen plaatsvinden (zoals dementie).
  • Fysieke aandoeningen kunnen effect hebben op het alleen blijven, denk aan blaasontsteking waardoor de hond ineens onzindelijk kan lijken, maar ook andere ziektes en pijn hebben effect op hoe de hond zich voelt. Het komt voor dat plotseling optredende verlatingsangst wordt veroorzaakt door een medisch probleem.

Sommige honden die, wanneer ze alleen moeten blijven, in een beperkte ruimte moeten zitten zoals in een bench of kleine kamer kunnen stress vertonen die niet te maken heeft met het alleen zijn maar met het ‘opgesloten’ zitten en doen het veel beter als ze vrij in huis mogen rondlopen. Opgesloten zijn betekent dat de hond geen controle heeft over zijn situatie en dat kan stress opleveren. Een hond met verlatingsangst ervaart stress, angst en soms paniek. Het is niet zo dat een hond bijvoorbeeld iets gaat slopen of in huis plast ‘omdat hij kwaad is dat hij niet mee mag’, ‘uit wraak’! En als uw hond zich ‘schuldig’ gedraagt wanneer u thuiskomt en er is iets gesloopt of er ligt plas, dan is dat niet omdat hij zich schuldig voelt.

Regel dus een oppas! Ook een dagopvang of hondenuitlaatservice kunnen hierbij helpen. Hij neemt een onderdanige houding aan omdat hij merkt dat u niet blij of zelfs boos bent en hij wil voorkomen dat u agressie tegen hem vertoont, zoals boos tegen hem praten of hem op andere manieren straffen.

Maar hij snapt niet dat uw boosheid wordt veroorzaakt door iets wat hij misschien al een uur eerder heeft gedaan, uit angst, en hij weet ook niet dat dit ‘niet mag’: het was voor hem dan ook geen bewuste keuze maar een uiting van zijn stress en paniek! Verlatingsangst is een vervelend probleem dat de hond veel stress bezorgt en zijn welzijn en zijn gezondheid benadeelt.

Een goede opbouw op jonge leeftijd kan de kans op problemen verkleinen, maar verlatingsangst kan niet altijd voorkomen worden. Met een goede training en soms met medicijnen kan verlatingsangst behandeld worden.

Dit vergt wel inzet, want er is geen ‘quick fix’. De terugkerende stress van verlatingsangst is echter voor uw hond zowel heel vervelend als ongezond, en ook voor uw huisraad en de relatie met de buren is het belangrijk er iets aan te doen. Straf uw hond nooit voor zijn angst en gebruik nooit hulpmiddelen zoals een anti-blafband: deze werken averechts, geven de hond nog meer stress en zijn daardoor slecht voor het welzijn van de hond.

Hij blaft misschien niet meer, maar hij voelt zich waarschijnlijk nog ellendiger. Vertoont uw hond tekenen van verlatingsangst, ga dan eerst naar een dierenarts om mogelijke lichamelijke problemen uit te sluiten.

Een gediplomeerde hondengedragstherapeut of een veterinair gedragsspecialist kan u vervolgens helpen om een behandelplan op te stellen om het probleem aan te pakken. Hoe u aan betrouwbare adressen komt, leest u in het artikel over ‘ Gedragstherapie voor de hond ‘..

Hoe vaak op een dag Benchtraining?

Het is voor iedere hond anders en dat maakt niets uit. Herhaal dit een paar keer per dag, zo nodig een paar dagen. Je gaat pas naar stap 4 als je hond het lekkers/speeltje ontspannen en zonder dralen uit de bench haalt of erin blijft tot het op is of met het speeltje erin gaat spelen.

Welke bench past in mijn auto?

Afmetingen van uw hond – Niet alleen de grootte van uw kofferbak speelt een belangrijke rol in uw zoektocht naar een passende autobench. Uiteraard is het ook belangrijk om te weten wat de schofthoogte van uw hond is. Autobench. nl heeft een lijst met schofthoogtes voor u ontwikkeld van de meest voorkomende hondenrassen.

De schofthoogte wordt door ons aangehouden als minimale bench grootte en de afmetingen van uw kofferbak als maximale grootte. Dus heeft u een hond met schofthoogte 38 cm, dient u minimaal een autobench te nemen die 38 cm hoog is.

Mocht u er niet helemaal uitkomen, neem dan even contact met ons op via ons contactformulier ..

Hoe groot moet een bench zijn voor een Boomer?

jQuery(function($) ); $(‘input’). each(function() ); $(‘#nav’). each(function() ); $(‘. chzn-container-single. chzn-single’). each(function() ); } }); –>  De Boomer Bench Specialist Een Boomer bench om jouw hond ‘s nachts of wanneer je van huis bent in te zetten, zodat je de zonder zonder zorgen alleen kunt laten. Speciaal voor de Boomer hebben wij een aantal benches geselecteerd, welke rekening houden met het formaat van dit ras. Zo beschikt je altijd over de juiste Boomer bench. Indicatie: Welke maat bench moet ik nemen? Lengte – afmeting puntje van de neus tot puntje van de staart + minimaal 15 cm Hoogte – afmeting bovenkant van de kop tot onderkant poten + minimaal 15 cm Breedte – minimaal 75% van de hoogte van de hond, iets meer is altijd aangenamer.

Welke bench voor Kooiker?

Hoe bereken ik de juiste maat van een hondenbench? – Bij het kopen van een hondenbench is het belangrijk om een bench in de juiste maat te kopen. Het dier moet genoeg bewegingsvrijheid hebben om te kunnen staan, draaien en liggen. Een te kleine bench is oncomfortabel, maar een té grote bench kan juist weer averechts werken bij het zindelijk maken van de de pup.

  • In het geval je een bench gaat kopen voor een hond die zijn volwassen gewicht al heeft bereikt, kun je de lengte en hoogte van de hond opmeten;
  • Bij de lengte neem je het puntje van zijn neus tot de aanzet van de staart;

Bij de hoogte meet je van de grond tot het puntje van zijn neus (recht naar boven). Sommige honden zijn hoger wanneer ze zitten, meet de hoogte daarom zowel staand als zittend op. Bij de uitkomst tel je uiteindelijk nog 15 cm op. Dit is de minimale grootte van de hondenbench. Over het algemeen kun je onderstaande afmetingen aanhouden:

  • Hondenbench maat XS ( ongeveer 56 x 30 x 37 cm): zeer kleine honden , Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat S ( ongeveer 62 x 44 x 50 cm): kleine honden, 5-10 kg, zoals een maltezer, boomer, shih tzu. teckel. Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat M ( ongeveer 76 x 46 x 51 cm): middel grote honden, 10-15 kg, zoals een Franse bulldog, schnauzer, kooikerhondje. Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat L ( ongeveer 92 x 57 x 64 cm): grote honden, 15-25 kg, zoals een cocker spaniel, heidewachtel, border collie. Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat XL ( ongeveer 107 x 69 x 76 cm): zeer grote honden, 25-40 kg, zoals een labrador, Duitse herder, boxer. Klik hier voor een overzicht.
  • Hondenbench maat XXL ( ongeveer 121 x 74 x 81 cm): extreem grote honden, >40 kg, zoals een newfoundlander, sint bernhard, Ierse wolfshond. Klik hier voor een overzicht.

Bij twijfel tussen 2 maten raad ik aan om altijd de grootste maat te nemen. Bij pups is het altijd handig om de bench met een speciaal (tijdelijk) tussenschot/benchverdeler te verkleinen. Dit is om te voorkomen dat de pup zijn behoefte in de bench zal doen. .

Hoe groot moet een bench zijn voor een Mechelse herder?

Benchmaat 107 centimeter voor grote honden Buiten de reeds aangehaalde rassen kan een dergelijke bench ook worden gebruikt voor een Ierse Setter, een Labrador Retriever en een Mechelse Herder.